Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

lunet - (verdedigingswerk)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

lunet zn. ‘verdedigingswerk’
Nnl. lunette ‘brilschans, klein vrijstaand verdedigingsbouwwerk aan weerszijden van een ravelijn’ [1740; WNT].
Ontleend aan Frans lunette ‘id.’, overdrachtelijk gebruik van de letterlijke betekenis ‘maantje’. Dit is het verkleinwoord van lune ‘maan’, ontwikkeld uit Latijn luna ‘id.’, ontwikkeld uit een afleiding van de wortel pie. *leuk- ‘licht’, zie → licht 1 ‘schijnsel’.
De naamgeving verwijst naar de halvemaanvorm van lunetten. Bovendien betekent het meervoud Frans lunettes tevens ‘bril’, en lunetten waren gesitueerd aan weerszijden schuin voor een dekkend ravelijn. In het Nederlands werden lunetten dan ook wel bril genoemd.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

lunet [halve ronding aan bouwwerk] {1740} < frans lunette, van luné [halvemaanvormig], van lune [maan] < latijn luna (vgl. lunair), frans les lunettes [de bril, brilschans], het nl. woord voor lunet in de vestingbouw.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

lunet znw. v. ‘afzonderlijk bastion’ < fra. lunette, zo genoemd naar de halvemaan-vorm.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal