Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

losbandig - (lichtzinnig, ongeregeld)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

losbandig bn. ‘lichtzinnig, ongeregeld’
Vnnl. eerst alleen in constructies als als een esel speelt den vos, stracx gaen al sijn banden los [1632; WNT vos I], geboren tot ontucht, en lossen bandt [1641; WNT welp], dan ook als bn. in vry los-bandig in zyn geheel gedrag [1698; WNT].
Afgeleid met → -ig van → los 1 en → band 1, naar analogie van het min of meer synonieme bn. mnl. onbandich ‘ongeregeld, hysterisch’ [1480; MNW], het tegengestelde van bandich ‘tam’ [ca. 1486; MNW]. Het bn. bandig was reeds in het Vroegnieuwnederlands verouderd, maar onbandig werd nog tot in de 19e eeuw gebruikt.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

losbandig* [ongeregeld] {1698} ook nd. en fries, van los2 + band1 + -ig.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

losbandig bnw., nog niet bij Kil. Ook ndd., fri.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

losbandig* ongeregeld 1698 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal