Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

lorre - (papegaaiennaam)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

lorre zn. (NN) ‘papegaaiennaam’
Vnnl. lory ‘papegaaiensoort’ in de Lorys zijn ontrent zoo groot als de papegayen, die men in Neerlandt ziet [1682; WNT lori], Lorre onze Papegaai [1698; WNT veer I].
Ontleend aan Maleis lori ‘lori (papegaaiensoort)’, nevenvorm van nori. Beide zijn oude en wijdverbreide Maleis-Polynesische woorden.
Lori is de verzamelnaam van een aantal Zuidoost-Aziatische geslachten van vogels (de loriidae) behorende tot de familie der Papegaaien. In deze betekenis is het woord internationaal, bijv. Engels lory, Duits Loris, Frans lori, naast Neolatijn Lorius als naam van een van deze geslachten. In het Nederlands werd het woord in de spreektaal verbasterd tot lorre en raakte het algemeen in gebruik als eigennaam, roepnaam of koosnaam voor allerlei soorten papepaaien die als huisdier werden gehouden.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

lori1 [papegaaiachtige vogel] {1682} < maleis luri (vgl. lorre).

lorre [naam van papegaai] {1735} < maleis luri, nevenvorm van nuri [papegaai (Molukken)], spaans loro, engels lory; mogelijk is de vorm lorre mede beïnvloed door het oudere nederlands lorevogel [lokvogel].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

lorre znw. m., naast (sedert 1600) lori, loeri < mal. loeri of noeri ‘papegaaiensoort van de Molukken’. Daaruit zijn ook overgenomen ne. lory, nory, fra. lori, spa. loro, port. louro.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

lorre (papegaai). Onomatopoëtisch.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

lorre (papagaai). Uit lori, loeri, dat sedert ± 1600 voorkomt en ontleend is uit mal. loeri, waarnaast noeri. Dit mal. woord is met de invoering van de vogel in Europa in de 16e eeuw in verschillende europ. talen ontleend: spa. loro, port. louro, it. nuro, fr. lori, eng. lory, hd. lori, lora m.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

lorre v., gelijk Eng. lory, door Sp. loro, uit Mal. lori, op de Molukken loeri, noeri: naam van den vogel.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

loerie s.nw.
Enigeen van verskeie soorte, dikw. helderkleurige, boomlewende voëls met prominente kuiwe en lang sterte.
Uit Ndl. lori (1682). Eerste optekening in Afr. by Leibbrandt (1882) in die vorm luri.
D. Lori, Eng. lory, Fr. lori, Maleis luri, Port. louro, Sp. loro. Vanuit vroeë Afr. in S.A.Eng. (1812).

N. van der Sijs (bezorger) (2003), Uit Oost en West. Verklaring van 1000 woorden uit Nederlands-Indië van P.J. Veth (1889), met aanvullingen van H. Kern en F.P.H. Prick van Wely (1910), Amsterdam. Gebaseerd op: Uit Oost en West. Verklaring van eenige uitheemsche woorden van P.J. Veth uit 1889, recensie van het werk van Veth door H. Kern in De Indische Gids van 1889, en ‘Etymologisch aanhangsel’ (p. 297-350) uit het Viertalig aanvullend Hulpwoordenboek voor Groot-Nederland van Prick van Wely uit 1910

lorre1 [bepaalde vogel]. Lorre, of de verkleinvorm Lorretje, is de gewone naam waarmee bij ons een papegaai, als huisdier in een kooi gehouden, wordt aangesproken. Dus bijvoorbeeld in Potgieters ‘Liedekens van Bontekoe’ (Verspreide en nagelaten werken, Poëzy, deel II, p. 28):
Ai! Lorretjen,
Kaporretjen,
Kapoe, kapoe, kapoe,
Houd mij je bekjen toe!
Ook bestaat er in onze taal een spreekwijze: ‘Hij is van lorretje [in zijn hersens?] gepikt’, dat is: hij is onnozel.

Men heeft dit woord afgeleid van het Spaanse loro (volgens het woordenboek van de Real Academia Española: lo mismo que papegayo [hetzelfde als papegaai]); zie M.J. Koenen, Sprokkelingen (Tiel 1888). Dat loro (of louro, wat ik als Portugees vind opgegeven) in Indië reeds vóór onze komst door onze Spaanse en Portugese voorgangers gebruikt werd, is zeker mogelijk, maar de oorsprong van dit woord is stellig, evenals kazuaris, kaketoe en andere namen van alleen in het oosten van de Archipel voorkomende dieren, in de talen van de Molukse en Papoease eilanden te zoeken. Die fraaie, borsteltongige, driekleurige papegaaien, de meest gezochte en geliefde als huisvogels die aan de zoölogen onder de naam van lori (lorius) bekend zijn, komen in al hun soorten bijna uitsluitend op genoemde eilanden voor. Hun inlandse naam luidt noeri of, door de gewone verwisseling van de liquidae, loeri, is ook in het Maleis overgenomen en is het eigenlijke grondwoord van lori, loro, louro en lorre te achten. [V]

lorie2 [bepaalde vogel]. Vermoedelijk afkomstig uit een van de talen van de Molukse en Papoease eilanden. Klanknabootsend? Zeker is het een bijvorm van noeri. Dit laatste heeft men volgens Hobson-Jobson in verband gebracht met het Portugese nur = licht. In 1430 reeds omschrijft Conti nori met ‘brilliant’, als vertaling van Poggio’s: ‘quos Noros appellant hoc est lucidos’ [die Noros heten, dat is ‘schitterend’]. [P]

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

lorre (Maleis loeri)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

lori papegaaiachtige 1682 [WNT] <Indonesisch

lorre naam van papegaai 1698 [WNT veer I] <Indonesisch

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal