Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

lomperik - (lomp persoon)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

lomp 2 bn. ‘grof, plomp’
Vnnl. lomp ‘grof, ongemanierd’ in die is lomp, maniereloos en grof [1615; WNT Supp. af], ‘plomp’ in trage en lompe visschen [1618; WNT vreemd].
Mogelijk hetzelfde woord als → lomp 1, met betekenisverandering o.i.v.plomp 1. Ook kan de overdr. bet. van lomp 1 invloed hebben gehad, vergelijk ‘smeerlap’, de ontwikkeling van Duits Lump ‘man in lompen; schoft’ in de 17e eeuw.
Het is onduidelijk of de vorm lompsch ‘dom’ die volgens Kiliaan [1599] verouderd was, hierbij hoort.
lomperik zn. ‘grof persoon’. Nnl. Klaas, dommerik, lomperik [1865-70; WNT klaas]. Afleiding met het achtervoegsel -erik van het bn. lomp 2. Opvallend is dat de oudste vindplaatsen alle uit Vlaanderen stammen.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal