Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

lomp - (vod)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

lomp 1 zn. ‘vod’
Mnl. mogelijk al in de afleiding lompere ‘voddenman, lompenhandelaar’ als toenaam in jan de lompere [1293; CG I]; vnnl. lompe ‘vod’ [1588; Claes 1994a], lompe ‘brok, windsel, lap’ [1599; Kil.].
Mhd. lumpe ‘lomp, vod’ (nhd. Lumpen ‘lomp, vod’); me. lumpe ‘klomp, stuk’ is misschien aan het mnl. ontleend (ne. lump); nzw. lump ‘vod’ (uit mnd.) < pgm. *lumpa- ‘brok, klomp’ (alleen West-Germaans).
Vermoedelijk behoren tot dezelfde wortel ook mhd. lampen ‘slap neerhangen’ en lempe ‘stuk vlees’; al deze woorden met een nasaalinfix bij de wortel van → lap. NEW zoekt verder verband met mnl. gelimp(e) ‘betamelijkheid’ [1477; Teuth.] dat staat naast mhd. gelimpf ‘gepast gedrag’, mnd. gelimp ‘gepastheid’ en oe. gelimp ‘gebeurtenis, geval’ en het sterke ww. ohd. gilimpfan ‘betamen’, met een oorspr. betekenis ‘slap neerhangen’. Het zou dan horen bij pie. *leb- ‘slap neerhangen’ (IEW 655-657), zie → lip. Het is echter niet duidelijk hoe de betekenis ‘betamen’ met ‘slap neerhangen’ te verbinden is.
Lit.: Bense 1926-1939, 39

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

lomp1* [vod] {lompe [windsel, lap] 1588} middelhoogduits lumpe [lap, vod], nederduits lempen, middelhoogduits lampen [slap neerhangen], met ingevoegde m, verwant met (zonder m) lap, lip, laf, die alle de grondbetekenis ‘slap neerhangen’ hebben.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

lomp 1 znw. v. ‘vod, brokʼ, sedert Kiliaen lompe ‘brok, windsel, lap, schunnig kledingstuk, lontʼ, laat-mhd. lumpe (nhd. lumpen) ‘lap, vodʼ, me. lumpe ‘klomp, stukʼ (ne. lump; tenzij dit eerst sedert 1300 bekende woord aan nl. ontleend is, vgl. Bense 201).Vgl. nnd. lempen, mhd. lampen ‘slap neerhangenʼ. — Met nasaal-infix bij de groep van lap.

Tot dezelfde wt. behoren mnl. ghelimp(e) m.v. ‘betamelijkheidʼ < oostelijk of duits dialect, vgl. mhd. gelimpf, glimpf ‘gepast gedragʼ (nhd. glimpf ‘toegefelijkheidʼ), mnd. gelimp ‘gepastheidʼ, oe. gelimp ‘gebeurtenis, toevalʼ, bij het ww. ohd. gilimpfan ‘gepast zijnʼ, oe. gelimpan ‘gebeurenʼ. Ook hier is een grondbet. ‘slap afhangenʼ aan te nemen, vgl. ook mhd. limpen ‘hinkenʼ (IEW 657).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

lomp I (vod, brok), sedert Kil., die voor lompe de bett. “brok, windsel, lap, schunnig kleedingstuk, lont” opgeeft. = laat-mhd. lumpe (nhd. lumpen) m. “lap, vod” (oorspr. ndd.), meng. lumpe “klomp, stuk” (eng. lump). Met ablaut on. leppr m. “haarlok, lap”? Zie echter lap. Mogelijk is verwantschap 1. met lat. lamberat “scindit ac laniat” (waarbij ier. lommar “bloot, kaal”??), ook echter 2. met oi. lámbate “hij hangt neer”, waarbij wellicht nog mhd. limpfen, eng. to limp, ouder-de. limpe, lumpe “mank gaan”; zie ook bij glimp. De beoordeeling van lomp wordt bemoeilijkt door het bestaan van woorden als klomp en lap, die in bet. en vorm er overeenkomst mee hebben. Zie ook lont.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

lomp I (vod). De onder 2. genoemde combinatie is de waarschijnlijkste. Ier. lommar ‘bloot, kaal’, onder 1. vermeld, eerder bij lat. liber ‘bast’ en verwanten (zie loof).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

lomp 2 v. (vod), + Hgd. lumpen, Eng. lump, behoort met lomp 1 bij lomp 4.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

lampen, lempen, zn. mv.: panden, slippen (van een jas of rok). Mhd. lampen ‘slap neerhangen’, lempe ‘stuk vlees’, E. limp ‘zwak, slap, week’ op basis van de bet. ‘los hangen’ (Onions), Oind. lámbate ‘hangt naar beneden, zinkt’. Met nasaalinfix < Idg. *leb- ‘slap neerhangen’. Verwant met lap, lomp.

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

lumpe, lunte (DB), zn. v.: slechte koffie, slappe koffie. Var. van lomp ‘lor, vod’. Of met klinkerronding voor mp uit limpe ‘slet’?

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

lomp I: s.nw., stuk; vod; Ndl. lomp (sedert Kil lompe), Hd. lumpen, Eng. lump, herk. onbek.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Lomp, van den Germ. wt. limp = slap en zwaar hangen, vroeger toegepast op een afhangend stuk goed, een lap, dat er mee verwant is; als bijv.nw.: zwaar, sleepend van gang of vorm zijnde, daarna: ook in zijn houding tegenover anderen, dus onbehouwen, onbeschoft.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

lomp ‘vod’ -> Deens † lump ‘vod’ (uit Nederlands of (Neder- of Hoog-)Duits); Noors lump ‘vod’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds lump ‘vod’ (uit Nederlands of Nederduits); Fins lumppu ‘vod’ <via Zweeds>; Negerhollands lomp ‘vod’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

lomp* vod 1588 [Claes]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal