Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

loft - (type appartement)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

loft zn. ‘type appartement’
Nnl. loft ‘grote, als woning ingerichte dakverdieping van een gebouw’ in drie gigantische ‘lofts’ (in New York) [1990; NRC], de loft van het Atrium-gebouw (in Amsterdam) [1991; NRC].
Ontleend aan Amerikaans-Engels loft, i.h.a. ‘vliering, zolder(kamer), ruimte onder het dak’ [voor 1300; OED], in het Amerikaans-Engels ook specifiek ‘een van de bovenste verdiepingen van een pakhuis of fabriekspand’ [16e eeuw; OED]. Het Engelse woord is ontleend aan Oudnoords loft, nevenvorm van lopt ‘lucht, hemel, zolderkamer’, hetzelfde woord als → lucht.
De benaming raakte in de Verenigde Staten in zwang toen veel oude fabriekspanden werden omgebouwd tot woongebouwen: de ruime maten maakten hoge, vrij indeelbare woningen zonder tussenmuren mogelijk.

Dateringen of neologismen

F. Bakker, E. van Ruijsendaal, P. Uljé, D. van Zijderveld, Vindpunt.nl – elektronisch doorzoekbare Woordenlijst Overbodig Engels met Nederlandse tegenhangers, uitgebreide en verbeterde voortzetting van de boekuitgaven Funshoppen in het Nederlands (2009) en Op-en-Top Nederlands (2015)

loft zn. Ontleend aan het Engels.
= zolderwoning, nokwoning, atelierwoning, onderdákwoning.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal