Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

link - (gevaarlijk)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

link 2 bn. ‘leep; gevaarlijk’
Nnl. link (Bargoens) “slecht, kwaad, hard” [1840; Moormann], ook “niet pluis, gevaarlijk” in het is er veel te link geworden [1906; Boeventaal].
Wrsch. hetzelfde woord als mnl. linc ‘linker’, zie → links. Gezien de late attestatie van de huidige betekenis is het woord misschien indirect ontstaan als terugvorming uit vnnl. lincker ‘bedrieger, schelm’ [1622; WNT linker I], dat een afleiding van linc ‘links’ is. Linkshandigheid werd als minderwaardige eigenschap en afwijking van de norm beschouwd. Zie ook → verlinken.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

link3* [barg.: leep, gevaarlijk] {linck [links] 1599; de betekenis ‘leep’ 1890} is de oorspronkelijke vorm van links1, dit in de betekenis ‘gevaarlijk’ en ‘slim, glad’. Van oudsher is links geassocieerd met ongunstig. Men oriënteerde zich op de opgaande zon en had het Noorden, waar het dodenrijk lag, aan de linkerhand, vgl. voor de Oudheid sinister.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

link 2 bnw. ‘linker, (barg. volkstaal) slim, vals, gevaarlijk, dwaasʼ (schooltaal) ‘fijnʼ. — Vgl. Kiliaen linck, mnd. link, mhd. linc, lenc (nhd. link) en verder ohd. lenka v. ‘linkerhandʼ. Daarnaast staat slinks. — Zie verder: linker en links.

De etymologie is niet zeker. — 1. Verband met nzw. slinka ‘niet stevig ergens aan vast zittenʼ en linka, lanka ‘hinkenʼ, lunka ‘langzaam gaanʼ. Uitgaande van *slinka kan men teruggaan op het ongenasaleerde *slaka, waarvoor zie: slaken (zo twijfelend IEW 960). — 2. Daarentegen FW 391 verband met mnl. linken ‘buigen, vouwenʼ (éénmaal; uit het duits?) mnd. lenken ‘buigen, wenden, richtenʼ, mhd. lenken ‘id.ʼ, oe. hlencan ‘vlechtenʼ, vgl. ofri. hlenzene v. ‘verkrommingʼ. Dit ww. verder bij mnl. lanke, ohd. hlancha, lancha ‘buigzaamʼ, os. hlanca ‘heupʼ, oe. hlence v. ‘ketting, panserʼ (ne. link), on. hlekkr m. ‘ring, boeiʼ. — lat. clingere ‘omgordenʼ, osl. klęknati ‘knielenʼ. (IEW 603). Dan is linker dus eig. ‘gebogen, scheefʼ, in tegenstelling, tot rechter. — Andere woorden voor ‘linkerʼ zijn 1. mnl. luchter, lufter (nog in oostnl. zie kaart bij vGinneken Taaltuin 2, 1933-4, 191), fri. lofter, afgeleid van mnl. lucht ‘linksʼ, nnd. lucht, vgl. oe. lyft, left ‘zwakʼ (ne. left ‘linkerʼ); misschien te verbinden met loof 2. — 2. os. winistar, ohd. winistar, ofri. winstere, oe. winstre, on. vinstri, dat men gewoonlijk verklaart als de (bij het offer of bij een omen) gunstige zijde, maar zie daartegen Huisman KZ 71, 1953, 105). — got. hleiduma, eig. ‘de scheefsteʼ, vgl. lat. clivium auspicium. — Het grote aantal woorden voor ‘linkerʼ wijst op het sterk affectieve karakter van dit begrip, waardoor taboe-verschijnselen konden optreden. — Voor de bet. ontw. in malam partem (zoals ook in slinks) is er aan te herinneren, dat wegens de oostoriëntatie in de cultus, de linkerzijde met het noorden verband hield en dus met de wereld van de doden en de demonen. Sacrale handelingen werden daarom steeds met de rechterhand gedaan (zoals offeren, voedsel aanvatten, schrijven), zoals wij dit reeds in Egypte vinden en dit moest leiden zowel tot een geringschatting als tot een mindere geoefendheid van de linkerhand.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

link* Bargoens: leep, gevaarlijk 1890 [WNT]

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

link (← Eng. ‘schakel’), verbinding naar een andere plaats op het Internet*. Wordt meestal onderstreept en in het blauw weergegeven. Wanneer de gebruiker met de muis* op zo’n link klikt, verandert het pijltje in een handje. → hyperlink*, hypertext*.

Verder stuit je in de meeste artikels wel op een of andere link, die je meteen doorsluist naar de pagina waar meer over het desbetreffende onderwerp te vinden is. (NetWerk, januari 1998)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal