Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

lift - (hijstoestel)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

lift 1 zn. ‘hijstoestel’
Nnl. de liften ... schijnen slechts één ongerief te hebben [1891; WNT].
Ontleend aan Engels lift ‘hijstoestel voor goederen’ [1851; BDE] en ‘hijstoestel voor personen’ [1861; BDE], een betekenisvernauwing van ‘het optillen’ [1470-85; OED], zelf een afleiding van het werkwoord lift ‘omhoog verplaatsen, optillen’ [1300; OED], zie → lucht.
Engelse lift wordt in de betekenis ‘hijstoestel’ inmiddels alleen nog gebruikt in het Brits-Engels.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

lift [hijstoestel] {1891} < engels lift, van to lift, middelengels liften, lyften, oudnoors lypta, zweeds lyftalichten.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

lift znw. m. (laatnnl.) ‘hijstoestel in een gebouw’ < ne. lift van het ww. lift ‘optillen’, oe. lyftan, afgeleid van loft ‘dakvertrek’ (waarvoor zie: lucht).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

lift znw. Nnl. uit eng. lift.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

lift (Engels lift)

L. Koenen, R. Smits (1992), Peptalk, De Engelse woordenschat van het Nederlands

lift [lift] 1. apparaat waarin mensen of goederen mechanisch omhoog en omlaag vervoerd worden; 2. het gratis mee mogen rijden in een auto.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

lift ‘hijstoestel’ -> Fries lift ‘hijstoestel’; Indonesisch lift ‘hijstoestel’; Javaans lift ‘hijstoestel’; Papiaments left ‘hijstoestel’.

Dateringen of neologismen

F. Bakker, E. van Ruijsendaal, P. Uljé, D. van Zijderveld, Vindpunt.nl – elektronisch doorzoekbare Woordenlijst Overbodig Engels met Nederlandse tegenhangers, uitgebreide en verbeterde voortzetting van de boekuitgaven Funshoppen in het Nederlands (2009) en Op-en-Top Nederlands (2015)

lift zn. Ontleend aan het Engels.
[vervoer] = duimrit. We hadden geen geld voor een kaartje naar Parijs. Dus namen we een duimrit.

lift, in de ~zitten uitdr. Ontleend aan het Engels.
[alg.] = de wind mee hebben, gestaag groeien, in opkomst zijn. Sinds de overheid elektrische auto's subsidieert, zijn ze in opkomst.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

lift hijstoestel 1891 [WNT] <Engels

J. Posthumus (1986), A Description of a Corpus of Anglicisms, Groningen

lift, plural liften [ʹlɪft/ən] Koenen 1940; Koenen 1974; Van Dale 1976. Compounds/derivations: liftdeur; cabinelift, gondellift, monolift, skilift (Koenen 1974; Van Dale 1976), sleeplift, stellinglift, stoeltjeslift (Koenen 1974; Van Dale 1976), welvaartslift; in de lift zitten (Koenen 1974; Van Dale 1976). Loanword from English lift n. (= (Am.) elevator)

lift, only in compounds. Koenen 1974; Van Dale 1976. derivation: liften v. [ʹlɪftən] (Koenen 1974; Van Dale 1976). lifter n. [ʹlɪftər] (Koenen 1974; Van Dale 1976). Editorial comment: As English has no corresponding verb ‘lift’ or noun ‘lifter’ - the English terms are ‘hitchhike’ and ‘hitchhiker’ - the Dutch terms must have been derived from the borrowed base-form ‘lift’ via the regular Dutch morphological processes. Loanword from English lift n. (= free ride)

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal