Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

-liet - (-steen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

-liet achterv. ‘-steen’
Nnl. in chrysoliet ‘bleekgroene edelsteen’ [1782; WNT steen], coprolithen ‘versteende dierlijke uitwerpselen’ [1844; WNT versteening], aërolithen (mv.) ‘meteoorstenen’ [1867; WNT urano- II], monoliet ‘steenblok uit één stuk’ [1909; WNT Aanv.], megalithen (mv.) ‘prehistorische monumenten van een of meer grote stenen’ [1927; WNT Aanv. megaliet].
Internationaal achtervoegsel (o.a. Engels -lite, -lith, Frans -lit(h)e) waarmee namen van mineralen, gesteenten, (edel)stenen e.d. worden gevormd, op basis van Grieks líthos ‘steen’, zie → litho-.
Slechts enkele van de woorden op -liet bestonden al in de oudheid, bijv. Grieks monólithos (bn.) ‘uit één steen’ (nnl. monoliet ‘steenblok uit één stuk’) en khrūsólithos ‘topaas’, letterlijk ‘gouden steen’ (nnl. chrysoliet ‘bleekgroene edelsteen’). De meeste zijn echter pas in de 19e eeuw of later gevormd als wetenschappelijke neologismen. Het eerste woordelement wordt daarbij meestal ook uit het Grieks gekozen, bijv. mégas ‘groot’ in megaliet, āḗr ‘lucht’ in aeroliet.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

-liet (Grieks -lithos)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal