Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

lee - (scharnier)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

lee2* [scharnier] {lede [lid, gewricht, scharnier] 1201-1250} verwant met lid1; de grondbetekenis van lid is ‘bewegen, draaien’.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

lee 1, zn.: hengsel, scharnier. Door d-syncope uit Mnl. lede ‘scharnier’. Vnnl. 1562 leden van eender duere ‘les pentures d’un huys’ (Lambrecht), 1599 lede, harre ‘deurpen’ (Kiliaan). Lede is een var. van Ndl. lid (het lichaamsdeel), dat op de grondbetekenis ‘buigzaam’ teruggaat.

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

lee 2, zn.: hengsel, scharnier. Door d-syncope uit Mnl. lede ‘scharnier’. Vnnl. 1562 leden van eender duere ‘les pentures d’un huys’ (Lambrecht), 1599 lede, harre ‘deurpen’. Lede is een var. van Ndl. lid (het lichaamsdeel), dat op de grondbetekenis ‘buigzaam’ teruggaat. Zie lee 1.

letteke, zn. o.: schakeltje van een halsketting. Dim. van lid, Mnl. lit, let, dat niet alleen ‘lid van het lichaam, gewricht’ betekent, maar ook ‘schakel’.

F. Debrabandere (2005), Oost-Vlaams en Zeeuws-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de Oost- en Zeeuws-Vlaamse woorden, Amsterdam

leen 5 (Al, B, W), lene (G, L, ZO), zn. v.: scharnier. Ontstaan uit leen, mv. van lede, lee 'scharnier'. Mnl. lede 'scharnier', Vnnl. 1562 leden van eender duere 'les pentures d'un huys' (Lambrecht), 1599 lede, harre 'deurpen' (Kiliaan); 1683 de ijsere lede van den coeffer, Gent (LC). Lede is een var. van Ndl. lid (het lichaamsdeel), dat op de grondbetekenis 'buigzaam' teruggaat. Vgl. leen 1.

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

lee 1 (DB), zn. v.: scharnier. Door d-syncope < lede. Mnl. lede ‘scharnier’, Vroegnnl. lede, harre ‘cardo, ferramentum cardinis’ (Kiliaan). Var. naast lid, Wvl. led ‘gewricht, scharnier’. Germ. *liþu, Idg. el- ‘buigzaam’.

lene 2 (DB, D, K, R), zn. v.: scharnier. Ontstaan uit leen, mv. van lede, lee ‘scharnier’. Mnl. lede ‘scharnier’, Vroegnnl. 1562 leden van eender duere ‘les pentures d’un huys’ (Lambrecht), lede, harre ‘cardo, ferramentum cardinis’ (Kiliaan). Lede is een var. van Ndl. lid (het lichaamsdeel), dat op de grondbetekenis ‘buigzaam’ teruggaat.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal