Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

larve - (eerste levensfase van o.a. insecten)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

larve zn. ‘eerste levensfase van o.a. insecten’
Vnnl. larve ‘boze geest’ in Eert-mans, Wit-vrouwen, Alven, Larven ‘aardmannetjes, heksen, alven, boze geesten’ [ca. 1580; WNT]; nnl. larven ‘levensstadium van insect, amfibie enz.’ in de larven ... of witte wormen, waar de meikevers uit voortkomen [1836; WNT worm I].
In de oudste betekenis ‘kwade geest’, die in het Nederlands verdwenen is, ontleend aan Latijn lārva ‘kwade geest; afschrikwekkend masker’, wrsch. afgeleid van Lār ‘huisgod’ en dan wellicht van Etruskische oorsprong. De huidige, internationale wetenschappelijke betekenis is overgenomen van Neolatijn larva ‘geest, masker’, die werd geïntroduceerd door de Zweedse bioloog Linnaeus (1707-1778): het larvestadium van insecten, amfibieën, bepaalde vissen en kreeftachtigen verbergt of maskeert als het ware het volwassen stadium, waarvoor Linnaeus de term → imago introduceerde.
Als purisme bestond en bestaat nog wel de leenvertaling masker ‘larve’ [1810; WNT verpoppen], zie → masker.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

larve, larf [bij dieren met gedaanteverwisseling de vorm waarmee het dier het ei verlaat] {larue, larwe ca. 1580} < frans larve [idem] < latijn larva [spook, boze geest; masker], verwant met lar [huisgod] (vgl. laren).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

larve znw. v., sedert Kiliaen larve (Ger. Sicamb. Sax. Fland.) zowel ‘larva’ als ‘lamia’ < mhd. larve (14de eeuw). — Het lat. larva ‘spook, geest; masker’, oudlat. larua < *lāṣou̯ā, is met ablaut verbonden met lat. lares ‘geesten’. Het gebruik demonen bij bepaalde gelegenheden door gemaskerde personen te laten optreden leidde tot de bet. ‘masker’. Sedert het einde van de 18de eeuw gaat het ook ‘larve van een insect’ betekenen, eig. ‘het masker, waar achter zich het ware wezen verbergt’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

larve znw., sedert Kil., die het woord “Ger. Sax. Sicamb. Fland.” noemt en de bet. “larva: et lamia” opgeeft. [Een ander larve, larwe “lingua” vermeldt hij ook.] Ontleend uit lat. larva, wsch. door hd. bemiddeling. Hd. larve v. komt reeds ± 1500 veel voor, laat-mnd. reeds lerve v.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

larve. Mhd. larfe v. sedert de 14e eeuw.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

larve v., uit Lat. larva = spook, mom.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

larwe s.nw.
Eerste stadium van ontwikkeling uit die eier in die lewensiklus van verskillende laer diere wat 'n gedaanteverwisseling ondergaan.
Uit Ndl. larve (ongeveer 1580).
Ndl. larve uit Fr. larve uit Latyn larva 'spook, bose gees, masker'. Die larwe word so genoem omdat die volwasse stadium as 't ware daardeur gemasker of verberg word.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

larwe: ontwv. uit eier by bep. insekte; Ndl. larve (sedert Kil larve, uit 14e-eeuse Mhd. larve) uit Lat. larva, “huisgees; masker” (vgl. ook Lat. lar (mv. lares) “huisgees”) – die larwe as ’n “gemaskerde lewensv.” beskou.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

larve bij dieren met gedaanteverwisseling de vorm waarmee het dier het ei verlaat 1580 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal