Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

lamprei - (jong konijn)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

lamprei 2 zn. ‘jong konijn’
Mnl. lampreel ‘konijn’ [1479; MNW-P]; vnnl. lampreel, lampraes ‘konijn’ [1599; Kil.], lamprey ‘jong konijn’ [1626; WNT].
Mnl. lampreel is ontleend aan Oudfrans lapriel, laperel ‘konijn’ [1320; FEW] (Nieuwfrans lapereau), met in het Nederlands invoeging van -m- voor -p- zoals ook in → pompoen. Oudfrans lapriel is van onzekere herkomst; men vermoedt wel verband met een Iberisch woord *lappa ‘platte steen’ (Portugees lapa ‘grot, hol’), waarbij het konijn als ‘dier dat in holen leeft’ zou zijn benoemd, vergelijk Portugees laparó ‘jong konijntje’. Een andere mogelijkheid is dat lapriel teruggaat op Latijn leporellus, verkleinwoord van lepus (genitief leporis) ‘haas’, een Zuid-Europees substraatwoord; de -a- in lapriel verklaart men door volksetymologische invloed van laper ‘gulzig eten’. De jongere vorm lamprei ontstond wrsch. onder volksetymologische invloed van → lamprei 1 ‘bepaalde vissoort’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

lamprei1 [jong konijn] {lampreel 1301-1400} < oudfrans laperel (frans lapereau, waarnaast lapin), van laper [likken], dat uit het germ. stamt, vgl. labben [likken].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

lamprei 1 znw. o. ‘jong konijn’, heette ouder lampreel (in Reinaert eigennaam van het konijn) < ofra. laperel (nfra. lapereau) ‘jong konijn’, waarnaast later lapin opkwam. Men leidt laperel van een fra. laper ‘likken’ af (Meyer-Lübke Nr. 4905).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

lamprei I (jong konijn) o. In de plaats gekomen, wsch. onder invloed van lamprei II, voor Kil. lampreel “konijn”, in Reinaert II den eigennaam van ʼt konijn. Dit gaat op ofr. laperel (fr. lapereau) “jong konijn”terug, een dimin. bij lapin “konijn”, dat misschien weer uit het Germ. komt. Van lampraes (o.a. bij Kil.) “jong konijn” zoekt men den oorsprong wel in het ofr. mv. lapereaus. Of zou ʼt misschien den uitgang -aes naar analogie van haas I hebben aangenomen?

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

lampraas 1, lampree1, lamprei o., nasaleeringen van Ofra. dimin. van lapin = konijn, welks oorsprong onbekend is. Het Nfra. zegt lapereau. Wellicht is de nasaleering van *lapreel te wijten aan Lampe, naam van den haas in den Reinaert. Lampe echter heeft geen verband met lapin, maar is verkort uit Lambrecht.

lampraas 1, lampree1, lamprei o., nasaleeringen van Ofra. dimin. van lapin = konijn, welks oorsprong onbekend is. Het Nfra. zegt lapereau. Wellicht is de nasaleering van *lapreel te wijten aan Lampe, naam van den haas in den Reinaert. Lampe echter heeft geen verband met lapin, maar is verkort uit Lambrecht.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

rampeneel (DB, B), zn. o.: jong konijn. Door dissimilatie (of een soort metathesis) uit Mnl. lampreel ‘konijntje’, met epenthesis van nasaal < Ofr. laperel, lapriel > Fr. lapereau.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

lamprei jong konijn 1301-1400 [MNW] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal