Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

laar - (open plaats in het bos)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

laar zn. ‘open plaats in een bos’
Onl. lār in de plaatsnamen Brocenlar ‘(onbekende plaats in Noord-Holland)’ [802-817, kopie 1150-58; Künzel], Roslar ‘Roeselare’ (West-Vlaanderen) [821, kopie ca. 1300; Gysseling 1960], Hlara ‘Laarseberg bij Rhenen (Utrecht)’ [855, kopie ca. 900; Künzel], Hlarashem ‘Leersum (Utrecht)’ [11e eeuw; Künzel]; mnl. laer in ane den wech te lare ‘aan de weg in Laar (Brabant BE)’ [1294; CG I]; vnnl. laer ‘veld, open veld, onbebouwd land’ [1599; Kil.].
Herkomst onzeker. Het woord komt alleen voor in het Nederlands, het Nederduits en sporadisch in het Hoogduits, en wordt wel beschouwd als de zelfstandige vorm van een algemener West-Germaans bn. met de betekenis ‘leeg’, zie onder. Dit is echter niet wrsch., omdat de Oudnederlandse attestaties met hlar- wijzen op een oorspr. Germaanse beginklank *hl-. Ook in het Duits komt hlar- voor in plaatsnamen: Hlarfliata ‘Larrelt (Aurich, Nedersaksen)’ [10e eeuw; Gysseling 1960, 596].
Os. en ohd. lār en hlār (in plaatsnamen, zie boven). Als de oorsprong van laar pgm. *hlēra- is, is de verdere etymologie geheel onbekend; misschien < pie. *kleh1-ro- en dan verwant met Latijn clarus ‘helder, lichtend’ < pie. *klh1-ro-.
Het genoemde bn. met de betekenis ‘leeg’: os. lāri; ohd. l(e)āre (nhd. leer); oe. gelǣr; < pgm. *lēzia- ‘leeg’ (alleen West-Germaans); de verdere herkomst van dit bn. is onduidelijk, maar wrsch. is het afgeleid van de stam van het sterke werkwoord → lezen < pgm. *lesan- in de oude betekenis ‘verzamelen’: op de gemaaide, lege akker mocht men aren lezen.
In het Oudnederlands en het Oudhoogduits komt het woord alleen voor in plaatsnamen. De betekenis valt dan ook niet met zekerheid te reconstrueren. Volgens Gysseling (1960) betekent hlār ‘bosachtig, moerassig terrein’; volgens Künzel betekent het ‘intensief benut bos’, een betekenis die beter valt te koppelen met het latere ‘open plaats in het bos’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

laar1* [open plaats in het bos] {in de vroegere Noord-Hollandse plaatsnaam Brocenlar <751-800>, laer [broekland, drassig land] 1248} oudhoogduits hlār [weideplaats], mogelijk verwant met oudengels hlēo [beschutting] en dan te verbinden met latijn calere [warm zijn] → luw.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

laar 1 znw. o. ‘open plaats in een bos’ vooral in plaatsnamen, ook met bet. ‘moerassig land’, mnl. laer ‘open veld, onbebouwd veld’, Kiliaen laer (Germ. Sax.), nnd. lār (in plaatsnamen).

Het best te verbinden met os. ohd. lāri (nhd. leer), oe. (ge)lære ‘leeg’ < grondvorm *lēzia ‘waar gelezen of bijeengeraapt mag worden’ en wel gezegd van het afgemaaide veld, waar de armen de aren mochten lezen. Vandaar dus ‘leeg, open gebied’. — Andere verklaringen gaan uit van een grondvorm *hlāra, die Lohmeyer en Jellinghaus verbonden hebben met mnl. liere ‘wang’ dus eig. ‘grasplek aan de helling van een heuvel’ (maar de klinker maakt deze verbinding bezwaarlijk).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

laar 2 o. (weide, boomgaard), Mnl. laer, lare, Onfra. *hlâra, *hlâri + Hgd. lar, ler: misschien = clairière, en verw. met Lat. clarus: z. klaar.

Thematische woordenboeken

G. van Berkel & K. Samplonius (2018), Nederlandse plaatsnamen verklaard

laar 'intensief benut bos, bosweide'
Het toponymisch grondwoord laar 'intensief benut bos, bosweide' heeft betrekking op de uitbating van een bosgebied begroeid met beuken en eiken. Het grondwoord komt met name in het oosten en zuiden van Nederland voor, in het Fries-Hollandse gebied is het zeldzaam. Vroeger werd laar omschreven als 'open plek in een bos, bosweide'. Tegenwoordig neemt men aan dat het toponiem oorspronkelijk het door de nabije bewoners intensief benut gedeelte van het bos aanduidde. Men hoedde er varkens en ander kleinvee, haalde er strooisel voor de stal (dat na gebruik voor bemesting werd gebruikt), sneed er loof voor wintervoer en haalde er hout voor brandstof en woningbouw. Dit intensieve gebruik leidde tot een degeneratie van het bos, dat kaal werd en soms zelfs verviel tot heide. De naam laar bleef echter in gebruik. Zo treedt in Brabant en Vlaanderen, mogelijk ook elders, in de loop der tijd, naarmate meer bos verdween, een betekenisverschuiving op naar 'kaal weidegebied (veelal in gemeenschappelijk gebruik)'. Oude attestaties met hlar- wijzen op een afleiding van de Indo-Europese wortel kel 'bescherming bieden', vergelijk ono. hlé 'beschutting' en oe. hlose 'beschutte plaats, onderkomen, speciaal van varkens'. Dat het verband van laar met de varkenshouderij oud is, blijkt ook uit de Lex Salica (6e eeuw, kopiën 8e en 9e eeuw), waar een zeug binnen een omheining wordt aangeduid als onl. *hlerichalti, een samenstelling van hler 'laar' en chalti, mnl. gelte 'niet drachtig vrouwelijk dier, zeug'.
Oudste attestaties in Nederlandse plaatsnamen: waarschijnlijk 802-817 kopie 1150-1159 in uilla Brocenlar (ligging onbekend, bij Wieringen)1 en 855 kopie 9e of begin 10e eeuw in uilla Hlara (Laarseberg, terrein ten oosten van Rhenen, → Laareind2)2.
Lit. 1Künzel e.a. 1989 100, 2Idem 216.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

laar ‘(verouderd) onbeduidend vrouwspersoon’ -> Frans dialect lårikène; lâbrikinne; laroke ‘publieke vrouw; onverschillige vrouw; nietsnut, vagebond’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

laar* open plaats in het bos 0751-800 [Claes]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal