Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kwitantie - (betalingsbewijs)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

kwitantie zn. ‘betalingsbewijs’
Mnl. quitancie ‘schriftelijke verklaring van ontvangst’ in bezeglen ... quitancien van ontfange [1358; MNW signet], quitanche ‘kwijtschelding’ [1361-62; MNHWS], ‘verklaring dat voldaan is aan een (geldelijke) verplichting’ in betaelt, ende quitancie daer af gegeven [1432; MNW-R].
Ontleend aan Oudfrans quittance ‘schriftelijke verklaring dat aan een verplichting is voldaan’ [13e eeuw; Rey], eerder al ‘kwijtschelding’ [ca. 1155; Rey], afleiding van quitter ‘kwijtschelden, bevrijden’, afleiding van quitte, zie → quitte en → kwijt. Een andere mogelijkheid is dat quittance gevormd is bij de middeleeuws-Latijnse juridische term quitare ‘kwijtschelden’, die teruggaat op vulgair Latijn quietare ‘doen rusten’, een afleiding van Latijn quietus ‘rustig’, waarvoor zie eveneens → quitte.
kwiteren ww. ‘voor voldaan tekenen’. Mnl. quiteren ‘kwijtschelden’ [ca. 1483; MNW]; vnnl. quiteren ‘op schrift stellen dat een betaling voldaan is’ [1534; WNT]. Ontleend aan Oudfrans quitter ‘kwijtschelden, bevrijden’ [ca. 1135; Rey] of rechtstreeks aan middeleeuws Latijn quitare ‘kwijtschelden’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

kwitantie [kwijting] {quitanche 1361-1362} < middeleeuws latijn quitantia of < frans quittance [idem] (vgl. kwijt).

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

kwijten. Het znw. kwitantie < mlat. quitantia, quiêtantia is al mnl., laat-mnd., mhd.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

kwitantie (Frans quittance)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

kwitantie ‘kwijting’ -> Duits dialect Kwitanti ‘kwijting’; Russisch kvitáncija ‘kwijting’; Oekraïens kvitáncija ‘kwijting’ <via Russisch>; Wit-Russisch kvitáncyja ‘kwijting’ <via Russisch>; Ambons-Maleis kwitansi ‘kwijting’; Boeginees kuitânsi ‘kwijting’; Jakartaans-Maleis kwitangsi ‘kwijting’; Kupang-Maleis kwitansi ‘kwijting’; Madoerees kuwitansi, kuwitangsi ‘kwijting’; Menadonees kwitansi ‘kwijting’; Ternataans-Maleis kwitansi ‘kwijting’; Singalees kuvitansi-ya, kuvitānsi-ya ‘kwijting’; Negerhollands quittantie, quittansche ‘kwijting’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

kwitantie kwijting 1361-1362 [HWS] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal