Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kwast - (knoest)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

kwast 2 zn. (NN) ‘plek in hout, knoest’
Mnl. in de afleiding quastich ‘knoestig’ in hout dat ... oneffen ende ... quastich is [15e eeuw; MNW]; vnnl. quast oft ast ‘knoest in hout’ [1567; Nomenclator], ‘lelijke plek in hout’ in aen een schoon buffet een quast, of reet, of splinter ‘in (het hout van) een mooi buffet een kwast, spleet of splinter’ [1625; WNT].
Wrsch. hetzelfde woord als → kwast 1; de betekenis heeft zich dan ontwikkeld van ‘verstrengelde twijg’ via ‘knoestige twijg’ naar ‘knoestige plek in hout’.
Wrsch. komt uit de betekenis ‘lelijke, harde plek’ ook de betekenis ‘lompe, onbehouwen kerel’ voort, zoals in weduwe van ... een harden, rauwen quast [1635; WNT kwast II], die in wat afgezwakte vorm nog altijd bestaat in malle kwast ‘rare kerel’ [1899; WNT brief], rare kwast ‘id.’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

kwast1* [knoest] {1599} hetzelfde woord als kwast2.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

kwast 2 znw. m. ‘knoest in hout’, mnl. mnd. quast. Dit zal wel hetzelfde woord zijn als kwast 1, misschien van bijv. een wilgenknoest, waar een bosje twijgen uit te voorschijn gegroeid is.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

kwast 2 m. (knoest), Mnl. quast + Osl. gvozdĭ = wig, spijker.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

kwast, zn.: drinkebroer, brasser, verkwister; losbol, rare snaak. Ook Vlaams ‘brasser’. Overdr. bet. van Ndl. kwast ‘grof penseel, kwispel’. Ook kwispel betekent nl. ‘drinkebroer, kwibus, rare kwast’.

F. Debrabandere (2005), Oost-Vlaams en Zeeuws-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de Oost- en Zeeuws-Vlaamse woorden, Amsterdam

kwast (G, ZO), zn. m.: losbol, brasser, verkwister. Overdr. bet. van Ndl. kwast 'grof penseel, kwispel'. Ook kwispel betekent 'drinkebroer, kwibus, rare kwast'.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

2kwas s.nw.
1. Harde, donker plek in hout, gevorm deur 'n tak wat dwars uit die stam van die boom gegroei het. 2. (ongewoon) Lastige, moeilike persoon. 3. (gewoonlik in die mv. kwaste) Persoonlike gebrek, swakheid of nuk.
In bet. 1 en 2 uit Ndl. kwast (1599 in bet. 1, 1663 in bet. 2). Bet. 3 het in Afr. self ontwikkel, wsk. na aanleiding daarvan dat 'n persoonlike gebrek, swakheid of nuk aan die swak, onreëlmatige plek in hout herinner. Eerste optekening in Afr. in bet. 2 by Pannevis (1880) in die vorm kwast.

A.A. Weijnen (2003), Etymologisch dialectwoordenboek, Den Haag

kwaoës lange gesnoeide tak (Veluwe). = no. en dee. kvas ‘kleine afgesneden twijg’. De i.e. wortel daarvan vindt men ook in: kwast, lat. vespices ‘struikgewas’, oudservisch gvozd ‘woud’, oind. guṣpítá ‘ineengestrengeld’ en toskisch gjethe ‘twijg’.
Van Schothorst 162, IEW 480.

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

kwast (DB), zn. m.: brasser, drinkebroer, verkwister. Overdr. bet. van Ndl. kwast ‘grof penseel, kwispel’. Ook kwispel betekent nl. ‘drinkebroer, kwibus, rare kwast’.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

kwast ‘knoest, uitwas’ -> Frans dialect cwasse de vê ‘kalfszwezerik, lett. uitgroeisel van een kalf’; Papiaments † kwastje ‘knoest’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

kwast* knoest 1567 [Junius 166a-b]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal