Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kuut - (vogelnaam)

Etymologische (standaard)werken

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

kuutje o., dimin. van kute.

Thematische woordenboeken

K.J. Eigenhuis (2004), Verklarend en etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen, Amsterdam

Kuut Wieringer volksnaam voor de Wulp [Van IJzendoorn 1948; B&TS], vooral onder de lokale jagers, maar er zijn ook mensen op Wieringen die de achternaam Kuut (ook gespeld Kuit) dragen. De iets kleinere Regenwulp, die in het voorjaar in de maand mei doortrok, werd door deze jagers Meikuutje ↑ genoemd.
Kuut moet geacht worden een zuivere onomatopee te zijn (net als weerts Kluut en limburgs Kliet [B&TS]), maar de roep van de Wulp is duidelijk tweedelig, zodat namen als Kuliet en Kuluut, en ook Alievogel, beter zijn.
Opmerkelijk is dat de jagers óók nog de “Gevlekte Wulp” kenden ↑; dit zou de Dunbekwulp geweest kunnen zijn.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal