Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kurassier - (cavalerist, voorzien van helm en kuras)

Etymologische (standaard)werken

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

kurassier znw. m., sedert eind der 16de eeuw, nhd. kurassier, eerst sedert 1616 bekend, beide uit fra. cuirassier ‘met kuras voorziene zware ruiter’. Reeds 1449 vindt men nhd. küresser, gevormd van kürisz, kürasz.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

kurassier znw., sedert eind 16. eeuw. Uit fr. cuirassier Kil. kurisser is van oudnnl. kuris(se) gevormd.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

carassier, karassier, karresier, kerresier, zn.: heerszuchtig persoon, bazige vrouw. Met voortonig versterkte klinker uit kurassier ‘manwijf, dragonder’, oorspr. een cavalerist met helm en kuras. Uit Fr. cuirassier, afl. van cuir ‘leer’. Vgl. Wvl. kurassier ‘iemand met stalen gestel’. Deze varianten verraden ook verwarring met carrossier ‘rijtuigmaker, voerman’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal