Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kroniek - (geschiedverhaal)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

kroniek zn. ‘geschiedverhaal’
Mnl. coronike, cronike ‘geschiedverhaal, boek waarin historische gebeurtenissen chronologisch worden vermeld’ in die Vrancsche coronike, wie si waren ende wanen si quamen ‘de geschiedenis van de Franken, wie zij waren en vanwaar zij kwamen’, alse die cronike seghet ‘zoals de kroniek vertelt’ [beide 1300-25; MNW-R]; vnnl. Hier beghint dat eerste boec Paralipomenon ... [kantnoot:] ... datis, de cronike [1528; Vorsterman], Cronieken [1548; WNT], stadts kronijken ‘stadskronieken’ [1653; WNT verstrijken].
Ontleend aan Oudfrans cronike ‘geschiedverhaal’ [1243; Rey] (Nieuwfrans chronique). De lange ī werd in het Nederlands veelal geschreven als -ij-, maar onderging door blijvende invloed van het Franse woord geen diftongering en werd daarom later als -ie- geschreven. Het Franse woord is ontleend aan Latijn chronica ‘chronologische opsomming van gebeurtenissen, geschiedverhaal’, verkort uit de Griekse verbinding khronikà biblía ‘boeken met annalen’, waarin khronikà het onzijdige meervoud is van het bn. khronikós ‘langdurig; betreffende de tijd’, bij khrónós ‘tijd’, waarvan de verdere herkomst onbekend is.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

kroniek [jaarboek] {cronike 1351-1400} < frans chronique < latijn chronica (mv.) < grieks chronika (biblia [boeken]), o. mv. van chronikos [de tijdrekening betreffend], van chronos [tijd], van dezelfde stam als koor (tijdruimte naast plaatsruimte).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

kroniek znw. v., mnl. cronike, cornike ‘geschiedboek’ < fra. chronique < lat. chronica < gr. chronikà (biblía) ‘geschiedboeken’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

kroniek znw., mnl. cronîke, cornîke v. Cronîke : cornîke = cristael : kerstael (zie kristal). Uit fr. chronique (< mlat. chronica, gr. khroniká o. mv.).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

kroniek v., door Fr., uit Gr.-Lat. chronica, zelfst. gebr. bijv. van Gr. khrónos = tijd.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

kroniek (Frans chronique)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

kroniek ‘jaarboek’ -> Deens krønike ‘jaarboek’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors krønike ‘jaarboek’ (uit Nederlands of Nederduits); Indonesisch kronik ‘jaarboek’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

kroniek jaarboek 1351-1400 [MNW] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal