Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

krimp - (het krimpen)

Etymologische (standaard)werken

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

krimp 1 znw. m., nomen agentis bij krimpen.

krimp 2 znw. v. ‘ruimte waarin het scheprad van watermolens zich beweegt’, zo genoemd wegens de vernauwing van de wateraanvoer en dus te verbinden met krimpen.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

krimp I (ruimte, waarin het scheprad van een watermolen zich beweegt), sedert Kil., die ’t “Fris.” noemt. Wsch. van krimpen.

krimp II bnw., nog niet bij Kil. = mhd. krimpf, md. krimp “rimpelig”. Van krimpen.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

krimp v. en bijv., van krimpen.

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1066. Kamp geven,

d.w.z. gewonnen geven, gewoonlijk met de ontkenning: geen kamp geven, niet toegeven, blijven bij hetgeen men gezegd heeft, geen krimp geven, het niet opgeven. In de 17de eeuw zeide men het kamp geven, zie o.a. Huygens VI, 48:

Daer is geen tuchten meer aen Jongh Volck hedensdaeghs;
Sij geven 't niet eens kamp, al valtmender met slaeghs.

Zoo ook in het Boere-krakeel, bl. 23 en 113 naast kamp geven (bl. 11) of den strijd kamp geven (V. Janus 3, 39); Ndl. Wdb. VII, 1155; Molema, 112 b: hij het 't kamp geven, hij heeft den strijd opgegeven; Nkr. II, 25 Dec. p. 5: De vijand gaf onmid'lijk kamp; Het Volk, 19 Febr. 1914, p. 1 k. 1: Maar de burgerij van de sleutelstad gaf geen kamp. Ten Doornk. Koolm. II, 166: kamp, gewonnen (od. verloren), überwunden, besiegt: hê wul de sake (oder sek) nêt kamp gäfen; Epkema, II, 231: op kampjen jaen. Met welk znw. kamp we hier te doen hebben is onzeker. Wellicht beteekent het strijdperk, krijt, en is de uitdr. te vergelijken met het veld ruimen (zie Ndl. Wdb. VII, 1155).

Naast deze uitdr. komt voor kamp zijn, gelijk zijn (Rusting, 518; fri. kamp wêze), kampop spelen, gelijkop spelen, dat we lezen bij Tuinman II, 147 en I, 38. Ook Halma en Sewel citeeren beide uitdrukkingen en verklaren kamp door gelijk, quitte, in welken zin dat woord reeds in de 17de eeuw voorkomt.De geestige werken van Aernout v. Overbeke, anno 1687, bl. 17: Daer meê zijn wij kamp. Volgens Franck-v. Wijk, bl. 289 heeft kamp de beteekenis onbeslist, quitte, gelijk ontleend aan een zin als het bleef kamp = het bleef een (onbesliste) strijd: vandaar kreeg kamp geven de algemeene beteekenis van het gewonnen geven, toegeven, de zaak onbeslist laten.

1281. Krimp geven,

d.w.z. het opgeven, bijdraaien, toegeven, in zijn schulp kruipen; eig. krimpen, terugtrekken. Vgl. Winschooten, 127: de Heeren krimpen, dat is, sij staan niet meer op haar stuk, sij beginnen wat toe te geeven: laaten haar ooverreeden; Gew. Weeuw. II, 51: Ik geef geenzints krimp; II, 12; Tuinman I, 277; 282; Br. v. Abr. Bl. I, 223; Ndl. Wdb. VIII, 266. De uitdr. is te beschouwen als eene omschrijving van krimpen; vgl. pas geven = passen. Dat we in krimp, zuidndl. kremp, krimp, krump, een znw. hebben te zien, blijkt uit Hoeufft, 332: van geene krimp weten, zich niet weten in te krimpen, van geldverkwisten gezegd, waarmede te vergelijken zijn Sewel en Halma, die beiden citeeren: daar is nog geen krimp (gebrek, dial. krapte) van geld (dat thans bij ons en in Zuid-Nederland nog in gebruik is; o.a. O.K. 180; Antw. Idiot. 716); Ten Doornk. Koolm. II, 364 a: 't geld geid to krimpe, het geld vermindert; nd. in de Krimm gahn (krimpenKorrespondbl. XXIX, 8.). Ook in het Westvlaamsch kent men krempe geven (De Bo, 1471); in het fri. krimp jaen naast bilûke, slinken, en bilies of bilied jaen. Als bijw. in et kremp hebbe, het krap hebben (N. Taalgids XIV, 196).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal