Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kras - (sterk, flink)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

kras bn. ‘vitaal; sterk, erg’
Vnnl. 't is kras van goet ‘het is een bijzonder goedje’ [1664; WNT]; nnl. kras ‘flink, vitaal’ in niet meer ... zo kras als in ouwe tyen ‘niet meer zo flink als vroeger’ [1784; WNT], een kras wijfje [1806; WNT], ‘sterk, erg’ in dat's wat kras ‘dat is sterk, ongeloofwaardig’ [1839; WNT], het middel ... is wat al te kras ‘... is overdreven, gaat te ver’ [1866; WNT], krasse maatregelen [1875; WNT verdringen], krasse staaltjes [1928; WNT Aanv. uro-].
Ontleend, wrsch. via Hoogduits krass ‘sterk, grof, plomp, erg’ [18e eeuw; Kluge], aan Frans crasse ‘grof, erg’ [1501; TLF], eerder al ‘vet, weldoorvoed’ [12e eeuw; TLF], ontwikkeld uit Latijn crassus ‘goed doorvoed, vitaal, sterk’, dat geen verdere etymologie heeft. In het Waals en Picardisch heeft cras de betekenis ‘vitaal, sterk’ behouden: ook deze talen kunnen de bron van het Nederlandse woord zijn.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

kras2 [sterk, flink] {1664 eenmaal als ‘bijzonder’; de huidige betekenis 1781} vermoedelijk < hoogduits krass < latijn crassus [dik, grof, vet].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

kras 3 bnw. ‘sterk, flink’ komt eerst in de 18de eeuw meer in gebruik. Daar in dezelfde tijd nhd. krasz opkomt, is herkomst uit het nhd. niet onwaarschijnlijk. Dit komt uit lat. crassus ‘dik, vérgaand’; sedert 1616 spreekt men van ignorantia crassa. — Minder waarschijnlijk is een afl. < fra. crasse eveneens < lat. crassus. — Verband met mal. kěras ‘stijf, onbuigzaam, vast, sterk’ kan ten hoogste secundair zijn.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

kras I bnw., nog niet bij Kil., eerst in de 18. eeuw vrij gebruikelijk. Wsch. — eventueel via fr. crasse of hd. krass “grof, plomp, erg” — uit lat. crassus. De bet. verklaart zich, als wij aannemen, dat ’t woord oorspr. in bepaalde kringen, bijv. onder studenten, is gebruikt. Men heeft ’t ndl. woord ook uit fr. gras (< crassus) verklaard, wijzend op grassement “amplement”. In sommige uitdrr. kan mal. kĕras “stijf, onbuigzaam, stevig, vast, sterk” invloed hebben gehad. Ten slotte kan wellicht dial. kras uit kars (zie kersvers) ontstaan zijn. Mnl. komt éénmaal craes voor, vertaald met “genoeglijk”: nauwkeurig is de bet. niet vast te stellen.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

kras 3 bijv.(sterk), ouder Nnl. kars + Mndd. karsch, dial. Hgd. kärsch, On. karskr = frisch, krachtig (z. kersvers). Misschien ook beïnvloed door Lat. crassus = dik, lomp (uit *qṝt-tos = samengerold, bij crates: z. horde 2).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

kras bn., bw., 1. scherp smakend en daardoor oneetbaar. Die mope* heeft te lang onder de boom gelegen, die smaakt kras. - 2. (a) sterk, krachtig, slagvaardig, wild, onstuimig; (b) streng; boos; (c) brutaal, opdringerig, uitdagend, aggressief; (d) hittig, geil. Het water is niet meer zo kras vandaag. Die ouwe boot vaart veel vlotter (Helman 1954a: 30); hier: wild, onstuimig. President met kras gezicht: Waarom kleed je je niet behoorlijk? (Waller 50); hier: streng. Is er iets ma, ik zag pa met zeer krasse stappen weggaan (Defares 8); hier: krachtig en boos. Hij [hond] komt zijn baas de hand lekken, die hem elke maand bloed met kruit van een volle patroon geeft, om hem kras en wreed te maken voor de jacht, en ’n injectie tegen de slangen (Helman 1964: 43); hier: aggressief, scherp. Ze was zo kras en je moest om het helemaal te ervaren een zakdoek boven op haar gezicht leggen, want die meid was lelijk no moer* (Vianen 1972: 56); hier: geil. - Etym.: AN k. = 1. (veroud.) flink, sterk i.h.a., (nu) i.h.b. gezegd van oude mensen; 2. (van stoffen) krachtig (van suiker: scherp); 3. (van onstoffelijke zaken) betekenissen als SN 2a en 2b, echter veel minder alg. S krasi = woelig, ondeugend (volgens Woordenl. SNE). E cross = o.m. boos; ongunstig. De SN bet. ’onstuimig’ (van water) komt al voor bij Lammens 1822; 1982: 108. - Samenst. van 1; krastajer*; van 2d: Krastientje*.

N. van der Sijs (bezorger) (2003), Uit Oost en West. Verklaring van 1000 woorden uit Nederlands-Indië van P.J. Veth (1889), met aanvullingen van H. Kern en F.P.H. Prick van Wely (1910), Amsterdam. Gebaseerd op: Uit Oost en West. Verklaring van eenige uitheemsche woorden van P.J. Veth uit 1889, recensie van het werk van Veth door H. Kern in De Indische Gids van 1889, en ‘Etymologisch aanhangsel’ (p. 297-350) uit het Viertalig aanvullend Hulpwoordenboek voor Groot-Nederland van Prick van Wely uit 1910

kras1 [sterk, flink]. De vrij talrijke woorden die in onze taal uit het Maleis stammen, zijn deels namen van voorwerpen van natuurlijke historie die in de Maleise landen thuishoren, of handelswaren die vandaar worden uitgevoerd, deels woorden die betrekking hebben op het leven van de Maleise bevolkingen, bijvoorbeeld hun woningen, kleding, gebruiken en instellingen, vooral ook hun scheepvaart; maar niet weinige ook zijn uitdrukkingen uit het dagelijks leven die, door matrozen of militairen overgebracht, zijn ingedrongen in de volkstaal en doorgaans in het geheel niet, of slechts in komische en satirische geschriften, ingang hebben gekregen tot de schrijftaal. Deze laatste worden dikwijls miskend. Daar onze germanisten zich niet veel met het Maleis en verwante talen inlaten, denken zij er zelden aan daarin de oorsprong te zoeken van volksuitdrukkingen, waarvoor zij met veel moeite een verklaring uit de Germaanse taalschat trachten op te sporen, terwijl een verklaring uit het Maleis voor de hand ligt.

Een van de meest gebruikelijke van die woorden is kras in de betekenis van ‘sterk, flink, krachtig’. Is men geheel vreemdeling in het Maleis, dan is men natuurlijk geneigd daarbij aan het Latijnse crassus ‘dik, stevig’ te denken, of met Francks Etymologisch woordenboek aan het Franse crasse, een slechts in deze vrouwelijke vorm gebruikelijk adjectief dat geheel aan crassus beantwoordt. Het Maleise kras (eigenlijk kĕras, in welk woord evenwel, gelijk in honderden andere, de toonloze ĕ-klank tussen de zich gemakkelijk verenigende consonanten k en r in de uitspraak doorgaans verloren gaat) komt echter in betekenis en gebruik veel meer met het Nederlandse kras overeen, zozeer zelfs, dat het volstrekt overbodige moeite schijnt naar een andere oorsprong te zoeken. Men zie slechts het Maleise woordenboek van Pijnappel, waar de betekenissen aldus worden opgegeven: ‘hard, stijf, onbuigzaam; stevig, vast; sterk, ook zooals wij kras gebruiken, bijvoorbeeld tjoekei di bĕnoewa Tjina itoe terlaloe kras,’ dat is: de tollen zijn in het Chinese rijk heel kras. Uitdrukkingen als een krasse kerel, een kras wijf, of ‘dat is wat kras, Keesje,’ zoals Hildebrand in de Camera Obscura tot het diaconiehuismannetje zegt, komen geheel met het Maleise gebruik van kras overeen.

Daarbij bedenke men dat kras in deze zin in geen andere Germaanse taal voorkomt, dat het geen oud woord schijnt te zijn (het ontbreekt onder andere bij Kiliaan), en dat het, in overeenstemming met hetgeen boven over woorden van Maleise oorsprong werd opgemerkt, in deftige stijl niet gebruikelijk is. Het Javaans heeft hetzelfde woord en in dezelfde betekenis. [V]

kras2 [sterk, flink]. Met Veth geloven wij dat kras in sommige gevallen het Maleise woord is, maar niet overal, bijvoorbeeld niet in krasse onwetendheid, overeenkomend met krasse Unwissenheit in het Duits. Dat kras een oorspronkelijk Germaans woord zou zijn, heeft, voor zover wij weten, nog nooit iemand beweerd. Hildebrand in Grimms Wörterbuch heeft: ‘Krass: plump, grob, derb, dann arg, schrecklich, nach lat. crassus, doch vermengt mit grasz, gräszlich; ein in manchen kreisen beliebtes superlativisches kraftwort, bes. studentisch (krasser fuchs, kerl), seit ende 18 jh., wohl eben aus der studentensprache.’ Dat zich hierbij het Franse crasse aansluit, is moeilijk te ontkennen. Het door Veth geheel verworpen gevoelen van dr. J. Franck bevat dus onzes inziens een deel waarheid. [K]

kras3 [sterk, flink]. Is in sommige gevallen, bijvoorbeeld dat is me te kras, het Maleis keras, niet echter bijvoorbeeld in: krasse onwetendheid. Dit laatste is verwant met het Duitse krass, plomp, grof, erg, verschrikkelijk, wat weer samenhangt met het Latijnse crassus, waarvan het Franse crasse. [P]

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

kras (dat is al te --) (vert. van Duits das ist allzu kraß)

E. Sanders (2000), Jemig de pemig!: de invloed van Van Kooten en De Bie op het Nederlands, Amsterdam

Krasse knarren

Krasse knarren is de jongste bijdrage van Van Kooten en De Bie aan de Nederlandse taal. Zij introduceerden de aanduiding op 3 oktober 1993 als titel van een nieuw programma, na vijf jaar Keek op de Week. De ondertitel luidde: ‘vpro’s bejaardenprogramma’. Van Kooten en De Bie waren indertijd respectievelijk 52 en 54. In een verklaring schreven zij:

Omdat het er naar uitziet dat de leeftijd als discriminatoire factor nog tot ver in de volgende eeuw het leven van miljoenen Nederlandse verjaarden zal kunnen vergallen, wil Krasse Knarren de broodnodige vuisten ballen. Kortom: een programma voor knarren die zwak, maar jong van hart zijn. En wat is bejaard? Wanneer wij de uitval op de arbeidsmarkt beschouwen, is het wellicht zinniger in plaats van bejaarden over verjaarden te spreken. Een 34-jarige die noodgedwongen moet gaan zitten vutten, een vrouw van 45 die zich nog onmogelijk kan vereenzelvigen met het ‘jonge ding’ uit de shampoo-reclame; voor deze groep kijkers wil Krasse Knarren een spiegelende uitlaat zijn.

De twee hoofdpersonen in Krasse Knarren waren Phons van der Kuil (De Bie) en Rik Dubois (Van Kooten). Dubois had fortuin gemaakt als directeur van een reclamebureau, Van der Kuil was weggesaneerd als jongerenwerker. Hoewel Van Kooten en De Bie aanvankelijk aankondigden dat Krasse Knarren verder door dit tweetal zou worden gepresenteerd, kwamen ze daar al na een paar uitzendingen op terug.

Krasse Knarren was niet, zoals Keek op de Week, wekelijks te zien, maar om de week, en van direct na het journaal verhuisde het programma naar omstreeks 21.00 uur. Dit bleek een desastreuze uitwerking op de kijkcijfers te hebben. Op sommige zondagen was het publiek, in vergelijking met de voorgaande seizoenen, zo ongeveer gehalveerd.

Voor de snelle verbreiding van de aanduiding krasse knarren bleek dit overigens niet uit te maken. Krap drie weken na de start van het nieuwe programma stond in de brievenrubriek van Trouw:

Zoals zoveel kreten van Kees van Kooten en Wim de Bie is ook de term ‘krasse knarren’ vanaf het moment van de eerste uitzending van dit programma in de Nederlandse taal ingeburgerd alsof hij er altijd is geweest. Vooral in artikelen over politiek-, sport-, kunst- en andere bobo’s wordt spottend gewag gemaakt van het ‘krasse knarren-gehalte’ van de bedoelde personen.

Krasse knarren is geen bijzondere taalvondst. Zoekend naar een variant op het succesvolle oudere jongeren schoven Van Kooten en De Bie twee bestaande uitdrukkingen in elkaar. Kras oudje wordt al sinds het eind van de achttiende eeuw gebruikt voor een ‘ouder iemand die nog flink van lichaam en geest is’. En sinds het begin van de negentiende eeuw wordt oude knar gebruikt als ‘spottende benaming voor een oude persoon of zaak’. Als alternatieven overwogen zij grimmige knarren, kribbige knarren, razende knarren en lastige knarren — zo blijkt uit de aantekenboeken van De Bie. Maar het werd dus krasse.

Krasse knarren wordt op verschillende manieren gebruikt. De meest gangbare betekenis is ‘vitale, dynamische senior’. Je komt de aanduiding tegen in berichten over 60-plussers die nog op een Harley rijden, over oudere deelnemers aan de Vierdaagse en over leden van het Algemeen Ouderen Verbond. Maar nergens wordt zij zo vaak gebruikt als in berichten over grijzende popmuzikanten. Paul McCartney, Lionel Hampton, Jacques Herb, Trea Dobbs, Anneke Grönloh en Frank Sinatra zijn de afgelopen jaren krasse knarren genoemd, net als de leden van Afterbeat, van de Cubaanse band Buena Vista Social Club, van de Rolling Stones en van Pink Floyd (‘Het blijft bewonderenswaardig dat drie krasse knarren van rond de vijftig jaar moeiteloos een miljoenenpubliek weten te boeien’, aldus het Algemeen Dagblad).

Maar ook mensen die Abraham nog lang niet gezien hebben, worden soms ironisch voor krasse knarren uitgemaakt. Zo schreef Vrij Nederland in 1993: ‘De dertigers en veertigers binnen de partij [de PvdA] worden nu al als “krasse knarren” afgedaan.’ En in een studentenblaadje op het Internet werden studenten boven de 25 afgeschilderd als ‘kritische en luidruchtige krasse knarren’.

Opmerkelijk is hoe snel krasse knarren — net als bijvoorbeeld doemdenken — door de overheid werd ingelijfd. Nog geen twee maanden na het debuut van Phons van der Kuil en Rik Dubois gaf het Ministerie van Binnenlandse Zaken een rapport uit getiteld Kwaliteit voor krasse knarren: samen werken aan een klantgerichte ouderenzorg. En in Trefpunt, een tijdschrift van het Ministerie van crm, verscheen het jaar daarop de kop ‘Krasse knar heeft de ja-dokter-nee-doktergeneratie vervangen’.

Krasse knarren is de laatste jaren overigens tientallen malen in koppen gebruikt, met als mooiste ‘Knarren krasser dan ooit’. In dat artikel, dat in 1998 verscheen in het Algemeen Dagblad, vraagt de auteur zich vertwijfeld af: ‘Zit er dan geen enkele bejaarde meer achter de geraniums?’ Wat dat betreft lijkt er sinds Phons en Rik dus heel wat veranderd.

Vergelijk oudere jongeren.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

kras ‘sterk, flink’ -> Berbice-Nederlands krasi ‘sterk, flink’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

kras sterk, flink 1781 [WNT] <Duits

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal