Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

krapa - (soort boom)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

kra’pa, 1. (de, -’s), naam voor twee onderling verwante boomsoorten met geelwitte bloempjes in eindelingse pluimen (Carapa procera en C. guianensis, Mahoniefamilië*). Krapa is in het oosten van het land minder algemeen, elders niet zeldzaam (Ost. 136). - 2. (de), hout van deze bomen. Wanneer Krapa in een vierkante vorm gehakt is, is het niet gemakkelijk van Hoogland Baboen* te onderscheiden en het wordt er dan ook wel eens voor verhandeld (Muntslag 139). - Etym.: S, van K karapa en Ar. karaba. Oudste vindpl. Teenstra 1835 I: 372; in plak. van 1763 (S&dS 775), crap in bet. 2. - Opm.: Teenstra onderscheidt rode en witte k., Muntslag (139) noemt t.a.v. bet. 2 ston [S, steen], bruine en witte k. - Syn. van 1 en 2 crabwood*; van 1 krapboom*, van 2 kraphout*, (Surinaamse) mahonie*.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal