Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kraan - (hijswerktuig, opening aan waterleiding)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

kraan zn. ‘hijswerktuig; vloeistoftap’
Mnl. crane ‘hijswerktuig’ in gelatiniseerde vorm in cum instrumento, quod dicitur crane ‘met het werktuig dat kraan wordt genoemd’ [1244; Slicher van Bath], ‘vloeistoftap’ in enen kraen ... in enen legelen ‘een tap in een vat’ [1354; MNW].
Hetzelfde woord als onl. krano ‘kraanvogel’, zie → kraanvogel. Bij vergelijking werd het de naam voor verschillende werktuigen die aan de vorm van een kraanvogel herinnerden. Onder Nederlandse invloed maakte ook bijv. Frans grue ‘hijswerktuig’ uit Latijn grus ‘kraanvogel’ een vergelijkbare betekenisontwikkeling door. Diverse talen hebben het woord aan het Nederlands ontleend, bijv. Russisch kran, Indonesisch keran.
In de betekenis ‘hijswerktuig’ wordt tegenwoordig meestal de samenstelling hijskraan [1934; Volk] gebruikt.
Lit.: Van der Sijs 2006a, 110-111

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

kraan2* [hijswerktuig, opening aan waterleiding] {crane, craen [hijswerktuig, tap aan een vat] 1244} genoemd naar de vogel (vgl. kraan1) vanwege vormgelijkheid met de hals. Vgl. voor de hijskraan frans grue, voor de waterkraan hoogduits Hahn, engels cock.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

kraan 2 znw. v. ‘hefwerktuig’, mnl. crāne ‘werktuig om op te heffen, kraan aan een vat; soort lamp of kaars’, mnd. krān, laat-mhd. krane ‘hefkraan’, (Teuth) kraen ‘tap’. Deze voorwerpen zijn alle genoemd naar zekere overeenstemming met de kraanvogel (vgl. fra. grue ‘kraai, windas’). — De bet. ‘hefkraan’ is in de 14de eeuw bij de vrachtvaart der Hanze opgekomen. Maar reeds gr. géranos en lat. grus waren benamingen voor werktuigen.

Nl. kraan, ws. in dial. vorm kroan > fra. crône sedert de 17de eeuw bekend (Valkhoff 103). In de bet. ‘hefkraan’ > russ. krán (sedert 1784), in die van ‘kraan aan een vat’ > russ. kran (sedert 1720), vgl. R. v. d. Meulen, Verh. AW Amsterdam 66, 2 (1959), 52.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

kraan 2 v. (werktuig), + Hgd. krahn: is hetz. w. als kraan 1, wegens gelijkheid in vorm; verg. Fr. grue.

kraan 3 v. (tap), is nog hetz. w. als kraan 1 wegens gelijkheid in vorm: vergel. Hgd. hahn, Eng. cock en Fr. robinet (= schaapje).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

kraon (zn.) kraan; Middelnederlands kraen <1354>.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

1kraan s.nw.
Toestel wat die vloei van 'n vloeistof of gas uit 'n pyp of houer reguleer of afsluit.
Uit Ndl. kraan (Mnl. crane, craen), so genoem omdat die vorm van 'n kraan aan die kop van 'n kraanvoël herinner. Hierdie ooreenkoms lê nie in Afr. voor die hand nie, omdat kraan selde in Afr. gebruik word om na die voël te verwys (sien 3kraan). Eerste optekening in Afr. in Patriotwoordeboek (1902).

2kraan s.nw. (minder gebruiklik)
Toestel waarmee 'n swaar vrag opgelig en verplaas kan word.
Uit Ndl. kraan (Mnl. crane, craen), so genoem omdat die toestel aan die lang nek van 'n kraanvoël herinner. Hierdie ooreenkoms lê nie in Afr. voor die hand nie, omdat kraan selde in Afr. gebruik word om na die voël te verwys (sien 3kraan). Eerste optekening in Afr. in Patriotwoordeboek (1902).
Eng. crane.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

kraan ‘hijswerktuig’ -> Engels crane ‘hijswerktuig’; Schots cran ‘hijswerktuig’; Duits Kran, Krahn ‘hijswerktuig op schepen’; Deens kran ‘hijswerktuig’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors kran ‘hijswerktuig’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds kran ‘hijswerktuig’ (uit Nederlands of Nederduits); Fins kraana ‘hijswerktuig’; Frans crône ‘hijswerktuig op schepen’; Frans grue ‘hijswerktuig’; Pools kran ‘hijswerktuig’ (uit Nederlands of Duits); Kroatisch kran ‘hijswerktuig’ <via Duits>; Macedonisch kran ‘hijswerktuig’ <via Duits>; Servisch kran ‘hijswerktuig’ <via Duits>; Russisch kran ‘kraanbalk, hefinstallatie’; Bulgaars kran ‘hijswerktuig’; Oekraïens kran ‘hefwerktuig’ <via Russisch>; Wit-Russisch kran ‘kraanbalk, hefinstallatie’ <via Russisch>; Azeri kran ‘hijswerktuig; takelwagen; kraanwagen’ <via Russisch>; Lets krāns ‘hijswerktuig’; Litouws kranas ‘hijswerktuig’ <via Duits>; Esperanto gruo ‘hijswerktuig’ <via Frans>; Indonesisch keran ‘hijswerktuig’; Papiaments kran ‘hijswerktuig; takelwagen; kraanwagen’.

kraan ‘tap aan een vat of waterleiding’ -> Fries kraan ‘tap aan een vat of waterleiding’; Noors kran ‘tap aan een vat of waterleiding’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds kran ‘tap aan een vat of waterleiding’ (uit Nederlands of Nederduits); Fins kraana ‘tap aan een vat of waterleiding’ <via Zweeds>; Ests kraan ‘tap aan een vat of waterleiding’ (uit Nederlands of Nederduits); Pools kran ‘tap aan een vat of waterleiding’ (uit Nederlands of Duits); Russisch kran ‘tap aan een vat of waterleiding’; Bulgaars kran ‘tap aan een vat of waterleiding’; Oekraïens kran ‘tap aan een vat of waterleiding’ <via Russisch>; Wit-Russisch kran ‘tap aan een vat of waterleiding’ <via Russisch>; Esperanto krano ‘tap aan een vat of waterleiding’ <via Russisch>; Indonesisch keran ‘tap aan een vat of waterleiding’; Jakartaans-Maleis keran ‘tap aan een vat of waterleiding’; Javaans kram, kran, krangan ‘tap aan een vat of waterleiding’; Madoerees kerran ‘tap aan een vat of waterleiding’; Makassaars dialect karâng ‘tap aan een vat of waterleiding’; Menadonees kran ‘tap aan een vat of waterleiding’; Minangkabaus karan ‘tap aan een vat of waterleiding’; Singalees karāma-ya ‘tap aan een vat of waterleiding’; Tamil kaan ‘tap aan een vat of waterleiding’; Japans karan ‘tap aan een vat of waterleiding’; Papiaments kranchi, kramchi (ouder: kraan) ‘tap aan een vat of waterleiding’; Sranantongo krân ‘tap aan een vat of waterleiding’; Saramakkaans kalán ‘tap aan een vat of waterleiding’; Sarnami krán ‘tap aan een vat of waterleiding’; Surinaams-Javaans krang ‘tap aan een vat of waterleiding’ <via Sranantongo>.

N. van der Sijs (2006), Klein uitleenwoordenboek, Den Haag

kraan. Het Franse woord grue 'hijskraan' gaat volgens de woordenboeken terug op het Nederlandse woord kraan. Dat lijkt vreemd, want de Franse vorm lijkt helemaal niet op de Nederlandse. Dat komt doordat er hier geen sprake is van een leenwoord, maar van een leenbetekenis. Bij betekenisontlening krijgt een al bestaand woord in een vreemde taal er een betekenis bij die uit het Nederlands afkomstig is. Het Nederlandse woord en het woord in de vreem­de taal hebben in dergelijke gevallen een gemeenschappelijke beteke­nis, maar in het Nederlands heeft het woord een extra betekenis, die de vreemde taal tot dan toe miste. Zowel het Nederlandse kraan als het Franse grue heeft als eerste betekenis 'kraanvogel'. In het Nederlands is men het woord kraan overdrachtelijk gaan gebruiken voor een 'hijskraan', omdat dit werktuig lijkt op de vogel met zijn lange hals. In het Frans heeft grue onder invloed van het Nederlands er vervolgens de betekenis 'hijskraan' bij gekregen. Op dezelfde manier is de Nederlandse scheepsbenaming kat ervoor verantwoordelijk geweest dat in het Frans chat, letterlijk 'huiskat', de extra betekenis 'zeilschip' heeft gekregen.

Dergelijke betekenisontleningen komen ook voor in het Indonesisch. Zo is in deze taal de betekenis van kepala 'hoofd, kop' onder invloed van het Nederlandse hoofd uitgebreid naar 'leider', bijvoorbeeld in kepala negara 'het hoofd van de staat'. Een plaatsvervangend afdelingshoofd, sous-chef, vice-directeur wordt regelmatig schertsend aangeduiden als kepala onderan!

Nederlandse woorden kunnen dus in klank en betekenis geleend worden (een leenwoord) of alleen in betekenis worden overgenomen. Dit laatste gebeurt veel minder vaak. Voor een derde en laatste manier van overname, namelijk de leenvertaling, zie steenbreek.

Terwijl het Nederlandse kraan in het Frans is overgenomen als betekenisontlening, hebben andere talen het woord overgenomen als leenwoord. Het is in twee betekenissen uitgeleend, als 'hefinstallatie' en als 'waterkraan, kraan van een vat'. Het Schots kent cran als 'hefinstallatie'. In het Japans noemt men een 'waterkraan' karan, in het Singalees noemt men deze karāmaya en in het Sranantongo krân. Het Russische kran en het Indonesische keran duiden zowel een 'hefinstallatie' als een 'kraan van een vat' aan. In het Papiaments heet een 'hijskraan' kran en een 'waterkraan' kranchi, kramchi, van het Nederlandse kraantje. Ook het Deense, Estse, Noorse en Zweedse kran hebben beide betekenissen, maar van deze talen is niet zeker of ze het woord kran geleend hebben uit het Nederlands of uit het Middelnederduits; de betekenisuitbreiding van 'kraanvogel' naar 'op een vogel lijkend toestel' heeft namelijk plaatsgevonden in het Nederlands, (Middel)nederduits en Engels in de periode van de Hanze, toen deze talen nauw contact met elkaar hadden (zie ook yawl). Het Finse kra(a)na, ook ra(a)na, ra(a)ni voor 'hijskraan, waterkraan' (bekend sinds 1874) is geleend uit het Zweeds.

De Nederlanders en Vlamingen hebben de technische uitvinding en de term of betekenis kraan dus naar diverse andere landen verbreid; het woord is ook via het Duits verbreid, want het Kroatisch, Macedonisch en Servisch kennen kran uit het Duits.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

kraan* hijswerktuig 1244 [Slicher]

kraan* tap aan een vat 1354 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal