Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kozijn - (raamwerk)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

kozijn 1 zn. ‘raamwerk om venster of deur’
Mnl. balken, dar men de cassinen of sneet toten vinstren ‘balken waar men de kozijnen van maakte voor de vensters’ [1317; MNW], cassijn ‘(stenen) raam, rand’ [1384-1407; MNW]; vnnl. de kozijns ‘de kozijnen’ [1631; WNT]; nnl. kozijnen ‘id.’ [1835; WNT verstek].
Ontleend aan Noord-Frans cassin ‘raamwerk, frame’ [1324; FEW], afleiding van Normandisch casse ‘kistje, reliekschrijn’ [ca. 1150; Rey], zie → kas.
De ontwikkeling van -a- naar -o- berust op hetzelfde principe als de veel vaker voorkomende van -o- naar -a-, zie → bazuin: de voortonige klinker wordt als een soort sjwa uitgesproken en kan daarna tot een “anderskleurige” klinker worden.
Lit.: Heeroma 1960

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

kozijn2 [raamwerk] {cassine, cassijn 1384-1407} < noordfrans cassin = oudfrans chassin, van châsse (vgl. chassis).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

kozijn znw. o., mnl. cassijn o. en cassīne v. ‘kozijn, paneel, lambrizering, stenen raam, nis, affuit’ < noordfra. cassin (ofra. chassin) ‘raam’ een afl. van pikard. casse (ofra. châsse), waarvoor zie: kas.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

kozijn znw. o., mnl. cassijn o. (ook cassîne v.) “kozijn, paneel, lambrizeering, steenen raam, nis, affuit”. Uit oud-noordfr. cassin = ofr. chassin “raam” (van ’t bij kas besproken rom. woord). De mnl. vorm bestaat nog in ’t Vla. Voor de o van kozijn vgl. rozijn. Opvallend is de z.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

kazijn o., uit dial. Fr. cassin, afgel. van casse, gelijk het synon. châssis van châsse (z. kas).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

kosyn s.nw.
Raamwerk waarin 'n deur of venster vasgesit word.
Uit Ndl. kozijn (Mnl. cassine, cassijn). Eerste optekening in Afr. in Patriotwoordeboek (1902).
Ndl. kozijn uit Fr. cassin uit Oudfrans chassin, met lg. van châsse 'lys, raam, onderstel van 'n motor'.

F. Debrabandere (2007), Zeeuws etymologisch woordenboek: de herkomst van de Zeeuwse woorden, Amsterdam

kezien 1, kerzien, kalzien, kassien zn. o.: raamkozijn. Mnl. cassijn, cassine ‘deur- of raamkozijn’, Vnnl. kassijne (Kiliaan). Uit Pic. cassin, Ofr. chassin, afl. van Ofr. chasse ‘kist’ < Lat. capsa ‘bus, doos’. Let op de epenthesis van r/l.

F. Debrabandere (2005), Oost-Vlaams en Zeeuws-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de Oost- en Zeeuws-Vlaamse woorden, Amsterdam

kassantje (Gb), zn. o. dim.: trottoirband. Dim. van kassijn, met verschoven betekenis en dial. uitspraak van ­-ijn, vgl. Geraardsbergs fontantjen 'fonteintje' (Schrever).

kassijn(e) (E, G, ZO), zn. v./o.: kozijn (van raam, venster). Ook Wvl. Mnl. cassine 'deur-, vensterkozijn, vensterluik', Vnnl. kassijne 'deur- of vensterkozijn' (Kiliaan). Opic. cassin, Ofr. chassin 'raam', afl. van Ofr. chasse 'koffer, schrijn' < Lat. caspum 'koffer' < capere 'omvatten'. Vgl. kassement.

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

kassine, kassijn, zn. v./o.: kozijn (van raam, venster). Mnl. cassine ‘deur-, vensterkozijn, vensterluik’, Vroegnnl. kassijne ‘iugamenta structurae fenestrarum, sive ostiorum’ (Kiliaan). Opic. cassin, Ofr. chassin ‘raam’, afi. van Ofr. chasse ‘koffer, schrijn’ < Lat. capsum ‘koffer’.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

kozijn (Picardisch cassin)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

kozijn ‘raamwerk’ -> Duits dialect Kosien, Kosin, Kozijn ‘raamwerk’; Indonesisch kosén, kusén, kusin ‘lijst van deur of raam’; Ambons-Maleis kosèn ‘raamwerk’; Jakartaans-Maleis kusèn ‘raamwerk’; Kupang-Maleis kosèn ‘raamwerk’; Madoerees kosen ‘raamwerk’; Makassaars kosêng ‘raamwerk’; Menadonees kosèn ‘raamwerk’; Minangkabaus kosen ‘raamwerk’; Ternataans-Maleis kosèn ‘raamwerk’; Papiaments kozein (ouder: kozyn) ‘raamwerk’; Sranantongo kusen ‘raamwerk’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

kozijn raamwerk 1384-1407 [MNW] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal