Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kotomisi - (creoolse vrouwendracht)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

kotomissie [creoolse vrouwendracht] {1866} < sranantongo kotomisi [vrouw met een rok aan, vrouwendracht], van koto [rok] + misi [juffrouw].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

ko’tomisi (de, -’s), 1. vrouw die een koto* (1) of i.h.a. de Creoolse* klederdracht draagt. Het waren wel inlandsche burgervrouwen, kottoe-Missies, maar van weigeren en belet geven, kon bij Mevrouw L. geene sprake zijn (van Schaick 1866: 272; oudste vindpl.). - 2. de Creoolse* klederdracht voor vrouwen. Nog steeds bekend is de kotomisi, nog heden ten dage als nationaal feesttenue bekend (Enc.Sur. 338). - 3. klein struikje met rode, roze en witte bloemen, gekweekt als sierplant, vermoedelijk afkomstig van de W.I. eilanden (Lochnera rosea, Kotomisifamilie*). Alles buiten zal fris zijn door de regen. De bloemen in de tuin en de kottomissies hier, bloeien niet minder nu dit erf* door mensenhanden vervloekt is (Ferrier 1968). - Etym.: S. Bet. 1 is de oudste: lett. dame (misi, zie ook missie*) die een rok (koto*) draagt. Daar is bet. 2 uit voortgekomen. - Zie i.v.m. 2 ook: Mis* de Neef.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

kotomissie (Sranantongo kotomisi)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

kotomissie creoolse vrouwendracht 1866 [Van Donselaar 1989] <Sranantongo

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal