Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kol - (bles)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

kol1* [bles] {1672, vgl. collede coe [koe met een bles] 1343-1345} middelnederduits kolle [hoofd, bles], oudengels coll [heuvel], oudnoors kollr [ronde bergtop, kaalkop]; buiten het germ. litouws galva, oudkerkslavisch glava [hoofd].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

kol 1 znw. m. ‘witte vlek op het voorhoofd’ (dial. ook) ‘voorhoofd’ vgl. mnl. col, colle, maar Kiliaen kolle-bloeme ‘anemoon’. Gaat men uit van de bet. ‘voorhoofd’ dan zijn te vergelijken oe. coll ‘heuvel, hoogte’ (in plaatsnamen; indien niet uit on.), on. kollr ‘ronde top; kop, schedel’. — oi. gula- ‘kogel, speelbal’, gōla- ‘kogel’, gr. guliós ‘langwerpige tas’ (IEW 397). — Zie verder ook: kuil 2.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

kol I (bles, dial. ook: voorhoofd). Kil. kent slechts “kolle-bloeme. j. corenroosen. Anemone”, *col(le) “bles” was reeds mnl. blijkens collede coe “koe met een bles”. Beide kunnen evenals mnd. kol(le) m. “kop van planten, bles” identisch of verwant zijn met on. kollr m. “ronde bergtop, haarloos hoofd”, dat ’t zij als *ku-l-na- ’t zij als *ku-ð-la- van de basis van kiel II en kuil I kan komen. Ook kan men *kulna- met obg. glava, lit. galvà “hoofd” combineeren. [Dial. kol “perzikpit” (Sliedrecht) is ’t zelfde woord.]

[Aanvullingen en Verbeteringen] kol I. Ags. col(l) “bal” wsch. in Ep. Erf. col-þrêd, -draed “perpendiculum” (vgl. ier. glao-snâthe bij kluwen).

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

kol I (bles). Ags. col-ðræ̑d m. ‘perpendiculum’ kan hierbij horen (v.Wijk Aanv.), maar wordt ook anders geïnterpreteerd. Wsch. is ags. coll (in plaatsnamen) ‘heuvel, hoogte’ verwant.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

kol 1 v. (voorhoofd, bles), Mnl. collede = met een bles + Ndd. kolle = plantenkop, bles, On. kollr (Zw. en De. koll) = haarloos hoofd, bergkop + Osl. glava, Lit. galvà = hoofd.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2007), Zeeuws etymologisch woordenboek: de herkomst van de Zeeuwse woorden, Amsterdam

kolle, kollemeeuwe, zeekolle zn. v.: zilvermeeuw, Larus argentatus. Mnl. col(le) ‘bles, witte vlek op voorhoofd’, Mnd. kolle ‘hoofd, bles’. D. Kolle ‘vogelkuif’. Vgl. de vogelnamen koleend, kolgans.

F. Debrabandere (2005), Oost-Vlaams en Zeeuws-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de Oost- en Zeeuws-Vlaamse woorden, Amsterdam

kolen (O, R, Zt), kolie, kulie (R, ZO), zn. m.: Garrulus glandarius, Vlaamse gaai, meerkol. Zoals Vl. gaai heeft het woord in Ronse ook de afgeleide bet. 'stommerik, sul'. Dim. (Zovl. op -ie) van Mnl. *colle 'bles' in afl. collede 'met een bles'. Mnd., Ndd. kolle 'hoofd, bles', Fri. kôl 'bles', On. kollr 'kaal hoofd', N., Zw. koll, kull 'hoofd, schedel'.

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

kolen (DB), zn. m.: gaai (vogel); dwaas mens. Wsch. uit Mnl. Colin, vleivorm van de voornaam Nicolaas. Vgl. Wvl. klaai ‘gaai; dwaas mens’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

kol* bles 1672 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal