Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

koffie - (product van de koffieboom (geslacht Coffea; volks- of oude naam voor wilde cichorei)

Etymologische (standaard)werken

H. Beelen en N. van der Sijs, ‘Woordsprong’, serie in: Onze Taal 2013-2021

Koffiepraat

‘Zonder koffie geen mens’: met een verbruik van gemiddeld 3,2 kopjes per dag per persoon zijn de Nederlanders na de Scandinaviërs de grootste koffieleuten ter wereld. Geen wonder dat er in onze taal tal van spreektalige uitdrukkingen bestaan waar koffie een ingrediënt van is. Over de herkomst van onze koffiepraat, oftewel: wat is er fout aan koffie verkeerd?

Koffieleut
Een koffieleut is ‘iemand die graag veel koffie drinkt’. Waar het woord leut vandaan komt, is onduidelijk; wél is bekend dat het sinds de zeventiende eeuw voorkomt in de betekenis ‘grap, pret, plezier’. In 1634 schreef de dichter L. Vossius: “Om de leut gheliet hem of hy sliep” (‘Voor de grap deed hij alsof hij sliep.’) Aan het eind van de negentiende eeuw treffen we leut in een andere betekenis aan, namelijk die van ‘koffie en melk door elkaar gekookt’, of in het algemeen ‘koffie’. In die betekenis gold het toen als min of meer platte taal. De oudste vermelding is in het woordenboek van het Zaans uit 1897 van G. J. Boekenoogen: “Wil-je nag ’en koppie leut?”
De betekenis ‘koffie’ zal overdrachtelijk zijn ontstaan uit die van ‘plezier’, net zoals ook de benaming bakkie troost een aanduiding voor een kopje koffie is geworden. Ook die uitdrukking stamt uit de spreektaal, en opnieuw is Boekenoogen de eerste die haar op schrift vermeldt, zij het nog niet in de vorm bakkie maar als “een koppie (kommetje enz.) troost”.
Maar leut kan behalve naar koffie ook verwijzen naar de koffiedrinker. Boekenoogen kende de persoonsaanduiding koffieleut al in het Zaans: “Moet je nou nòg ’en koppie hewwe? wat ben-je toch ’en koffieleut.” Op het eerste gezicht lijkt leut in de betekenis ‘koffie’ het tweede deel van de samenstelling koffieleut. Maar dit is minder plausibel: niet alleen is ‘koffie-koffie’ weinig zinvol, maar belangrijker is dat samenstellingen met -leut, -let of -lut in de betekenis ‘veeldrinker’ ouder zijn: in Vlaamse dialecten is in 1873 sprake van kaffielutte, jeneverlutte (‘persoon die veel koffie respectievelijk jenever drinkt’). Nog eerder, in 1663, is droncke-letten (‘zuipster’) genoteerd. Dit -leut is waarschijnlijk afgeleid van een Vlaams werkwoord lutten, dat staat voor ‘zuigen, lurken, drinken’.

Zuivere koffie
Al in 1870 wordt in de spreektaal de uitdrukking ‘Dat is geen zuivere koffie’ gebezigd. In diezelfde periode werd (dure) gemalen koffie op allerlei manieren ‘vervalst’, bijvoorbeeld door deze te mengen met geroosterd meel van cichorei of eikels. Uit deze vervalsingspraktijken is de uitdrukking ‘Dat is geen zuivere koffie’ ontstaan.

Op de koffie komen
Op de koffie komen heeft naast de letterlijke positieve betekenis ‘bij iemand koffie gaan drinken’ een overdrachtelijke negatieve betekenis: ‘bedrogen uitkomen, achter het net vissen’. Waarschijnlijk is de uitdrukking op de koffie komen een verkorting van lelijk op de koffie komen, die voor het eerst genoemd wordt in het spreekwoordenboek van P.J. Harrebomée uit 1864: “Hij kwam daar leelijk op de koffij.”

Andere koffie
‘Dat is andere koffie’ betekent in figuurlijke zin ‘dat werpt een heel ander licht op de zaak. Ook deze uitdrukking komt reeds voor in de negentiende eeuw. In de roman Stille wateren, diepe gronden van Herman Theodore Chappuis (1889) vinden we een sprekend voorbeeld: “Dronken? Half dood is hij en over een uurtje misschien wel heelemaal! Dat is andere koffie.”

Koffie verkeerd
Je zou denken dat de benaming koffie verkeerd, voor een kopje koffie met meer melk dan koffie, typisch Nederlands is, maar de uitdrukking is een letterlijke vertaling uit het Duits. De oudste Nederlandse vindplaats stamt uit 1862, uit een reisbeschrijving van de schrijver Klikspaan (Johannes Kneppelhout), ook bekend van zijn Studenten-Typen: “voor de enge koffijhuizen beslaat de op elkander gepakte menigte de volle ruimte, bezig met het genot van haar eenvoudig ontbijt, van hare regte of verkeerde koffij”. Dit schreef Kneppelhout vanuit het kuuroord Karlsbad. De uitdrukking verkeerde koffij wordt door hem gekenschetst als “Carlsbader kurtaal”: “Daar den meesten kurgasten geene andere dan zeer slappe koffij wordt toegestaan, vragen zij gewoonlijk eine verkehrte (…), wanneer de koffij in het melkkannetje en de melk in de koffijkan wordt gediend.” In het Duits wordt koffie verkeerd tegenwoordig aangeduid als Milchkaffee, maar nog steeds bestaat er in Oostenrijk een Weense koffiespecialiteit met de naam Kaffee verkehrt. Verkehrt betekent hier ‘omgekeerd’: de verhouding tussen de koffie en de melk is omgekeerd aan die van een normale kop koffie met melk. Er is dus niks fout aan koffie verkeerd.
[Hans Beelen en Nicoline van der Sijs (2014), ‘Koffiepraat’, in: Onze Taal 9, 240]

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

koffie zn. ‘product van de koffieboom (geslacht Coffea)’
Vnnl. eerst de vorm chaoua ‘drank uit zekere gebrande pitten’ in die Turcken ... drincken van hare chaona (lees chaoua) t'welc sy maken uyt sekere vruchten ... [1596; WNT], dan koffy, coffi in (de Turken hebben een) dranck ..., genaamd koffy [ca. 1640; WNT], op het Rokkin, alwaar de thee heel puik is, en de coffi mee ‘op het Rokin (in Amsterdam), waar de thee heel best is en de koffie ook’ [1669; WNT], coffi ... die hier ... met de Engelze doorgebroken is ‘koffie, die hier door de Engelsen populair is geworden’ [na 1684; WNT]; nnl. koffie [1799; WNT vooruit].
Mogelijk via Engels coffee [1636; OED], eerder al coffa [1603-30; OED], coffe [1601; OED], beide in reisbeschijvingen, ontleend aan Turks kahve, of rechtstreeks aan Arabisch qahwa ‘koffie’, dat oorspr. de betekenis ‘wijn’ had. De Arabieren leerden in de Ethiopische provincie Kaffa de koffie kennen en omdat koffie ook een opwekkende drank is, associeerden zij de drank uit Kaffa met de bestaande naam voor ‘wijn’ en gaven er diezelfde naam aan. In de periode van het Osmaanse Rijk werd het woord in het Turks bekend.
Koffie raakte in de 16e eeuw in de Europese talen bekend door verhalen van ontdekkingsreizigers. In hun benamingen gebruikten zij veel spellingvarianten, zoals in de eerste Nederlandse attestatie, in het Nederlands cauwa [17e eeuw; WNT], in het Engels cauphe [1636; OED], in het Duits Chaube [1582; Paul] en Cahwae [17e eeuw; Pfeifer]. Koffie werd in de loop van de 17e eeuw belangrijke handelswaar, waarbij de Oost-Indische compagnieën van Frankrijk en Engeland en vanaf eind 17e eeuw vooral de Nederlandse VOC een belangrijke rol speelden. Sinds halverwege de 17e eeuw (Venetië 1645, Oxford 1650, Den Haag 1664) verspreidden de koffiehuizen zich over Europa. Het woord consolideerde zich in de westerse talen uiteindelijk in twee vormen, met -o- en met -a-. Men veronderstelt wel (OED) dat de -o- teruggaat op eerder -au- uit Arabisch -ahw- of Turks kahve. De handelaren kwamen rechtstreeks in contact met de Arabieren. De q- in het Arabische qahva maakte van de eerste -a- een /o/-achtige klank. Het is ook mogelijk dat coffa, coffe in het Brits-Engels is ontstaan als variant van caffa, capha [1631; OED], te vergelijken met de ontwikkeling bij → dollar. Russisch kófe en ouder Duits koffee [17e eeuw; Pfeifer] zijn vrijwel zeker aan het Nederlands ontleend. Vormen met -a- zijn o.a. Italiaans caffè (ouder cavèe [1585; DELI]), Frans café, Duits Kaffee, Zweeds kaffe, enz. De wetenschappelijke geslachtsnaam (Coffea) heeft een -o- en de werkzame stof (cafeïne) een -a-. Zie ook → café, → cafeïne.
Lit.: Van der Sijs 1998

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

koffie [drank uit koffiebonen] {1640} < turks kahve of < engels coffee; het woord is in de Europese talen overgenomen toen de Turkse expansie in de 16e eeuw de koffie bekend maakte; het turks heeft het geleend < arabisch qahwa, oorspr. betekenis ‘wijn’, later ‘koffie’. Volgens sommigen komt het woord van Kaffa, een plaats in Ethiopië, maar dit is volksetymologie. De uitdrukking op de koffie komen [van een koude kermis thuiskomen] betekent mogelijk ‘onthaald worden’, in ironische zin, vgl. hoogduits ja, Kuchen [morgen brengen!].

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

koffie

In de 16e en 17e eeuw brachten Venetiaanse kooplieden uit Turkije de eerste koffie naar Europa. De Arabische naam was kahve of qahva. Sommigen menen dat de naam ontleend is aan Kaffa, het Ethiopische hoogland dat het oorspronkelijke vaderland zou zijn van de koffie, die vandaar naar Arabië is verplant. In vormen als caffè en café is het woord in Zuid-Europa verbreid. Op onafhankelijke ontlening berusten Nederlands koffie en Engels coffee. Uit een van beide is Russisch kófe afgeleid.

Vroeger kenden wij ook het woord koffiehuis, gevormd naar Engels voorbeeld. Maar reeds in de 17e eeuw bestond in Hamburg een Coffeehaus, vreemde vermenging van Engels en Duits. Nu zeggen wij: café, helaas, want koffiehuis is een veel aardiger woord.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

koffie znw. m., sedert de 17de eeuw in Europa bekend geworden. In het nnl. met o evenals ne. coffee, daarentegen met a in fra. café > nhd. kaffee (sedert 1688). Deze woorden gaan terug op turks kahwe < arab. ḳahwa. Oorspronkelijk betekende dit woord ‘wijn’, maar na het wijnverbod door Mohammed werd de naam overgedragen op de uit Abessynië stammende koffie; deze hoort thuis in het gebied van Kaffa, waarvan dus de naam zeker ook aanleiding geweest zal zijn voor de latere benaming.

Ook koffieboon gaat uiteindelijk op arab. terug, waar bunna ‘bes’ betekent. Deze werden geroosterd door de stammen van Afrika gegeten, eerst in de 15de eeuw werd de bereiding van de drank gevonden, die aanvankelijk alleen diende om de derwisjen wakker te houden om de uren van het gebed niet te verslapen. Eerst sedert 1459 als genotmiddel naar Arabië. — Het nl. woord werd ontleend > russ. kófij (sedert 1724, maar nu verouderd, vgl. R. v. d. Meulen, Verh. AW Amsterdam 66, 2, 1959, 48).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

koffie znw. In de 17. eeuw met den drank zelf in West-Europa geïmporteerde naam: eng. coffee (> oudnhd. coffee); met a: fr. café > nhd. kaffee m., de. kaffe. Uit arab. qahwah “koffie”, ook de naam van andere dranken.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

koffie v., uit Eng. coffee, terwijl Hgd. kaffee uit Fr. café: beide coffee en café uit Tu. qahweh, van Ar. qah-wah, wellicht berustende op twee verschillende uitspraken van dit Ar. woord.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

koffie: Surinaam’se koffie (de), 1. de plant Arabische koffie (Coffea arabica, Fajalobifamilie*). De Surinaamsche koffie werd hier van 1750-1850 op uitgebreide schaal op een 300-tal kleine plantages* gekweekt (Stahel 1944: 54). - 2. bonen van Arabische koffie. - 3. drank van Arabische koffie. - Etym.: Surinaamse werd pas ter onderscheiding toegevoegd nadat de eerst geïmporteerde en thans het meest verbouwde Liberica-koffie (Coffea liberica) de overhand genomen had en kortweg ’koffie’ genoemd werd (Ost. 197).
— : zie koffie zeven*.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

koffie (Turks kahve of Engels coffee)

N. van der Sijs (1998), Geleend en uitgeleend: Nederlandse woorden in andere talen en andersom, Amsterdam

koffie

Het Osmaanse of Ottomaanse rijk van de Turken, genoemd naar de stichter Osman I (ca. 1300 tot ca. 1324), bezat van de Middeleeuwen tot in de negentiende eeuw veel macht en gebied in Midden- en Zuid-Europa, vooral op de Balkan. Het besloeg een groot deel van Griekenland en Hongarije. Tot tweemaal toe belegerden de Turken zelfs Wenen: de eerste keer in 1529 onder Süleyman I, de tweede keer in 1683 onder grootvizier Kara Mustafa. Aan deze tweede belegering danken we de croissant, het halvemaanvormige broodje dat bij ieder ontbijt hoort. In 1689 werden de Turken definitief verslagen, en om dit te vieren werden de eerste croissants gebakken, die Hörnchen ‘horentje’ genoemd werden. De vorm van het baksel was geïnspireerd op het Turkse nationale embleem, een halve (wassende) maan. In 1863 vertaalden de Fransen dit Hörnchen in croissant, wat letterlijk ‘halve maan, wassende maan’ betekent. De Fransen hebben broodje en naam populair gemaakt. In Nederlandse woordenboeken staat het woord sinds 1929.

In de periode dat de Turken een groot rijk bezaten, zijn een aantal Turkse woorden internationaal geworden. Wij kennen ze ook, meestal via andere talen, vooral Frans en Duits. De woorden hebben dikwijls lange dwaaltochten door allerlei talen gemaakt. Vele woorden die door het Turks verbreid zijn, zijn overigens helemaal niet ‘echt’ Turks, maar Turkse leenwoorden uit het Perzisch of Arabisch. Woorden die, meestal via andere talen, teruggaan op het Turks zijn horde (1622), kazak ‘overkleed’ (14de eeuw), kaviaar (1481-1485) en, met Perzische of Arabische oorsprong, divan (1760), jakhals (1653), kiosk (1698), macramé (1929), minaret (1698), muzelman (1622), sofa (1784), tulband (1601) en tulp (1581).

Direct geleend zijn benamingen voor voedingswaren die we in deze eeuw, waarschijnlijk door Turkse immigranten, vanaf de jaren zestig hebben leren kennen, zoals baklava ‘zeer zoet gebak’, dolma, kebab. De eerste twee woorden zijn nog niet in de Grote Van Dale opgenomen; kebab staat er sinds de laatste druk uit 1992 in. Al langer bekend, vooral uit reisverhalen, zijn pilav (1698), raki (1824) en yoghurt. Dit laatste woord werd in 1843 in de vorm yaourt opgetekend, aan de spelling te zien onder invloed van het Frans; begin deze eeuw vinden we de vorm yoghurt.

Het oudste en volgens sommigen belangrijkste voedingsmiddel dat we van de Turken kennen, is koffie. Dit product werd vanaf de tweede helft van de zestiende eeuw in Europa bekend door verschillende reisverslagen. In het begin van de zeventiende eeuw werden product en naam via het Turks vanuit de havenstad Venetië verbreid. De Turkse vorm luidt kahve, de Italiaanse caffè. Het woord komt uit het Arabisch, waar het oorspronkelijk ‘wijn’ betekende; na het wijnverbod door Mohammed werd de naam overgedragen op de koffie, omdat koffie net als wijn een opwekkende en slaapwerende drank was. Hoewel geleerden het Arabische woord lange tijd hebben beschouwd als een afleiding van de geografische naam Kaffa, een Ethiopisch district waar de koffieplant inheems is, stuit dit op een aantal problemen. Niet duidelijk is bijvoorbeeld hoe de Arabische vorm qahwa zou kunnen teruggaan op een vorm met -ff-. De nieuwste etymologie is, dat het woord een afleiding is van een Semitisch woord dat ‘donker’ betekent; koffie is dus de ‘donkere drank’.

In de Europese talen komen we twee vormen van het woord tegen, namelijk met o: koffie, Engels coffee, Russisch kofe (het laatste ontleend aan het Nederlands), en met a: Frans, Spaans, Portugees café, Duits Kaffee. De o in het Nederlands en Engels gaat waarschijnlijk terug op ouder au of aou als weergave van Turks -ahv-: het Woordenboek der Nederlandsche Taal geeft voor het Nederlands een citaat uit 1596 van J.H. van Linschoten, Itinerarium, ofte Schipvaert naer Oost ofte Portugaels Indien: ‘Die Turcken onderhouden vast ghelijcke manieren int drincken van hare Chaona (l. [lees]: Chaoua) t’welc sy maken uyt sekere vruchten [...]’. De Oxford English Dictionary geeft als oudste plaats exact hetzelfde citaat, maar dan in de Engelse vertaling uit 1598 en ditmaal wél met de juiste spelling chaoua: ‘The Turkes holde almost the same manner of drinking of their Chaoua, which they make of a certaine fruit [...]’.

Of de ontwikkeling met o in het Engels en Nederlands onafhankelijk van elkaar heeft plaatsgevonden, of dat de ene taal het uit de andere geleend heeft, is niet duidelijk. De meeste etymologische woordenboeken laten dit in het midden; een Engels etymologisch woordenboek meent dat de Engelse vorm uit het Nederlands komt, maar de modernste Nederlandse etymologische woordenboeken menen juist het tegenovergestelde. In het Engels is de o-spelling het eerst aangetroffen: in 1601 spelt het Engels onder andere coffe, terwijl koffij in het Nederlands pas vanaf ongeveer 1640 voorkomt — maar dit kan op toeval berusten.

Uit het citaat van Van Linschoten blijkt de onbekendheid met het product koffie aan het eind van de zestiende eeuw. Maar in het begin van de zeventiende eeuw breidde de koffie zich, ongetwijfeld vanwege zijn opwekkende werking, in sneltreinvaart over heel Europa uit. In de tweede helft van de zeventiende eeuw werden zowel koffie als thee (beide aangevoerd door de Verenigde Oost-Indische Compagnie) grote concurrenten van bier, dat tot die tijd de volksdrank was — thee was vooral populair bij dames. In de loop van deze eeuw kwamen koffiehuizen in zwang — wellicht was hun populariteit mede te danken aan het feit dat ze in veel landen aanvankelijk alleen toegankelijk waren voor mannen, waardoor ze een centrum voor politieke, literaire en handelsactiviteiten werden. De naam en de instelling koffiehuis hebben we uit Engeland leren kennen. Het woord wordt voor het eerst in 1676 genoemd en is een vertaling van coffee house, dat in het Engels sinds 1615 voorkomt. In de Lage Landen werd een koffiehuis kennelijk onmiddellijk een plaats waar van alles gebeurde, want er werden vele kluchten geschreven met als titel ‘t (oude, vermaeckelijk) coffy-huys of koffyhuis; de eerste klucht met zo’n titel verscheen al in 1678.

Drie eeuwen later is, eveneens uit het Engels, of beter uit het Amerikaans-Engels, de coffeeshop overgenomen. In 1984 duikt het woord voor het eerst op in de Grote Van Dale, met de betekenis ‘gelegenheid waar men koffie en andere niet-alcoholische dranken en ook wel kleine schotels, snacks kan krijgen’. Deze betekenis staat nog ongewijzigd in de laatste druk, terwijl de betekenis waar iedere Nederlander en menig buitenlander aan denkt bij het horen van het woord coffeeshop ontbreekt, namelijk: plaats waar softdrugs verkrijgbaar zijn. Deze betekenis bestaat alleen in het Nederlands, niet in het Engels.

Het Franse woord voor koffie, café, kreeg de betekenis ‘koffiehuis’, en vanaf 1694 ‘dranklokaal’ in het algemeen. In die betekenis hebben wij het in 1886 overgenomen; daarvóór (vanaf 1847) heeft het woord korte tijd in het Nederlands bestaan in de betekenis ‘koffie’. Naast de cafés bestaan er nog steeds koffiehuizen, die een aparte horeca-categorie vormen.

Koffiedrinken bleef niet beperkt tot openbare gelegenheden. Vanaf het midden van de achttiende eeuw drong het ook het gezinsleven binnen. En toen het eenmaal zo normaal geworden was, ging het een rol spelen in het volksgeloof. In Duitsland geloofde men dat je mooi werd als je koude koffie dronk. Algemeen verbreid is de waarzeggerij op grond van koffiedik, het zogenaamde koffiedik kijken. Hiermee vermaakten Parijse dames zich al in het begin van de achttiende eeuw. In de volksgeneeskunde speelt de koffie tot op heden een rol. Dit leidt tot wijsheden als: wie de hik heeft, moet een koffieboon eten, of: maagpijn verdwijnt, als je na het eten een mespunt gemalen koffie inneemt. Populair-wetenschappelijke werken wezen in het verleden echter ook op de nadelige gevolgen van onmatig koffiedrinken. Zo waarschuwde het Natuur- en huishoudkundig handboek van de Enkhuizense arts Cornelis Stant, dat in 1814 door de Maatschappij tot nut van ‘t Algemeen werd uitgegeven: ‘terwijl het altoos voor gevoelige menschen, vooral vrouwen en kinderen, [...] gevaarlijk is koffij te drinken. Ook alle soorten van zenuwachtige en hysterike toevallen heeft dezelve daarenboven opgewekt; als: duizelingen, bezwijmingen, hoofdpijnen, hartkloppingen, trillinge der ledematen, beroerte, verlammingen en zelfs den dood.’ Slappe koffie was nog het ergst: de waarschuwing gold ‘ook dan, en misschien nog meer, wanneer men die zeer slap afgetrokken drinkt, aangezien men alzoo de nadeelen, welke de Koffij kan te weeg brengen, nog vermeerdert met die, welke het verslappende warme water aanbrengt, of daardoor doet vervangen.’ Het heeft niet mogen baten, want tot op heden is koffie overdag wel de meest gedronken drank, hoewel thee langzaam terrein wint.

Inmiddels bereidt men de koffie overal op een andere manier. De Italianen hebben een hoog niveau bereikt, met vormen als cappuccino en espresso, woorden die wij recent overgenomen hebben: cappuccino staat sinds 1984 in de Grote Van Dale en espresso sinds 1961. En er bestaat inmiddels een groot verschil tussen de Nederlandse koffie en de Turkse, waarvan hij afstamt.

E. Sanders (1997), Borrelwoordenboek: 750 volksnamen voor onze glazen boterham, Den Haag

koffie Koffie komt in verschillende uitdrukkingen voor in de betekenis ‘borrel’ of ‘jenever’. In de dieventaal werd ‘jenever’ in de jaren dertig wel aangeduid als kouwe koffie. De Rotterdamse schrijver Willem van Iependaal, een groot kenner van het Bargoens, vereeuwigde deze betekenis in 1932 in een gedicht over dieven die na een kraak in Schiedam voor de rechtbank in Rotterdam moeten verschijnen:

Zevenhonderd zoveel liter
Louter nationale faam
Maakten van de groene tafel [de balie]
Knusse kouekoffiekraam!

Een portier van het Sonesta-hotel in Amsterdam maakte in de jaren zeventig kennis met witte koffie. Hij schrijft:

Vaak gingen we na de late dienst de stad in. Om 05.00 uur nuttigden we dan een stevig ontbijt in een etablissement op de hoek van het Singel en het Kattegat. Voor ons bestond dit ontbijt uit koffie en gebakken eieren met kaas. Voor de arbeiders die daar door koppelbazen elke ochtend werden geronseld bestond het ontbijt uit iets anders: jenever. Maar aangezien het een koffiehuis betrof en er geen vergunning was om drank te serveren en het etablissement sowieso al door de politie (vanwege de koppelbazen die af en aan reden met busjes) in de gaten werd gehouden, serveerde men de jenever in gewone koffiekopjes met suikerklontjes op het schoteltje en een lepeltje in het kopje. Indien men een dergelijke koffie wenste, bestelde men bij de ‘barman’ een witte koffie!

Een andere informant hoorde eind jaren tachtig uit de mond van een Amsterdamse leraar ‘met alcoholische neigingen’ het eufemisme groene koffie voor ‘jenever uit de bekende groene fles van een bepaald merk’. In het Duits wordt sterke drank wel weißer Tee of Husarenkaffee genoemd. In het Engels is cold coffee gebruikt voor ‘bier’, en corn coffee of white coffee voor ‘clandestiene sterke drank’. Witte koffie is in het Nederlands overigens ook gebruikt voor ‘koffie met melk’.
Vergelijk grijze madera.

[Bolhuis 91; WNT XXVI 1472]

H. Kleijn (1970), Planten en hun naam: Een botanisch lexicon voor de Lage Landen, Amsterdam

Cichórium | Cichórium íntybus: Wilde cichorei
De naam Cichorium is afgeleid van de Griekse woorden kio: ik ga, en chorion: veld, en wil zeggen dat Cichorium niet op de akker of het veld groeit, maar aan de rand ervan of langs de weg. De plant heette bij de Oude Grieken, en wel bij Theophrastus en Dioscorides, Kichorion en, bij Horatius, Kichore. Zij en haar naaste verwant de Andijvie (C. endivia) werden reeds door de Grieken en Romeinen als groente gegeten. De kultuurvorm van de Wilde cichorei kennen we als Witlof of Brussels lof. Deze gekweekte vorm heeft een grotere en dikkere wortel en bredere bladeren dan de in het wild voorkomende soort.
Om het witgele lof te verkrijgen moet de plant in het donker gekweekt worden, zodat de spruiten niet onder invloed van het zonlicht komen. Men doet dit in broeikassen of warenhuizen, waar de plant onder een laagje aarde gestopt wordt. Dodonaeus schreef: ‘In September oft October wordt de plant van de hoveniers met savel oft aerde bedeckt, nae dat de bladeren eerst boven toe ghebonden zijn; daer door worden die bladeren heel sneeuwwit ende worden in de wintersene maenden met olie en azijn ghegeten, ghelijck men doet met veel andere salaetcruyden.’
In de zeventiende eeuw was dus het witlof reeds zo in trek dat Dodonaeus het nodig vond om de kweekmethode mede te delen. Het algemeen gebruik van witlof in ons land heeft zich pas de laatste vijftig jaar voltrokken. In de eerste tijd voerden wij de groente uit België in, vandaar dat zij spoedig de naam van Brussels lof kreeg. Zo spreekt men op Walcheren van Brusselse kooltjes, hetgeen verwarrend werkt, want wat wij in het algemeen Brusselse kooltjes noemen, is een heel andere soort groente, namelijk een koolsoort. Een juiste lijn te trekken tussen de benamingen van de wilde en de gekweekte cichorei is moeilijk, reden waarom we dan ook geen onderscheid zullen maken.
De naam Cichorei was uiteraard onderhevig aan verbastering en het verbaast ons niet dat men deze naam ging uitspreken als Suikerij, hoewel de plant niets met suiker te maken heeft. Ja, de wortel smaakt zelfs bitter. Het is zuiver een klankverbastering. Deze naam is op vele plaatsen in ons land in gebruik, met de nodige dialectische en gewestelijke vormen, zoals Soekerij, Sokerij, Sokkerai(e), Sokkerei, Succoreye, Suikerijlof, Sükerei, Sûkerei, Sûkereiwoartel, Tsukerei en Brusselse suikerij in Zuid-Limburg. Deze verbasterde namen zijn niet van de laatste tijd, want dergelijke namen komen we onder Succoreie in 1514 tegen en als Zukorey in ca. 1300.
De naam Molsla op Walcheren, Tholen, in Oost-Drente, Noord-Overijsel en Zuid-Holland aan de plant gegeven, slaat op het verbleekte blad dat eveneens gegeten werd. Zie voor Molsla ook bij Taraxacum: Paardebloem.
De namen Bittere pee, Bitterpeen, Bitterij en Bittere-peeënsla slaan op de bitter smakende verdikte wortel. Deze wortel werd onder meer in Middelburg een eeuw geleden nog gegeten, aangemaakt met azijn, stroop of suiker. De wortel werd en wordt nog als een best voer voor de varkens beschouwd. Hierop wijzen de volksnamen Zwijnensalade en Zwijnensla. De naam Korenbloem op Overflakkee aan de plant gegeven, duidt alleen op de overeenkomst met de echte korenbloem, beide bezitten blauwe bloemen.
De naam Duitse koffie - nog in gebruik? - heeft de volgende geschiedenis: Vanwege de hoge prijs van koffie zocht men naar een vervangingsmiddel. Zo vonden in 1775 twee Franse artsen, Harpong en Brunon te Sessinez, de geroosterde en gemalen wortel geschikt om als surrogaat voor koffie te kunnen dienen. Vanwege het Continentale stelsel, in het Napoleontische tijdperk, kreeg deze peekoffie, zo noemde men hem, grote bekendheit, want import van echte koffie was niet mogelijk. Thans is dit surrogaat op zijn retour, en de gemalen wortel werd tot voor kort nog slechts gebruikt in de zogenaamde koffiestroop. We vinden verder nog vermeld dat een majoor von Heine uit Brunswijk in 1770 een patent liet registreren om eveneens uit de wortel een vervangingsmiddel voor koffie te verkrijgen. Om dezelfde reden, het afvloeien van geld voor de aankoop van koffie naar het buitenland tegen te gaan, verklaarde Frederik de Grote (1712-86) de handel in koffie tot staatsmonopolie en bevorderde daardoor de aanplant van cichorei. Uit deze laatste verordening zal dus de naam Duitse koffie wel ontstaan kunnen zijn. We willen hier dr. H. Uittien (1946) aan het woord laten omtrent het gebruik van de cichorei als vervanger van koffie: ‘Dat was een verdriet voor de menschen! Ze spraken dan ook van Chagrin inplaats van Cichorei. Ik heb een ouden man gekend, die zelfs zoover ging, dat hij van een pakje Sjacherijn of een pakje Verdriet sprak.’ In Walcheren maken ze het zich ook gemakkelijk: daar noemen ze de plant Hupaardje. Mevr. Heukels-de Kruyff zegt dat men van het Paardje sprak, omdat de grootste cichoreifabriek een paardje als merk had. De herkomst van zulke namen moet men door een toeval op het spoor komen.
De naam Hemelsleutel, reeds in 1514 als Hemelslotel, Hemelslotele in de Ortis Sanitatis opgenomen, is te verklaren omdat men geloofde dat een plant met zulke prachtige hemelsblauwe bloemen uit de hemel gevallen moest zijn. Ook vertelde men elkaar dat Petrus eens zijn sleutels op de aarde had laten vallen. Toen de engelen de sleutels terughaalden, groeide op de plaats waar de sleutels de grond geraakt hadden, de Cichorei.
Omtrent de namen Wegenwachter, Wegwarte, Wegenwaarte en Verwenste juffer zijn vele sagen in omloop; ook in andere landen. Het gaat in de regel om een meisje dat haar verloofde ontrouw werd en tot lering - veranderd geworden in deze plant - en als voorbeeld voor alle ontrouwe meisjes, tot in eeuwigheid langs de weg moest wachten. De Wolff vertelde het zo:
Daar wacht het bleeke jufferlijn
Den dag van den donkeren nacht alleen
op haar hartelief aan den wege,
Wegewachter, wegewacbter!
Zij spreekt: zelfs wen ik hier wortel sla
En wachten moet tot den jongsten dag,
Ik wachte op hem aan den wegen,
Wegewachter, wegewachter!
De zomer komt en de zomer gaat
De herfstwind over de heide waait,
Het bloemlijn wacht aan den wege,
Wegewachter, wegewachter!
Er bestaat ook nog een gedichtje met dezelfde strekking van Hans Vitter uit 1411. De naam Wegewachter heeft dus wel zeer oude papieren. Vroeger was het kruid dan ook het symbool van de trouwe liefde.
De Latijnse soortnaam intybus wil men verklaren vanuit de Latijnse woorden in: in, en tubus: buis of koker, vanwege de holle stengel. In oude handschriften komt men inderdaad de plant als Intuba tegen, anderzijds wil men de naam verklaren als zijnde afkomstig van het Griekse entomos, dat ingesneden beduidt en betrekking zou hebben op de ingesneden bladeren. In de loop der tijden heeft de Cichorei vele Latijnse benamingen gehad. In de Capitulare de villis (ca. 795) treft men haar aan onder Solsequium. Dit komt van solem sequi: de zon volgen, omdat zolang de bloem geopend is zij naar de zon gericht staat. Bij Konrad von Megenberg (1309-74) heet de plant dan ook Sonnewende. Een naam die we in de middeleeuwen ook tegenkomen en die eveneens duidt op het naar de zonzijde gewend zijn van de bloemen, is Sponsa solis, hetgeen wil zeggen zonnekruid. Beide Latijnse namen worden door von Megenberg genoemd in zijn Buch der Natur. Een en ander slaat op de lichtgevoeligheid van de bloemen, want bij donker of regenachtig weer sluiten zich de bloemen of ze blijven gesloten. Een andere middeleeuwse naam die we tegenkomen is die van Custos viarum, hetgeen vertaald luidt Wegewachter.
In de volksgeneeskunst werd de wortel als maagmiddel aangewend. Dit gebruik gaat terug tot de Ouden, die de wilde plant met azijn gemengd aten, omdat het goed voor de maag zou zijn. Het sap werd aangewend bij lever- en miltkwalen, ook werkte het probaat als de galwerking niet in orde was. Tegen hoofdpijn, nierstenen en bij ‘duyster gesicht, vlecken op de Oogen en roode ontsteken Oogen: wast de oogen dickwijls met water van cichoreybloemen gedistilleert.’ In 1682 vertelt P. Nylandt dat het kruid in de moeshoven wordt aangetroffen. Waarom de plant in de hoven werd aangeplant lezen we bij Jacob Cats in zijn Houwelich:
Hier raad ick onse vrou haer wel te willen pynen,
Te maken van het huys gemeene medicynen
Te queecken in den hof: Tym, Botris, Alsem Ruyt,
Endivy, Cichorei en ander heylsaem kruyt.
Magische krachten werden de plant eveneens toegeschreven, want, indien men iemand buiten zijn weten en gedurende zijn slaap met boeien bindt, zo vallen deze vanzelf los, mits de slapende cichoreiwortel bij zich draagt. Verbreid was oudtijds ook het bijgeloof, dat iemand zich onzichtbaar kon maken. Hij moest dan op Sint Jacob (25 juli) met een goudstuk de wortel van een cichoreiplant uitgraven, die met witte bloemen bloeide. Voorwaar een lastige opgave.
Vroeger gold het als een wonder dat de blauwe bloemen in een mierenhoop gestoken, in rode bloemen veranderden. We weten thans dat dit veroorzaakt wordt doordat het mierenzuur de kleurverandering teweegbrengt. Maar H. Bock schreef in 1546 ‘als solten die blumen ob den ämeissen erschrecken und also in blutfarb verkert werden.’
In het Germanisch Nationalmuseum te Nürnberg hangt een paneel (uit 1487) van de schilder genaamd de ‘Meister des Augustineraltars,’ voorstellende het martelaarschap van de heilige Sebastiaan, waarop de plant goed herkenbaat voorkomt.

R. Dozy (1867), Oosterlingen, verklarende lijst der Nederlandschen woorden die uit het Arabisch, Hebreeuwsch, Chaldeeuwsch, Perzisch en Turksch afkomstig zijn, 's-Gravenhage

Koffie
Het Arab. kahwa of kahwé (قهوة). Dit woord is langen tijd een van de vele namen voor wijn geweest, die de Arab. hebben, en daar de wortel beduidt: een afkeer hebben van spijs, zoo zeggen de Arab. philologen, dat de wijn zoo genoemd is omdat hij den eetlust wegneemt; zij voegen er bij, dat, toen men in de 15e eeuw koffie begon te drinken, de naam kahwé op dien drank overging omdat hij wakker houdt, een afkeer van den slaap doet ontstaan. Als men evenwel in aanmerking neemt, dat de echte Mochakoffie eene zeer bedwelmende en dronkenmakende kracht heeft, dan laat zich de overgang van beteekenis gemakkelijker verklaren.
Cahwé is door het Ital. caffe (voor ’t eerst werd de drank te Venetië ingevoerd in 1615) tamelijk getrouw wedergegeven, en ook door het Fr. café. Bij ons en bij de Engelschen zijn beide vokalen verkeerd.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

koffie ‘drank uit koffiebonen’ -> Engels coffee ‘drank van koffiebonen; (zaden van de) koffieplant’; Duits dialect Kuffi ‘drank uit koffiebonen’; Russisch kófe, kófij ‘drank uit koffiebonen’; Oekraïens kófe ‘als koopwaar en als drank’ <via Russisch>; Wit-Russisch kófe ‘drank uit koffiebonen’ <via Russisch>; Indonesisch kopi ‘drank uit koffiebonen’; Ambons-Maleis koffi ‘drank uit koffiebonen’; Atjehnees kupi ‘drank uit koffiebonen, gemalen koffiebonen’; Gimán kofi ‘drank uit koffiebonen; koffiestruik’; Iban kupi ‘drank uit koffiebonen’ (uit Nederlands of Engels); Jakartaans-Maleis kupi, kopi ‘drank uit koffiebonen’; Javaans kopi ‘drank uit koffiebonen’; Keiëes kuf ‘drank uit koffiebonen’; Kupang-Maleis koffi ‘drank uit koffiebonen’; Letinees kopi ‘drank uit koffiebonen’; Madoerees kopi, kupi ‘drank uit koffiebonen’; Makassaars kôpi ‘drank uit koffiebonen’; Menadonees koffi ‘drank uit koffiebonen’; Minangkabaus kopi ‘drank uit koffiebonen’; Nias kofi ‘drank uit koffiebonen’; Savu kowi ‘(drank uit) koffiebonen’; Sasaks kupi ‘drank uit koffiebonen’; Soendanees kopi ‘drank uit koffiebonen’; Ternataans-Maleis koffi ‘drank uit koffiebonen’; Petjoh kopie ‘drank uit koffiebonen’ <via Indonesisch/Maleis>; Creools-Portugees (Batavia) coffie, kovi ‘drank uit koffiebonen’; Creools-Portugees (Ceylon) caufe ‘drank uit koffiebonen’; Creools-Portugees (Malakka) kofi ‘drank uit koffiebonen’; Tamil dialect kōppi ‘drank uit koffiebonen’; Japans kōhī ‘drank uit koffiebonen’; Negerhollands kofi, coffie, koffee ‘drank uit koffiebonen’; Berbice-Nederlands kofi ‘drank uit koffiebonen’; Papiaments kòfi (ouder: koffi) ‘drank uit koffiebonen’; Sranantongo kofi ‘drank uit koffiebonen’; Aucaans kofi ‘drank uit koffiebonen’; Saramakkaans kofí ‘drank uit koffiebonen’ <via Sranantongo>; Arowaks kofi ‘drank uit koffiebonen’; Sarnami kofi ‘drank uit koffiebonen’; Surinaams-Javaans kofi, kopi ‘drank uit koffiebonen’ <via Sranantongo>.

Dateringen of neologismen

Nicoline van der Sijs (2015-heden), Jaarwoordenzoeker ‘Een woord uit elk jaar 1800-heden’, zie ook bij Onze Taal

En dan is er koffie [reclameslogan] (1968). Reclamemakers Theo Strengers en Peter Verhoef bedenken in 1968 voor een Douwe Egberts-reclame de leus ‘En dan is er koffie’. De slogan krijgt nog grotere bekendheid door de gelijkgetitelde bestseller van schrijfster Hannes Meinkema uit 1976.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

koffie drank uit koffiebonen 1640 [WNT] <Turks

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1260. Van een koude (kale of slechte) kermis (reis of markt) thuiskomen,

d.w.z. ergens slecht wegkomen, in iets niet slagen, met de kous op den kop thuiskomen, op de koffie komen, van den bok droomen (Ndl. Wdb. III, 260; Bergsma, 61); op de appelmark kommen (Bergsma, 61); er met blekken buizen afkomen, zooals men in Zuid-Nederland wel zegt (Ndl. Wdb. III, 1770). Voor de beteekenis van koud en kaal in den zin van onbeteekenend, slecht zie no. 1258 en vgl. voor bewijsplaatsen: Boekenoogen, 415; Opprel, 64 en W. Leevend IV, 240; Nkr. II, 4 Oct. p. 3; 20 Dec. p. 2; VI, 7 Dec. p. 5; Het Volk, 12 Juni 1913, p. 1 kol. 2: De debaters die tegen Duys optreden, komen in den regel van een koude kermis thuis; 11 Sept. 1913 p. 3 k. 1; 24 Dec. 1913 p. 1 k. 3; Handelsblad, 16 Mei 1914, (ochtendbl.) p. 1 k. 3; 26 Aug. 1914 (avondbl.) p. 2 k. 6; Het Zevende Gebod, 115: U komt nog is van 'n slechte reis thuis; Dievenp. 65: Inwendig verkneukelde ik me al over de kouwe kermis, waarvan de toffe jonges thuis zouden komen. Syn. is van een verloren reis komen (Sewel, 670); van ne bedroofde reize in hoes kommen (Twente); slecht van iets thuis komen (Schuerm. 212); Waasch Idiot. 316 a; Antw. Idiot. 607); van een kale merkt komen, een slechten, beschamenden uitslag van iets bekomen, straf van iets te wachten hebben (Schuermans, 363; Joos, 73; Rutten, 143); van eene kale reis afkomen (Rutten, 186); van een kalen stroom afkomen (Rutten, 224); van iet tehuis komen (Tuerlinckx, 279; Rutten, 119; Waasch Idiot. 649 b; Antw. Idiot. 583); van een kaal reis komen, ter kaal van afkomen (Tuerlinckx, 297); ieverans van thuis komen, iets kwaads ondervinden (Tuerlinckx, 337); fri. fen in kâlde merk thûs komme.In het Mnl. komt coudemarc(t)e voor in den zin van een markt, die in den winter gehouden wordt (Mnl. Wdb. III, 1996).(Aanv.) Nog te vergelijken is Hij komt van dooie prikken, eig. visschersterm, wanneer een beuger huiswaarts moet keeren, omdat de prikken gestorven zijn.

1221. Koffie.

Dit woord komt in verschillende zegswijzen voor o.a. in Dat is geen zuivere koffie, die zaak is niet pluis, niet in den haak; zie Harreb. III, CXXVI; Molema, 566; Breuls, 89; Landl. 97: Da's geen zuivere koffie met jou; Handelsblad, 6 Juni 1913, p. 7 k. 1: Wat-ie zegt, as dat maar zuivere koffie is; 9 Dec. 1913, p. 7 k. 1 (avondbl.): Hij had al heel gauw in de gaten dat het met deze menschen geen zuivere koffie was; Handelsblad, 4 Febr. 1922 (O), p. 6 k. 6: Nu werd het onzen schutter duidelijk, dat hij hier met geen ‘zuivere koffie’ te doen had. Dat was andere koffie, dat was iets geheel anders, iets dat niet verwacht werd; gewoonlijk ‘dat was andere thee’ zie (aldaar). Vgl. Het Volk, 19 April 1914, p. 13 k. 2: Daar had ‘Het Volk’ natuurlijk niet van terug; en de Enschedésche korrespondent ook niet. Dàt was andere koffie; niet 18, maar 48 bezoekers op twee wijkvergaderingen! - Dat is koffie, dat is leuk, fijn, aardig; zie Landl. 325: Da's koffie, die meid van jou, Geert! bl. 218: Da's juist koffie (leuk); bl. 61: Broer, da's koffie, da's tuk! bl. 86: Die heit 'n neut (borrel) op, loopt kalm op 'n Urker visscherman an, en snijdt 'm pardoes in ze nek... Jà, da's toch koffie! -Syn van dat is kaas! Vgl. Nkr. 8 April 1916, p. 3: Nu werd eindelijk Bram toch de baas.... een staking te breken, nou, dat was kaas! Op de koffie komen, te laat komen, achter het net visschen; van een koude kermis thuis komen; in zijne verwachtingen bedrogen worden; vgl. Kent. 56: En ik verzeeker je, morgen zijn ook alle plaatsen bezet - Dan kom je te laat - Morgen kom je op de koffie, man! Bergsma, 61: op de koffie kommen, van een slechte kermis thuis komen; Harreb. II, IX: Hij kwam daar leelijk op de koffij; De Tijd, 23 Mei 1914, p. 3 k. 2: De arrestant (een wethouder) verzette zich zóó, dat de veldwachter verplicht was den wethouder te boeien. Bij den burgemeester kwam de veldwachter, wat men in het Limburgsche noemt, op de koffie. De burgemeester weigerde zijn wethouder in de spekkamer te zetten; De Maasbode, 14 April 1914 (ochtendbl.) p. 2 k. 2: Vooral de Duitschers, die in grooten getale op onze voetbalvelden zwermden, kwamen er op de ‘kouwe koffie’; Menschenw. 312: Komt eens hier.... gij vriend.... ja! leg u kaasjes maar neder! - Komp nou op de koffie hee? .... die bi-je t' met kwait, schreeuwde één heesch uit de menschenprop; bl. 313: F'rskeur nou je pampieren moar.... Joap Janssen! .... gilde 'n meid. Kom bai main op de koffie Joap! (= nu kom je van een koude kermis thuis); Het Volk, 16 Oct. 1913, p. 7 k. 1: Er was ook een Pater Jansen, uit Rotterdam, die uitriep: Er mankeert veel aan de vakvereenigingen. Men heeft gezegd: vertrouw. Spr. heeft vertrouwen gehad, maar is op de koffie gekomen; De Vrijheid, 28 Maart 1923, 2de bl. p. 1: En wie z'n reglement niet nakomt, kuiert bij hem (den president) op de koffie. V. Ginneken II, 464: Daar kom je bij op de koffie, dat doe je niet beter. Ook gezegd van iemand, die een ander te paard wil inhalen, maar het niet kan. Met iets op de koffie zijn, met iets bedrogen uitkomen; Handelsblad, 25 Nov. 1920, p. 6 k. 1 (O): Alle symptomen van een machine waarmee men ‘op de koffie’ is, waren aanwezig. In de hd. studententaal kent men: auf den Thee kommen, übel anlaufen, unglücklich werden; Kluge, Studentenspr. 130. De verklaring dezer uitdrukking is onzeker. Vermoedelijk is zij ontstaan door ironie. Zoo zegt men als antwoord op de vraag of men spoedig eens komt: Ja, morgen, op (of bij) de koffie! (d.i. niet; Harreb. I, 428; Ndl. Wdb. IX, 1138). Vgl. ook Morgen brengen! vroeger ja warme broers! hd. ja Kuchen! Hieraan kan op de koffie dan de beteekenis ontleend hebben van nooit.In het Land van Waas zegt men achter den kaffee komen voor ‘te laat komen’, wat op zich zelf duidelijk is; hd zum Käse kommen, zu spät, weil der Käse erst am Schluss der Mahlzeit gegeben wird. Als men soms op deze wijze ook de uitdr. op de koffie komen zou willen verklaren, bedenke men, dat het een echte volksuitdrukking is. Het volk ontleent geen uitdrukkingen aan diners.

1554. Morgen brengen!

Men geeft dit ten antwoord om het door een ander voorspelde of gezegde als hoogst onwaarschijnlijk te brandmerken; een ironische uitdrukking: in denzelfden zin: morgen aan de koffie of morgen, als Kaatje verjaart; dat kanje denken! dat kun je begrijpen! oele!Zie aldaar., goeje morgen (Pothof); en voorheen: ja nebben!Ndl. Wdb. VI, 1685.; ja warme broers!Ndl. Wdb. III, 1429.; 16de eeuw: morgen noene; 18de eeuw: zoo menigen Franschman!; nd, märgen brenge (Eckart, 369); hd. ja, übermorgen; ja, kuchen! Het dichtst bij onze tegenw. uitdr. staat morgen weerkomen, dat we vinden in Brederoo's Moortje, 2001. Zie verder Ndl. Wdb. IX, 1138; V. Schothorst, 170; Nest, 34; 120; Nkr. VII, 8 Nov. p. 1. Ook overal in Zuid-Nederland; zie o.a. bij Rutten, 148: morgen komen (brengen); Waasch Idiot. 145 a; Antw. Idiot. 834. In Maastricht en elders morgen vreug (Molema, 270 a; 't Daghet XII, 188); mörrige mots! jèh franksN. Taalgids XIV, 197. of mergen! (Antw. Idiot. 1906). Synonieme uitdrukkingen zijn je tante op een houtvlot! (in D.v.S. 57); an me blouse (in Menschenwee, bl. 30; 40) of aan (of op) mijn lijf geen polonaise, o.a. in Nkr. VIII, 15 Febr. p. 2: Maar ik bedank ze feestelijk, op mijn lijf geen polonaise, zeg ik; 29 Aug. p. 2: Dit zou evenwel een ganschelijk onjuiste onderstelling geweest zijn, mijn waarde. Pas si bête, zegt de Franzoos, wat in goed Hollandsch zooveel beteekent als: op mijn lijf geen polonaise (een japonlijf met langen schootDe Telegraaf, 2 Juli 1914, p. 5 k. 1 (avondbl.). Nu de polonaise vergeten is, vat men dit woord op als naam van den dans en hoort men den variant: Aan mijn corpus geen fox-trott! (naam van een dans).); Groot-Nederland, 1914 (Oct.) bl. 405: Ik heb ééns in m'n leven 'n boterbriefje gehaald en na dien tijd heb 'k gedacht.... an mijn lijf geen tweede polonaise; bl. 463: Ik draag nooit anders as horlogies met koperen kasten en ringen met similie.... An mijn lijf geen polonaise. Wat jij Robbie? Vgl. hd. guten Morgen, herr Fischer.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal