Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kof - (zeilschip)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

kof* [zeilschip] {1750} het schip is genoemd naar zijn rondingen, behoort bij koof1, kuif.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

kof znw. v., ‘zeilschip voor binnen- en kustvaart met ronde stevens, platte bodem en meestal twee masten’ (sedert 1623 bekend), vgl. fri. kof, koffe. Het nl. woord werd overgenomen in nnd. kuff (1782 en vandaar > nhd. kuff), ne. koff, kuff (1794), nzw. koff (1803), nde. kof, kuf (1838) en fra. koff (19de eeuw). — Mnl. cof coff bet. ‘stal, schuur’, vgl. nnl. dial. (overijs.) cove ‘hutje, schuur’, behorend tot de woordgroep van kuif. Het schip zou dan zijn naam naar zijn plompe vorm gekregen hebben.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

kof znw., nog niet bij Kil. = ndd. kuf(schip) “kof”. Zal wel met de grondbet. “holle ruimte” (vgl. hulk) samenhangen met overijs. cōve “hutje, schuur” (zie bij kabouter); deze heele woordgroep kan komen van de bij kuif besproken idg. basis gup-. Men heeft ook aan ontl. uit ofr. coffe “kuip, tobbe, trog” gedacht, dat weer uit ’t Germ.wordt afgeleid.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

koffer. Of fr. coffre rechtstreeks uit lat. cophinus, gr. kóphinos is ontwikkeld, is niet zeker. Misschien behoort het met gr. kóphinos tot een groep van niet-idg. zwerfwoorden met onderling gelijkend consonantisme die in verschillende talen om de Middell. Zee voorkomen en op een grondwoord wijzen met een bet. als ‘gevlochten vaatwerk’. Zie over deze woorden Marcel Cohen BSL. 27, 1, 81 vlgg., waar ook de onder karaf, kof, kop, korf, kuip genoemde lat. of rom. woorden ter sprake komen. Discussie en verdere bijzonderheden (b.v. over mogelijke herkomst van het grondwoord uit het Polynesisch: Cohen BSL. 28, 2, 48 vlgg.) liggen buiten het bestek van een nederl. etymologicon.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

kof v. (vaartuig), + Ndd. kuf, Mhd. kobe (Nhd. koben), Ags. cofa (Eng. cove), On. kofi (Zw. kofve, De. kove), verwant met kuif. Het Hgd., Ags. en On. woord = vertrek, hut.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

A.A. Weijnen (2003), Etymologisch dialectwoordenboek, Den Haag

kof I bep. handschoen (Groningen). = nl., fri. kof ‘bep. schip’ = mnl. cof ‘stal’. ~ mnl., mndd. cove ‘hut’ (= hgd. koben ‘hok’). Vgl. gr. gúpē ‘hol’. ~ keuvel. Van een basis die ‘krom’ betekent.
TNTL XXXIV 284, NEW 342, IEW 395-396.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

kof ‘zeilschip’ -> Engels koff ‘logge tweemaster’; Duits Kuff ‘kustvaartuig met twee masten en platte bodem, vooral gebruikt in Oost-Friesland en Nederland’; Deens kuf ‘schip met platte bodem, vooral gebruikt in Nederland en Duitsland’; Noors koff ‘klein platbodemd zeilschip’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds koff ‘soort klein Hollands transportzeilschip’; Frans koff ‘Hollands koopvaardijschip met zeilen’; Russisch kof ‘Hollands kustvaartuig met twee masten’; Litouws kufas ‘Hollands kustvaartuig met twee masten’ (uit Nederlands of Duits).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

kof(schip)* zeilschip 1750 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal