Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

klungelen - (de tijd verbeuzelen)

Etymologische (standaard)werken

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

klungelen ww. Afl. van klungel. Ook ndd.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

klongelen, klommelen, ww.: slenteren. Var. van klungelen; zie ook klenteren, klommel, klengeleer.

knoemelen, ww.: klungelen; beduimelen, flink aaien. Rijnl. Knommel ‘verwarring’, Klummel ‘waardeloos spul’. Uit knongelen, knungelen door dissimilatie uit klungelen ‘beuzelen, knoeien’. Ook Limburgs knungel ‘vod, prul’. Zie ook klommel.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal