Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

klikspaan - (klikker)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

klikken ww. ‘een hoog, kort, klappend geluid laten horen; doorvertellen, verraden; een goede verstandhouding hebben’
Mnl. clicken ‘helpen, baten, voldoende zijn’ in dat mocht wel clicken ‘dat zou wel helpen’ [1400-50; MNW], in de afleiding verclicken ‘bespieden’ [1477; Teuth.]; vnnl. clicken ‘een klappend geluid maken’ in geen gheruchte ofte rumuer met schieten, clicken, trommelen ... maecken ‘geen herrie maken door te schieten, klepperen, trommelen’ [1566; WNT], ‘verraden’ [1599; Kil.]; nnl. klikken ‘een goede verstandhouding hebben’ in het klikte meteen tussen ons [1974; Koenen].
Klanknabootsend woord.
De betekenis ‘voldoende zijn’ (die toevallig als eerste geattesteerd is), zal op een vergelijkbare manier ontstaan zijn als bij → kloppen. De betekenis ‘verraden’ is eveneens al oud en vergelijkbaar met die van de klanknabootsende werkwoorden → klappen en → kletsen, beide ook ‘babbelen’. De betekenis ‘een goede verstandhouding hebben’ is relatief jong en is ontleend aan het Engelse werkwoord click ‘een klikkend geluid laten horen’, dat in de 20e eeuw via de betekenis ‘onderdelen met een klik in elkaar passen’ overdrachtelijke betekenissen kreeg als ‘ergens aanslaan, succes hebben, goed bij elkaar passen’ en uiteindelijk ‘een goede onderlinge verstandhouding hebben’ [1931; OED].
klik zn. ‘klikkend geluid’. Vnnl. reeds overdrachtelijk in ten eersten clicke ‘onmiddellijk’ [1555; WNT], klick ‘slag, stoot’ [1599; Kil.]. Afleiding van klikken. ♦ klikspaan zn. ‘iemand die klikt, verrader’. Vnnl. klikspaan ‘id.’ [1691; Sewel]. Samenstelling van de stam van klikken en → spaan, gevormd als contaminatie van ouder klicsteen ‘id.’ [1573; Thes.] en klapspaen ‘id.’ [1642; Kil.Auctus]. Dit laatstgenoemde woord betekende eerder al ‘mond, tong’ zoals in doe haer dat klapspaen stille staen ‘laat haar zwijgen’ [16e eeuw; WNT klapspaan], uit oorspr. ‘klaphout, spaan waarmee men een klappend geluid maakt’ (clapspaen [1516; WNT klapspaan]).

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

klikspaan* [klikker] {1727} van klikken + spaan, zal gevormd zijn naar het voorbeeld van klapspaan [een soort ratel, gebruikt door leprozen om hun nadering aan te kondigen] → klaploper.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

klikspaan znw. v., eerst sedert de 18de eeuw, waarschijnlijk een variant van het oudere klepspaan (17de eeuw) of klapspaan (18de eeuw) ‘verklikker’. Deze gaan terug op mnl. clapspaen ‘lazarusklep’.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

klikspaan, sedert de 18e eeuw, is als naam van een voorwerp niet voldoende gewaarborgd; wsch. is het gevormd van klikken ‘verklappen’ naar het voorbeeld van klepspaan, dat reeds in de 17e eeuw in de bet. ‘verklikker’ voorkomt, of wel klapspaan (sedert de 18e eeuw = ‘verklikker’).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

klikspaan m., van klikken 1: een klapperend spaan, molenklepper.

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

klikspaan: verklikker. Oorspronkelijk een synoniem van klaploper*, iemand die met een ‘clapspaen’ rondliep. Men ging de tong overdrachtelijk als klakspaan zien, vandaar de betekenisverschuiving. Sedert ca. 1691.

Want tegenwoordig is ‘brave Hendrik’ synoniem met flikflooier, klikspaan, gluiperd, met alles wat slecht is en in ’t geheim kwaad doet, wat het licht schuwt en de duisternis zoekt. (De Groene Amsterdammer, 29/03/1891)
Daar zul je geen plezier van beleven, lelijke klikspaan! (Johan Fabricius, De scheepsjongens van Bontekoe, 1923)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

klikspaan* klikker 1691 [Sewel 159a]

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1179. Een klikspaan.

Onder klikspaan verstaat men thans iemand, die alles verklikt, verklapt, dus iemand die in Zuid-Nederland een klapspaan of een lakaaie genoemd wordt (De Cock2, 46). Door Halma wordt een klikspaan gelijk gesteld met een klapspaan, waarmede iemand, die niets geheim houdt, werd aangeduid, un délateur, une délatrice. Onder een clapspaen verstond men in de middeleeuwen een spaan of hout, waarmede men een klappend of kleppend geluid maakt, bepaaldelijk de lazarusklep, waarmede een melaatsche zijne nadering aankondigde. Bij overdracht werd de tong ook de klapspaan genoemd; vgl. fr. copeau, spaan, tong; ratel, tong (in hou je ratel! zie O. Kantk. 39) en babbelachtige vrouw; hd. halt die Klappe; de bij Harrebomée III, 258 vermelde zegswijze: eene tong hebben als een Lazaruskleppe; onze uitdr. hou je rammel, d.i. houd je mond, en Veelderh. Geneuchl. Dichten, anno 1600, bl. 118In de editie Letterk. bl. 175.:

Sonder te aenmercken al het gheklagh
Van wijf of kind, maeckt zijs te veel,
Hy grijptse terstond al by heur keel
En doet haer dat klapspaen stille staan.

Bij verdere overdracht kon ook hij of zij, die zulk een klapspaan, zulk een klappende tong had, zelf een klapspaan of een klikspaan genoemd worden, zooals blijkt uit Tuinman I, 202, die citeert: 't is een klapspaan, dat wil zeggen, zyn of haar tong is een klaterspaan, of ratel; zy zwygt niet; Sewel, 392: Klapspaan, klikspaan, snapper, informer, betrayer, en het Zuidnederl. klep, klepel, tong, babbeltong, vrouw die veel klaps heeft (Schuermans, 249 a; Bijv. 163 a; Antw. Idiot. 663). Zie verder Mnl. Wdb. III, 1482 en merk op, dat thans klappen in deze samenstelling wordt opgevat in den zin van oververtellen.(Aanv.) In Zuid-Limburg is een klepper = klikspaan.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal