Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kleingeld - (wisselgeld)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

klein’geld (het), wisselgeld (ev. ook bankbiljetten van een gulden* of meer). Heb je nog ecoline voor me gekocht? - Het ligt in die tas. Ik heb ook nog kleingeld van je (Vianen 1972: 116). - Etym.: AN k. = pasmunt.

Thematische woordenboeken

J. van de Kamp en J. van der Wijk (2006), Koosjer Nederlands: Joodse woorden in de Nederlandse taal, Amsterdam; inclusief ongepubliceerde aanvullingen door de auteurs

kleingeld, alles op ... geven: alles piekfijn verklaren, alles tot in details uitleggen.

— Iedereen bood z’n diensten an en ten slotte maakte tante Reggie zich van mijn persoontje meester om me alles op klein geld te geven.
[Philip van der Woude 1899] (MAURITS VERHOEFF ; THIJS WIEREMA, 1999)

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal