Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kist - (houten of metalen dichte bak)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

kist zn. ‘houten of metalen dichte bak’
Mnl. in kisten ‘in kisten’ [1237; CG I], kiste ‘(dood)kist’ [1290; CG II], kist ‘kist’ of ‘kast’ [1374; MNW-R]; nnl. kistjes ‘soldatenschoenen’ [1918; WNT].
Vroege ontlening aan Latijn cista ‘kist, korf’, uitgesproken als /kista/. Het Latijnse woord is ontleend aan Grieks kístē ‘korf, kist’.
Evenzo ontleend zijn: ohd. chista ‘kist’ (nhd. Kiste); ofri. kiste ‘id.’ (nfri. kiste); oe. cest, cist ‘id.’ (ne. chest ‘borstkas, kist’); on. kista ‘id.’ (nzw. kista).
Grieks kistē ‘korf, kist’ is misschien verwant met: Oudiers cess ‘mand’; < pie. *kist-eh2 (IEW 599). Het kan ook ontleend zijn aan een Semitische taal, gezien bijv. Hebreeuws kīs ‘zak, buidel’ en Akkadisch kīsu ‘id.’.
De betekenis ‘soldatenschoen’ is gebaseerd op de lompe vorm van dat schoeisel.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

kist [bak met deksel] {kist(e) 1237} middelnederduits kiste, oudhoogduits kista, oudengels ciest (engels chest en kist), oudnoors kista < latijn cista [kist, koffer] < grieks kistè [kist, korf], dat volgens sommigen uit het semitisch stamt, vgl. akkadisch kīsu [buidel], volgens anderen verwant is met oudiers cess, ciss [mand] (vgl. cisterne).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

kist znw. v., mnl. kiste v. ‘kist, kast’, mnd. kiste, keste, ohd. chista, ofri. kiste, oe. cest, cist (ne. chest), on. kista, blijkens de uitspraak k een vroege ontlening < lat. cista < gr. kístē. — > fra. queste, keste, kiste (sedert de 13de eeuw, zie Valkhoff 206).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

kist znw., mnl. kiste v. “kist, kast”. = ohd. chista (nhd. kiste), mnd. kiste, keste, ofri. kiste, ags. cest, cist (eng. chest), on. kista v. “id.”. Vroeg in de germ. talen ontleend uit lat. cista (gr. kístē) “id.”. Vgl. zak.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

kist v., Mnl. kiste, gelijk Ohd. kista (Mhd. en Nhd. kiste), Ags. cist (Eng. chest) en On. kista, uit Lat. cistam (-a), van Gr. kístē.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

kis (zn.) kist; Vreugmiddelnederlands kiste <1237> < Latien cista.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

kis: doos, houer, koffer (gew. v. hout en plat, met deksel); Ndl. kist (Mnl. kiste), Eng. chest, vroeë ontln. aan Lat. cista, Gr. kistê, “doos, geldkissie”; vgl. kas I (nie verw. nie) – by vRieb kist(en).

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

kist (Latijn cista)

P.G.J. van Sterkenburg (2001), Vloeken. Een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie, 2e druk, Den Haag

kisten. Ik laat mij kisten! is een zelfverwensing. Bedoeld is: ‘als aan een bepaalde voorwaarde niet voldaan wordt, dan laat ik mijn lichaam in de doods- of lijkkist leggen’. Omdat er op grote schaal met dit soort formules meineed bedreven werd, werd ze tot vloek en uitroep van verontwaardiging.

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Kist, Lat. cista, Gr. kiste.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

kist ‘bak met deksel’ -> Ests kirst ‘bak met deksel’ (uit Nederlands of Duits); Frans dialect queste, keste; guiste ‘klerenkist, vat; kist voor suiker’; Madoerees ēkkas ‘bak met deksel’; Soendanees kas ‘bak met deksel’; Munsee-Delaware kǝšt ‘bak met deksel’; Negerhollands kist ‘kast, opbergmeubel’; Berbice-Nederlands kesi ‘bak met deksel’; Sranantongo kisi ‘bak met deksel’; Saramakkaans kési ‘bak met deksel’ <via Sranantongo>; Sarnami kisi ‘bak met deksel’.

N. van der Sijs (2009), Yankees, cookies en dollars, Amsterdam

kist is overgenomen als: Munsee Delaware kesht.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

kist bak met deksel 1237 [CG I1, 38] <Latijn

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1600. Dat (of Hij) is een nagel aan mijn doodkist,

d.w.z. die zaak of hij veroorzaakt mij zooveel smart, dat mijn dood er door wordt verhaast, draagt er toe bij dat ik eerder zal sterven. Vgl. Sart. III, 3, 12, waar naar aanleiding van het lat. occisionis ala wordt opgemerkt: mihi quidem non alienum, imo ipsissimum esse videtur, quod nostrates ferunt, het is een nagel van u doodt kist, quoties aliquid incommodi, ut venturae mortis velut alam quandam moveri sentiunt; Van Moerk. 564; Gew. Weeuw. II, 10; Huygens, Korenbl. II, 516; Klucht v. Oene, 15: Ik bin de spijker van je dootkist; Van Effen, Spect. IX, 32: Zo je Vader of Moeder hebt, doe hen om Gods wil het doodelyk hartzeer niet aan, dat my alle vreugd benomen heeft, en noch een nagel aan myne doodkist is; Sewel, 513; Halma, 369: Mijn zoon is mij een nagel aan mijne doodkist, mon fils me donne la mort; Tuinman I, 314; Harrebomée I, 144 a; Amst. 90; Mgdh. 95; Nkr. V, 19 Febr. p. 6; VII, 9 Aug. p. 2; Zondagsbl. v. Het Volk, 1905 p. 2; Handelsblad (avondbl.), 26 Juni, p. 5 k. 5; Ndl. Wdb. IX, 1491; Amstelv. 40: Nu in het graf heb ik hem niet geholpen; ik heb alleen maar een paar nagels aan zijn doodkist geslagen; Joos, 114; Waasch Idiot. 454. Vgl. voor het Nederd.: dat wordt en spicker to min karst (Taalgids IV, 253); hd. das ist ein Nagel zu meinem Sarge; Horn, 104: dat 'sn Nagel to mine Dodskiste, redensart bei besonders starken Märschen; eng. that is a nail in my coffin; fri.: dat is in neil oan myn deakiste.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal