Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kil - (geul)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

kil1* [geul] {kille [rivierbedding] 1445-1455} nederduits kille, oostfries kille, oudnoors kill [lange zeearm]; verwant met keil.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

kil 1 znw. v., mnl. kille ‘kil, rivierbedding, geul tussen zandbanken’, oostfri. kille ‘natuurlijke waterloop’, nde. dial. kil ‘geul tussen zandbanken’, nnoorw. kil ‘lange, smalle bocht’. — Verder te verbinden on. kīll ‘smalle bocht, lange zeearm’. — Zie verder: keil. — > amerik.-eng. kill (vgl. J. E. Neumann JEGPh 44, 1945, 275, sedert 1669 bekend, vgl. Bense 163).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

kil I znw., mnl. kille v. “kil, rivierbedding, waterdiepte tusschen zandbanken”. = oostfri. kille “natuurlijke waterloop”. Oorsprong onzeker. Uit *keljô-(n-), afl. van keel I? Bet.-ontwikkeling “keel” > “nauwe doorgang”? Vgl. kolk. — Verwant met lit. gelmė͂ “diepte”, gylė “id.”, gilùs “diep”? Ook in dat geval uit *keljô-(n-). — Verwant met on. kîll m. “smalle inham”? Zie keil. — Uit *kaljô-(n-) = ohd. chella (nhd. kelle), mnd. kelle v. “schepvat, scheplepel, troffel”, ags. cielle v. “vuurpan, lamp”? Mnl. komt keel “scheplepel” voor. Voor de i vgl. kil II en bil. — De laatste hypothese is, o.a. wegens de bet., de onwaarschijnlijkste.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

kil I znw. Bij on. kîll m. ‘smalle inham’ vgl. nog keil Suppl. — Ags. cielle wellicht = cylle m., cyll(e) v. ‘lederen zak, vat, lamp’? Dit uit lat. culleus.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

kil 1 v. (waterdiepte), Mnl. kille + Lit. misschien gylė = diepte, gilùs = diep; misschien ook keil.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

kelle (B, O, DB), zn. v.: kil, watergeul of plas op het strand bij eb. Mnl. kille ‘waterdiepte, kil, bedding van rivier’, Vroegnnl. kille, kiele ‘locus in litore sinuosus’ (Kiliaan). Ndd. kille ‘natuurlijke waterloop’, Ofri. kille, De.Dial. kil ‘geul’, On. kill ‘inham’.

Thematische woordenboeken

G. van Berkel & K. Samplonius (2018), Nederlandse plaatsnamen verklaard

kil 'geul tussen zandbanken'
Mnl. kille (1292) van onzekere oorsprong1, Westvlaams kelle, oostfri. kille 'waterloop', ono. kíll 'smalle bocht of inham, lange zeearm', nde. dial. kil 'geul tussen zandbanken'.
Lit. 1De Vries-De Tollenaere 2004 189.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

kil ‘geul’ -> Amerikaans-Engels kill ‘kreek, stroom’.

N. van der Sijs (2009), Yankees, cookies en dollars, Amsterdam

Amerikaans-Engels kill, kreek, stroom (Craigie, DARE, Webster).
- Van Nederlands kil ‘stroom, kreek’; overgenomen in de zeventiende eeuw en nog bekend. Zie ook binnacle.
* De eerste Nederlanders in de VS moesten het voor hen nieuwe terrein benoemen. Voor namen voor stroompjes en plaatsen daarlangs gebruikten ze bij voorkeur het Nederlandse woord kil. Stewart schrijft in zijn woordenboek van plaatsnamen dat kill afkomstig is van het Nederlandse kil, dat eigenlijk ‘kanaal, geul’ betekent, zoals in Arthur Kill en Kill van Kull, maar in het Amerikaanse taalgebruik meestal staat voor een ‘kleine stroomp’, zoals in Kil Brook in New York. Het is meestal bewaard gebleven als tweede element, bijvoorbeeld in Wallkill, Catskill, en soms is de betekenis ervan verbleekt, waardoor er een Engels zelfstandig naamwoord aan is toegevoegd, zoals in Wallkill River en Catskill Mountains. Overigens komt kil ook in het Nederlands voor als eigennaam voor verschillende wateren en stroompjes, bijvoorbeeld de Dordtsche Kil in de buurt van de plaats Dordrecht.
1639 The Kil which runs behind the Island of Manhattan, mostly east and west.
1669 some Familyes from Maryland may haue liberty to come and settle upon ye Kill below Apoquenimi ...
1890 Kill ... a Dutch word denoting any tidal channel or backset water. Haarlem river is a kill.
1937 Nearly every body of running water smaller than a river is called a “kill.”
1955 The limitation of the term kill to the Hudson Valley, Catskills, and upper Delaware Valley ... can be accounted for quite readily. This Dutch equivalent of brook or run is almost exactly coterminous with the region of significant, or even transient, Dutch settlement.
1981 In the vicinity of Schenectady, New York, where such streams abound, it is common to speak of “a kill” or “the kill”. In fact ... I have never heard another generic term used for these small streams.
Craigie vermeldt nog het lokale gebruik van deze naam als benaming voor een zee-engte, met name die tussen Staten Island en New Jersey, dikwijls in het meervoud met enkelvoudige betekenis, bijvoorbeeld:
1828 We took the right hand passage round Staten Island, called the Kills.
Het woord kill is rond New York nog gebruikelijk in het gebied waar oorspronkelijk Nederlandse kolonisten gevestigd waren, zo blijkt ook uit DARE.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal