Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kevel - (kaak; kaakslag)

Etymologische (standaard)werken

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

kevel m., Mnl. bijv. kevel = tandeloos, Os. kaflos = kaken + Mhd. kivel (Nhd. kiefer) = kinnebak, kieuw, Ags. ceafl, On. káfl = kaak van Germ. wrt. keƀ + Av. zafar = mond.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2005), Oost-Vlaams en Zeeuws-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de Oost- en Zeeuws-Vlaamse woorden, Amsterdam

djive (R), zn. v.: mep, kaakslag, klap om de oren. Rouchi gife, met bekende fl/f-reductie, voor Fr. gifle. Maar het Ofr. had al de vorm giffe en dat betekende 'wang'. Rouchi guiffe 'gezicht, mond', Waals chife 'wang'. Het woord gaat terug op Frankisch kifel, Mnl. kevel, Mhd. kivel 'kaak'.

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

kavel 1 (DB), zn. m.: kaak, kaakbeen, tandeloos gebit; kieuw (van vis) (WVD). Mnl. kavel ‘kaak, kieuw’, kevel ‘kaak, tandvlees’. De Bo citeert uit de Heliand: undar them kaflon. Os. kaflos ‘kaken’, Mhd. kivel, kiuwel ‘kin’, D. Kiefer ‘kaakbeen’, Oe. ceafl. Idg. wortel *geb(h)- ‘kaakbeen, mond; eten’.

kievel (WVD: Westkust, Bray-Duinen, O), kiever (O, WVD: Blankenberge), zn. m.: kieuw. Dim. van kieuw, verwant met kauwen. Ook var. van kevel, zie kavel 1.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal