Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

karma - (som van daden en gedachten tijdens het aardse bestaan)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

karma zn. ‘som van daden en gedachten tijdens het aardse bestaan’
Nnl. karma [1893; WNT Aanv.].
Ontleend aan Sanskrit karma- ‘het geheel van goede en slechte daden en gedachten tijdens het aardse leven, dat iemands latere existenties bepaalt’, letterlijk ‘daad, uitwerking’, wellicht via een andere West-Europese taal, waarin dit woord eveneens in de 19e eeuw door de wetenschappelijke interesse in het boeddhisme en hindoeïsme werd ontleend: Duits, Engels, Frans karma of karman.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

karma [het bepaald-zijn van iemands lot] {1901-1925} < oudindisch karman- [handeling, daad, het totaal van iemands goede en slechte daden in vorige existenties, dat iemands lot in de volgende bepaalt, lot], verwant met het tweede lid van Sanskriet.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

karma (Sanskriet karma)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

karma het bepaald-zijn van iemands lot 1893 [Aanv WNT] <Sanskriet

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal