Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

karbonade - (kotelet, stuk runder- of varkensrib)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

karbonade zn. (NN) ‘kotelet, stuk runder- of varkensrib’
Vnnl. dese sausijssen ende carbonaden ... op den rooster gebraden [1500-25; Jansen/van Winter], carbonnade ‘op houtskool te roosteren of geroosterd stuk vlees’ [1573; Thes.], karbonade ‘id.’ [1599; Kil.]; nnl. de Karbonade ... op de Rooster laaten braaden [1752; WNT], algemener ‘ribstukje van een kalf, varken of lam’ in van het kalf ... de karbonaden en de schijf [ca. 1859; WNT].
Ontleend aan Frans carbonnade ‘het op houtskool roosteren van vlees; het aldus geroosterde vlees’ [14e eeuw; TLF], ontleend aan Provençaals carbonada ‘geroosterd vlees’ of Italiaans carbonata ‘id.’ [1300-49; Battaglia], die beide zijn afgeleid van carbon ‘houtskool’, zie → carbonpapier.
Oorspr. duidt het woord een stuk vlees aan dat op een bepaalde manier wordt bereid. Men gebruikte daarvoor bepaalde vleesdelen en in het Nederlands is de betekenis van karbonade overgegaan op die vleesdelen, en betekent het nu ‘klein stuk vlees van rug, schouder, rib of haas van een kalf, lam, schaap of varken’, onafhankelijk van de bereidingswijze. Wanneer deze overgang ongeveer heeft plaatsgevonden is niet goed uit te maken, omdat de context in de bronnen hierover zelden duidelijk is. In het Frans is het woord inmiddels verouderd, een karbonade heet daar côtelette, zie ook → kotelet.
Het achtervoegsel -ata resp. -ade wordt in het Italiaans en later in het Frans vaker gebruikt voor gerechten, achter een woord dat een karakteristiek ingrediënt of bereidingselement aanduidt. Andere woorden met hetzelfde achtervoegsel zijn in het Nederlands bijv.limonade, → marinade, → marmelade, → pommade, → rollade, → salade, → sukade. Bij rechtstreekse ontleningen uit het Italiaans, bijv. sukade uit Italiaans zuccata, is het achtervoegsel in het Nederlands door analogie aangepast. Italiaans -ata (< Latijn -āta) is oorspr. de onzijdige meervoudsuitgang van verleden deelwoorden van werkwoorden op -are; aan sommige van de hierboven genoemde woorden ligt inderdaad een werkwoord ten grondslag, bijv. (in)salare ‘(een gerecht) zouten’ bij (in)salata ‘salade’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

karbonade [stuk vlees] {1573} < frans carbonnade < spaans carbonada [idem], van carbón [kool], of < italiaans carbonata [idem], van carbone [kool] < latijn carbo (2e nv. carbonis) [kool], dus ‘op kolen geroosterd stuk vlees’.

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

karbonade

Een karbonade is een ribstukje van een lam, kalf of varken. Eigenlijk mag het vlees de naam karbonade pas dragen, wanneer het toebereid is. En dat bereiden dient te geschieden boven een open kolenvuur. Dat wijst de etymologie van het woord uit. Het Latijnse woord carbo (dat men ook in karbonkel terugvindt) betekent: kool en caro carbonata is dus: boven kolen gebraden vlees.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

karbonade znw. v., vroeg nnl. < fra. carbonade < ital. carbonata eig. ‘op een kolenvuur geroosterd vlees’ (vgl. lat. carbones ‘kolen’).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

karbonade znw., sedert Kil. Uit fr. carbonade > it. carbonata, oorspr. = “op een vuur van kolen (lat. carbônes) gebraden vleesch”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

karbonade v., door Fr. uit Sp. carbonada = vleesch op kolen geroosterd, van Sp. carbon, Lat. carbonem (-o) = kool.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

ker(re)menaot verouderd, (zn.) kotelet; Nuinederlands carbonade <1500-1525>.

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

karbenaaie, krabbenaaie, krammenaaie, kermenaat, kerrebenaaie, kerremenaaie, kermenaaie, zn.: karbonaden, (in België ook) stoofvlees. Let op de wisseling van de bilabialen b/m, ook in Br. karmenei, -a, -aaie, karbena, kermenei, -aaie, kerbenaai. Deze var. van karmena(de) door d-syncope of uit carbonée, Fr. charbonnée. Ook Wvl. karmenade ‘gegrild stuk rundvlees’ uit Fr. carbonnade < It. carbonata, afl. van carbone, Lat. carbo ‘kool’.

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

kabbernaan, zn.: stoofvlees, stoverij (BN). Het woord heeft in Asse blijkbaar al de betekenis van Belgische carbonnades flamandes. Kabber- door metathesis uit karbe-; kabbernaan door d-syncope uit de meervoudsvorm karbonaden < carbonnades. Zie verder karmenei.

karmenei, -a, -aaie, karbena, kermenei, -aaie, kerbenaai, zn.: karbonade. Ook in het Waasland. Deze var. van karmena(de) door d-syncope of uit carbonée, Fr. charbonnée. Ook Wvl. karmenade ‘gegrild stuk rundvlees’, met wisseling van de bilabialen b/m uit Fr. carbonnade < It. carbonata, afl. van carbone, Lat. carbo ‘kool’. In Made (NB) betekende kermenaaie ‘het eerste pannetje vlees dat na het thuisslachten gegeten werd’.

krem, zn.: karbonade. Samengetrokken en verkorte uit kermenei, met metathesis (kerm > krem).

F. Debrabandere (2007), Zeeuws etymologisch woordenboek: de herkomst van de Zeeuwse woorden, Amsterdam

kermenade, kermenaje zn. v.: karbonade. Ook Vl. karmenade ‘gegrild stuk rundvlees’. Met wisseling van de bilabialen b/m en van ar/er uit Fr. carbonnade < It. carbonata, afl. van carbone, Lat. carbo ‘kool’. Er bestond oorspr. een autochtoon Franse vorm, nl. charbonnée.

F. Debrabandere (2005), Oost-Vlaams en Zeeuws-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de Oost- en Zeeuws-Vlaamse woorden, Amsterdam

karmena(de) (B, G, L, W), kermenade (ZV), krammenade (G, R, ZO), krabbenade (R), kerbenaai, kebbernaai (Al), zn. v.: karbonade. Ook Wvl. karmenade 'gegrild stuk rundvlees'. Met wisseling van de bilabialen b/m en metathesis (ar/ra, kerb/kebber) uit Fr. carbonnade < It. carbonata, afl. van carbone, Lat. carbo 'kool'. Er bestond oorspr. een autochtoon Franse vorm, nl. charbonnée.

karmenei, kermenei (W), zn. v.: karbonade. Deze var. van karmena(de) (W) moet teruggaan op carbonée, Fr. charbonnée; zie karmenade.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

karmenaadjie s.nw.
1. Stukkie vleis wat spesiaal uitgesoek word om op die rooster of kole te braai. 2. Stukkie vleis, gewoonlik met wors en spek daarby, wat iemand wat bees of vark geslag het aan sy bure of vriende stuur.
In bet. 1 uit Ndl. karmenaadje, die verkleinw. van karmenade, geselstaalvorm van karbonade (1573). Bet. 2 het in Afr. self ontwikkel. Eerste optekeninge in Afr. in bet. 1 by Pannevis (1880) in die vorm karbonaadje, by Mansvelt (1884) in die vorm krammenaatji, by Kern (1890) in die vorm karmenatjie en in Patriotwoordeboek (1902) in die vorm karmenatji.
Ndl. karbonade uit Fr. carbonnade 'vleis wat oor kole gebraai is'.
It. carbonata, Sp. carbonada. Vanuit Afr. in S.A.Eng. o.a. in die vorme karmenaadjie (1933 in bet. 1) en karminaatjie (1970 in bet. 2).

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

karmenade (DB, B), kermenate (Wingene), zn. v.: gegrild stuk rundvlees, op houtskool geroosterd stuk vlees. Met wisseling van de bilabialen b/m uit Fr. carbonnade, afl. van Lat. carbo ‘kool’.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

karmenaadjie: – kar-/kernaadjie – , “stuk gebraaide vleis; stuk presentvleis wanneer geslag word”; Ndl. karbonade (reeds by Kil, “volkse” vorm karmenade, dial. o.a. kar-/kermenaai/-menei) uit Fr. carbonade (vgl. Sp. carbonada, It. carbonata), “op ’n vuur v. kole (Lat. carbones) gebraaide vleis”.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

karbonade (Frans carbonnade)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

karbonade, karbonaadje ‘stuk vlees’ -> Zuid-Afrikaans-Engels karmenaadjie, karbonatjie ‘mooi stuk vlees (als slachtloon)’ <via Afrikaans>; Indonesisch karbonaci(s), karmenaji ‘stuk varkensvlees’; Javaans karmenaji ‘stuk vlees’; Makassaars karamanâci ‘gekruide vis- of vleesspijs, in bladeren gewikkeld en geroosterd’; Sranantongo krabnari ‘stuk vlees’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

karbonade stuk vlees 1573 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal