Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kapoets - (monnikskap, muts)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

kapoets [monnikskap, muts] {1629} < hoogduits Kapuze < italiaans cappuccio [kap, monnikskap, capuchon], van cappa (vgl. kap).

pots2 [muts] {1896-1906} verkort uit kapoets.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

kapoets znw. v. < nhd. kapuze ‘mantelkap’ < ital. capuccio. vgl. mlat. capucium afgeleid van caput ‘hoofd’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

kapoets(muts) znw., nog niet bij Kil. Uit nhd. kapuze v. “mantelkap” < it. capuccio (mlat. capucium, van caput), waaruit ook fr. capuce. Hierop zou kapuits(muts) terug kunnen gaan, — tenzij ’t een naar analogie van woorden met dial. oe: schrijftaal ui gemaakte vorm is. Karpoets(muts) heeft jongere r evenals kersouw.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

kapoets v., uit Hgd. kapuze, van It. capuccio, Mlat. capuccium, een afleid. van Mlat. cappa = kap (z.d.w.).

pots v. (muts), verkort uit kapoets.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

kaboets, kal(le)boets, zn.: capuchon, kap. Door p/b-verzachting uit kapoets; kalboets met l-epenthesis. Kapoets < D. Kapuze ‘mantelkap’ < It. capuccio.

kadots, kadutske, zn.: ouderwetse vrouwenmuts of -hoed, petje, rare hoed. Vervormd uit kapots, kapoets?

pots, pats, zn.: ronde mannenmuts zonder klep, alpinopetje; kalotje. Door aferesis uit kapoets < D. Kapuze < It. cappuccio ‘kap, monnikskap’, afl. van cappa.

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

kapoesj, kaboesj, kabuus, zn. : kap, muts, kap van kapmantel. Fr. capuche ‘kap, kapoets’, afl. van cape, zoals capuchon naar It. cappuccio.

pots, pats(ke), zn.: ronde mannenmuts zonder klep, alpinopetje; kalotje. Door aferesis uit kapoets < D. Kapuze < It. cappuccio ‘kap, monnikskap’, afl. van cappa.

F. Debrabandere (2007), Zeeuws etymologisch woordenboek: de herkomst van de Zeeuwse woorden, Amsterdam

pots(e) zn.: baret, muts, pet. Pots(e) < kapoetse < D. Kapuze ‘kap’ < It. cappuccio, Mlat. caputium, afl. van It., Laatlat. cappa ‘kap’.

A.A. Weijnen (2003), Etymologisch dialectwoordenboek, Den Haag

patsj pet (Limburg). Misschien door contaminatie met kappots
Roukens 193-196, krt. 34, WLD II afl. V 11.

pots bep. muts (Zuid-Nederland). Verkort uit kapoets « hgd. kapuze « it. capuccio ‘kap’ (~ fra. capuchon).
Bernaerts 92, WNT XII 3762 (ziet het echter als klankschilderend woord).

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

kabotse, kabutse, klabotse (DB), zn. v.: muts, kalot(je). Var. van Ndl. kapoets ‘kap’ < D. Kapuze < It. (15e e.) cappuccio. De Wvl. vorm staat evenwel dicht bij Mhd. kabütze < Mlat. caputium, capucium ‘kap, kopbedekking’, afl. van Mlat. cap(p)a ‘kapmantel’. Vgl. de Brabantse korte vorm pots. Klabotse met l-epenthesis.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

karpoets, kapoets ‘(verouderd) monnikskap, muts’ -> Zweeds karpus ‘monnikskap; hoofddeksel voor gebruik in de winter; hoofddeksel horend bij bepaalde klederdracht’ (uit Nederlands of Duits); Soendanees kĕrĕpus ‘kapje, mutsje’; Creools-Portugees (Batavia) karapoes ‘muts’; Creools-Portugees (Ceylon) carpuce ‘muts’; Negerhollands karboes, karbūs ‘muts, (monniks)kap’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal