Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kadaster - (overheidsregister van onroerende goederen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

kadaster zn. ‘overheidsregister van onroerende goederen’
Nnl. kadaster [1828; WNT].
Ontleend aan Frans cadastre ‘kadaster’ [1758; Rey], eerder alleen in Zuid-Frankrijk, via Provençaals cathastre [1525; Rey] ontleend aan Italiaans catasto [1342; DEDLI], catastro, uit Venetiaans catastico ‘register van inwoners die onroerend goed bezitten’ [1185; Battaglia], dat ontleend is aan Middelgrieks katástichon ‘belastingregister’ [8e-11e eeuw; Rey], gevormd uit Grieks → kata- ‘vanaf; tegenover’ en stíkhos ‘rij, rang’, zie → stijgen.
Het kadaster werd halverwege de 18e eeuw in Frankrijk landelijk ingevoerd met als doel een algemene belastingheffing in te voeren die afhing van het landbezit. In navolging daarvan begon Lodewijk Napoleon ook in het Koninkrijk Holland (1806-1810) met het aanleggen van een kadaster. Pas onder koning Willem I in 1832 werd het kadaster in heel Nederland (behalve Limburg) operationeel. Ook in België functioneren op provinciaal niveau kadasters.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

kadaster [grondbeschrijving] {1828} < frans cadastre < middeleeuws latijn catastrum [idem] < byzantijns-grieks katastichon [lijst], van kata [van boven naar beneden] + stichos [rij, gelid].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

kadaster znw. o. eerst nnl. ‘grondbeschrijving, register van onroerende goederen’ < fra. cadastre (sedert de 16de eeuw) < prov. cadastre ‘kadaster, vatenbergplaats’ < vulg. lat. *catastrum.

Men leidt dit lat. woord gewoonlijk af van gr. katástasis ‘inrichting; het opstellen (van de grondbelasting)’. Maar Blondheim, Stud. Marshall Elliot 237 wil uitgaan van gr. katástichon ‘aantekenboek, lijst’ en wel over venet. catastico ‘grondboek’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

kadaster znw. o. Nnl. uit fr. cadastre > it. catastro, catasto; dit wordt uit gr.-lat. catastasis “het opstellen (van de grondbelasting)” of uit lat. capitastrum “lijst van hoofdelijken omslag” (van caput) afgeleid.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

kadaster (Frans cadastre)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

kadaster ‘grondbeschrijving’ -> Indonesisch kadaster ‘grondbeschrijving’; Jakartaans-Maleis kadaster ‘kantoor voor grondregistratie’; Menadonees kadaster ‘landmeter’; Papiaments kadaster ‘grondbeschrijving’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

kadaster grondbeschrijving 1828 [Toll.] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal