Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kachel - (dronken)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

kachel 2 bn. ‘dronken’
Nnl. kachel ‘stomdronken’ [1906; Boeventaal], wanneer iemand ... tien borrels per dag drinkt ... dan is hij kachel [1913; WNT].
Oorspr. een Bargoens woord, waarvan de herkomst onbekend is. Misschien heeft het iets te maken met het eveneens Bargoense kache, kachelien ‘kip’. Een andere mogelijkheid is dat er verwezen wordt naar het hoogrode, gloeiende gezicht van een dronkeman.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

kachel2 [dronken] {1901-1925} eig. verhit, als een opgestookte ouderwetse kachel met rode wangetjes.

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

kachel

Ons woord kachel is van Duitse oorsprong. Daar luidde het vroeger: Kachelofen. Nu zeggen de Duitsers: Ofen. Zij hebben het tweede deel der samenstelling behouden, wij het eerste. De eigenlijke betekenis van het woord kachel is: voorwerp van gebakken klei. Het gaat terug op het Latijnse caccabus: tegel en het Griekse kakkabos: ketel, pot. Een Kachelofen is dus een verwarmingstoestel waarvan de wanden oorspronkelijk van klei, later van ijzer werden vervaardigd.

Eigenaardig is dat in oude woordenboeken ook de vorm kakeloven voorkomt. Onder een kakel verstond men een kookpot. In het buitenland vindt men nog zulke potten, waaromheen de wanden van tegels zijn opgebouwd.

Kachel wordt ook als bijvoeglijk naamwoord gebruikt in de betekenis: dronken. Dan is men namelijk ‘verhit’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

kachel dronken 1913 [WNT]

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1051. Hij is kachel,

ook hij is kachelig, hij is dronken; hij is half kachel, (wat) aangeschoten. Zie Köster Henke, 29: kachel, stomdronken; bl. 68: Het was een toffe gooser (een flinke kerel), eigenlijk kachel zagje hem gooit; Sjof. 80: Als de kerels naar d'r werk gingen, dan bleven ze soms hier of daar plakken, kwamme drie kwart kachel an de fabriek; bl. 127: Ja Sien, je ben sikker, je ben kachel; Van Ginneken, Handb. I, 513: kachel, dronken; Ndl. Wdb, VII, 835.

De verklaring dezer zegswijze is onzeker. Misschien moeten we uitgaan van synonieme zegsw. hij is gepoetst (o.a. in Sjof. 9: De meester, die sterk aan den draad trok (dronk), was 's avonds nog al eens gepoetst), waarin ‘gepoetst’ beteekent (glad, glimmend), dronken, dus synoniem van vet en in de olie, die beide voor ‘dronken’ gebruikt worden, naast zoo vet zijn als olie (in Maasgouw, 1914, bl. 8). Het volt. deelw. gepoetst glimmend, glad kon doen denken aan een kachel; vandaar dat dial. voorkomt nog al kachel in den zin van nog al glad, nog al duidelijk, wiedes (V. Schothorst, 148Vgl. voor een dergelijk verschijnsel het hoogd. barg. käse stehen, butter stehen naar aanleiding van schmiere stehen (zie Smeris) en dreckig lachen ontstaan op het voorbeeld van schmutzig lachen (Zeitschr. f. D. Wortf. XIII, 169).). Zoo kon ook kachel gebruikt worden van iemand die glom, en ontstond de uitdr. hij is kachel, hij is gepoetst, vet, in de olie, dronken. Waarschijnlijker is het echter wel, dat niet zoo zeer op het glimmend als wel op het roode gezicht van een beschonkene gelet is. Aanleiding tot deze onderstelling geeft het synonieme hij heb de brand, hij is dronken (Köster Henke, 11; Jord. II, 519) en de kachel aanhebben, dat voorkomt in Het Volk, 5 Mei 1914, p. 5 k. 3: Een glunderend kastelein achter de toonbank en er vóór een die de ‘kachel’ aan heeft en tot zich zelf wat te zeggen heeft.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal