Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kaartenhuis - (huisje van speelkaarten)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

kaartehuis s.nw.
1. Huisie van speelkaarte wat los inmekaargesit is. 2. Iets wat onseker is en maklik tot niet kan gaan.
Uit Ndl. kaartenhuis (1824 - 1827 in bet. 1, 1859 - 1862 in bet. 2), in bet. 2 so genoem omdat iets wat onseker is, soos die huisie van speelkaarte wat by die geringste aanraking ineen kan stort, maklik kan verdwyn.
D. Kartenhaus.
Vgl. Eng. house of cards, cardcastle, Fr. château de cartes.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

kaartenhuis ‘uit speelkaarten nagebootst gebouwtje’ -> Fries kaartehûs ‘uit speelkaarten nagebootst gebouwtje’.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal