Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

joviaal - (blijmoedig, hartelijk)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

joviaal bn. ‘blijmoedig, hartelijk’
Vnnl. in een geisoleerde vindplaats ioviaal ‘vrolijk en goedgunstig’ [1642; WNT]; daarna pas weer nnl. in altijd even joviaal en opgeruimd [1840; WNT].
Via Frans jovial ‘id.’ [1549; Rey] ontleend aan Italiaans gioviale ‘id.’ [voor 1566; Rey], eerder ‘onder invloed van de planeet Jupiter staande’ [14e eeuw; Rey], letterlijk ‘betreffende de planeet Jupiter’ [1317-21; Rey]. In die laatste betekenis ontleend aan Latijn ioviālis ‘betreffende Jupiter’, een afleiding van Vroeglatijn Iūs (genitief Iovis) ‘Romeinse oppergod’, een naam die in het klassiek Latijn vervangen werd door Iūpiter.
Iūpiter is verwant met Grieks Zéus patḗr ‘Zeus (Griekse oppergod)’; Sanskrit Dyáuṣ pitā́; < pie. *diḗus ph2tḗr. Dit is de enige bekende Indo-Europese godennaam; andere godennamen uit bijv. het Sanskrit en het Grieks hebben geen betrouwbare etymologie. Het tweede lid is hetzelfde woord als → vader. Het eerste is verwant met woorden voor ‘dag’, pie. *dei-eu- (IEW 184): Latijn diēs (Frans -di; zie ook → dies en → journaal 1); Sanskrit dívā ‘overdag’; Oudiers die; Armeens tiv; maar niet pgm. *daga-, *dōga- (zie → dag). Zeus moet dus oorspr. de god van de heldere hemel of de zonnegod geweest zijn, letterlijk de ‘vader van de dag’. Het algemene woord voor ‘god’ is van dezelfde vorm afgeleid: pie. *déiuos (IEW 185), waaruit: Latijn deus; Sanskrit devá-; Litouws dievas; Oudiers día; en de Germaanse godennaam pgm. *Tiwaz (ohd. Zīo; oe. Tīg; on. Týr, tívar; zie ook → dinsdag).

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

joviaal [gulhartig] {1642} < frans jovial < italiaans gioviale [joviaal, vrolijk] < latijn Iovialis [van, behorend tot Jupiter], van Iovis, een nevenvorm, en tevens de 2e nv. van Iuppiter (de oppergod en de planeet), ontstaan uit de vocativus ∗dieu + pater [vader hemel] = grieks Zeu pater [vader Zeus, de hemelgod]; in de me. astrologie wilde geboren in het teken van Jupiter zeggen ‘geluk en een vrolijk karakter’.

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

joviaal

De uitspraak van joviaal met een Franse j wijst al op de afkomst. De Fransen namen het over uit het Italiaans giovale, het Latijnse jovialis. Nu is Jovis de tweede naamval van Jupiter en joviaal betekent dus eigenlijk: onder invloed van Jupiter. Het is een term uit de astrologie, die immers de aard en het karakter der mensen verklaart uit de planeet onder welke zij geboren zijn. De planeet Jupiter nu symboliseert geluk en vreugde. Vandaar dat men joviaal bezigde in de zin van: opgeruimd, gulhartig, vrolijk, blijgeestig. Het woord dat het begrip het beste weergeeft is: rond, bij ons vooral gebruikt als eigenschap van varensgezellen. Men spreekt van een ronde zeeman. Zeelieden hebben de reputatie rondborstig, joviaal te zijn.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

joviaal (Frans jovial)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

joviaal gulhartig 1642 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal