Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

jas - (troefboer)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

klaverjassen ww. ‘een bepaald kaartspel spelen’
Nnl. klaverjassen ‘soort kaartspel (spelen)’ [1710; WNT].
Gevormd uit klaver(en) ‘kaartsoort’, zie → klaver, en jas ‘troefboer in het kaartspel’, zie hieronder, of het daarvan afgeleide jassen ‘zeker kaartspel spelen’. Een kaartspel spelen waarin de jas de hoogste kaart was, heette jassen [1738; WNT]. Als de troefkleur klaver(en) was, was de hoogste kaart de klaverjas [1931; WNT] of klaverenjas en heette het spel klaverjassen; dit is tegenwoordig de gebruikelijke variant van het jasspel [1869; WNT wiezen]. Zie ook → jassen ‘vlug afwerken’.
jas zn. ‘troefboer in het kaartspel’. Nnl. jas ‘troefboer’ [1720; WNT]. Een mogelijkheid is dat jas een verkorting is van de mansnaam Jasper (FvW), ontleend via Jaspard, de Noord-Franse variant van Frans Gaspard, aan Perzisch Caspar, vermoedelijk ‘schatbewaarder’, de naam van een van de drie koningen uit het Nieuwe Testament. Jas was een naam die in de 17e en 18e eeuw veel voorkwam in kluchten en blijspelen, net als Duits Kasperl ‘grappige toneelfiguur, hansworst’, vanwaar Kasperlespiel ‘poppenspel’. Een andere mogelijkheid is dat jas een verkorting is van → paljas, aangezien de kaart in het Zuid-Nederlands ook wel zot heet (Toll.). Het woord paljas is echter als kaartspelterm onbekend.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

jas2 [troefboer] {1720} vermoedelijk < paljas (in het zuidnl. heet de kaart wel zot, vertaling van frans fou voor bepaalde kaarten).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

jas 2 znw. m. ‘troefboer’ in het kaartspel. J. W. Muller, Album-Vercoullie II, 1927, 203-209 vermoedt herkomst uit het woord paljas, wat daardoor gesteund wordt, dat de kaart in Zuid-Nederland zot heet, een vertaling van fra. fou, een naam voor bepaalde kaarten. Maar de verklaring is hoogst onzeker. FW 279 vermoedt de PN Jas < Jasper.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

jas II (troefboer). Uit Jasper eigennaam.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

jas II (troefboer). Of wellicht uit paljas? (Muller Album-Vercoullie 208; vgl. jas I Suppl.). De kaart heet nl. in Zuid-Nederland zot, dat een vertaling is van fr. fou, benaming van bepaalde, speciaal troef-, kaarten. Dit zot kan aanleiding geweest zijn tot het opkomen van de term paljas > jas in gelijke bet.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

jas 2 m. (kaartspel), + Ndd. id.: hetz. als jas 1.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

jas II: troefboer in kaartspel (klawerjas); Ndl. jas, reeds verkl. gesoek by jas I, by Jasper en by paljas, maar geeneen verkl. alg. aanvaar nie (vgl. verder WAT s.v. jas2).

Thematische woordenboeken

C.H.Ph. Meijer (1919), Woorden en uitdrukkingen verklaard door Dr. C. H. Ph. Meijer, Amsterdam

Jas, benaming van den troefboer in zeker kaartspel, dat zelf naar den hoofdkaart Jassen genoemd wordt; waarschijnl. verkorting van den voornaam Jasper, vroeger zeer algemeen, die a. o. veel in oude tooneelspelen voorkomt als naam voor den knecht. Vgl. den naam Zwarte Piet (hgd. schwarze Peter) voor schoppenboer.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

jas ‘troefboer’ -> Duits Jass ‘kaartspel’; Frans dialect yas ‘soort kaartspel, zeer in de mode in Duits-Zwitserland’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal