Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

janmaat - (matroos)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

janmaat zn. (NN) ‘matroos’
Nnl. Jan maat ‘matroos’ [1721; WNT], meestal als verzamelnaam, bijv. Janmaat, die doorgaans uit ... gemeene huishoudens komt [1787; WNT], later ook enkelvoudig woord, bijv. een janmaat met knuisten [1907; WNT watjekou], onze Janmaats [1912; WNT].
Gevormd uit de persoonsnaam Jan en → maat 2 in de oude betekenis ‘matroos’. Ook Jan, maar meestal Jantje, werd wel gebruikt als aanduiding voor ‘matroos van een oorlogsschip’ [ca. 1700; WNT jan]; ook nu nog bestaat in het NN de uitdrukking onze jannen of jantjes ‘onze jongens bij de marine’.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

janmaat ‘matroos’ -> Duits Jan Maat, Janmaat ‘(schertsend) matroos’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal