Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

jack - (jas)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

jack zn. (NN) ‘korte jas’
Nnl. windjacke ‘water- en winddichte jas’ [1929; Groene Amsterdammer], windjak [1943; WNT Aanv.], windjack [1949; Margriet Revue Lente en Zomer], vacantie-jack [1956; weekblad Eva, 17-03, p. 58], stoere jacks, korte regencoats, liefst gedragen op een nauwe lange broek, dat is de dracht van de moderne jeugd [1962; weekblad Eva, 11-08, p. 37], m'n leren jack [1964; WNT Aanv. zeeman].
Woordvorm en periode van ontstaan lijken te wijzen op ontlening aan Engels jack, maar dat is onmogelijk. Er bestaat inderdaad een Engels woord jack: Middelengels iakke ‘wambuis’ [1380; OED], iacke, iakke ‘kiel, jak voor man of vrouw’ [1345; OED], ontleend aan Frans jaque ‘id.’, zie verder → jak. De jongste betekenis was ‘korte legerjas’, maar het woord was in de 20e eeuw reeds verouderd.
De uitspraak van het Nederlandse woord is altijd met /j/ geweest en nooit met /dž/, wat eveneens Engelse ontlening onwaarschijnlijk maakt. Gezien bovengenoemde vroege attestaties met wind- en vooral de -e in die van 1929, is er wrsch. sprake van ontlening aan Duits Jacke en Windjacke. De Vooys (1946a, p. 90) en Van Dale 1950 noemen windjak resp. windjacke inderdaad een germanisme. In het Nederlands werd het woord wellicht opgevat als quasi-Engelse, modieuze spellingvariant van het al genoemde en veel oudere Nederlandse woord jak en kreeg het vervolgens ook een (NN) quasi-Engelse uitspraak /jek/.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

jack [jasje] {1974} < engels jack, van dezelfde herkomst als jak1.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

jack (van Engels jacket?)

L. Koenen, R. Smits (1992), Peptalk, De Engelse woordenschat van het Nederlands

jack [*dzjek] 1. korte, tot net over de taille of op de heupen reikende overjas. Hier meestal uitgesproken als [jek], in het Engels volkomen archaïsch, vergelijkbaar in vorm en betekenis met ons woord ‘jak’; 2. coaxiale verbindingsstekker, zoals je die vindt aan snoeren van microfoons, hoofdtelefoons e.d.

Dateringen of neologismen

F. Bakker, E. van Ruijsendaal, P. Uljé, D. van Zijderveld, Vindpunt.nl – elektronisch doorzoekbare Woordenlijst Overbodig Engels met Nederlandse tegenhangers, uitgebreide en verbeterde voortzetting van de boekuitgaven Funshoppen in het Nederlands (2009) en Op-en-Top Nederlands (2015)

jack zn. Ontleend aan het Engels.
[kleding] = jek, jekker, jasje. Op een brommer zit een jek lekkerder dan een lange jas.
[alg.] = overbewapening. Door de overbewapening kan de mensheid de Aarde meer dan één keer vernietigen.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

jack jasje 1968 [Aanv WNT] <Engels

J. Posthumus (1986), A Description of a Corpus of Anglicisms, Groningen

jack, plural jacks, het [jɛk/s] Koenen 1974. Compounds/derivations: windjack. Editorial comment: The origin of Van Dale 1976 ‘jack’ is open to surmise. The English name for this general type of short coat, which has become popular since the last war, is ‘jacket’. Koenen 1974 calls jack ‘quasi-Eng.’, probably seeing it as an anglicised spelling and pronunciation of old-established ‘jak’. Koenen 1974 also correctly gives both ‘jak’ and ‘jek’ as synonyms. The latter might be a Dutch re-spelling of the pronunciation form [jɛk]. Koenen 1974 denotes the gender of ‘jack’ as ‘m’. This seems odd, the more so as both ‘jak’ and ‘jek’ are given as neuter. Van Dale 1976 has none of these entries, only lists the compound ‘windjak’. This is also found in Koenen 1974, which further has the now unusual ‘windjacket’. Somewhat illogically our spelling ‘windjack’ remains unrecorded. A connection with older-established Van Dale 1976 ‘jekker’ seems unlikely. ‘Jekker’ and ‘jack/jak/jek’ are not synonymous, the former article being longer and made of much heavier material (= ‘duffel coat, pea jacket’). Pseudo-loan.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal