Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

islam - (godsdienst der moslims)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

islam zn. ‘godsdienst der moslims’
Nnl. de Islâm of het Islamismus [1820; WNT].
Ontleend aan Arabisch islām ‘id.’, dat oorspr. ‘onderwerping’ betekent, behorend bij het werkwoord aslama ‘zich onderwerpen, i.h.b. aan God’, waarbij ook salima ‘in veiligheid zijn’ en salām ‘vrede’. Van dezelfde medeklinkerwortel is → moslim afgeleid.
Het woord werd vroeger vaak met â geschreven om de lengte van deze klinker te benadrukken, een spelling islaam is nooit gebruikelijk geweest. De vernederlandste uitspraak met de klemtoom op de eerste lettergreep is verouderend.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

islam [moslimgodsdienst] {1820} < arabisch ʼislām [onderwerping (aan de wil van God)], van het ww. ʼaslama [hij gaf zich over].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

Islam: Moh. godsdiens (WAT); Ndl., Hd., Eng. en Fr. Islam uit Arab. islām, wat verb. hou m. die ww. salama, “jou onderwerp” (aan die wil v. God), vgl. ook Slams en Slamaier, asook salaam.

N. van der Sijs (bezorger) (2003), Uit Oost en West. Verklaring van 1000 woorden uit Nederlands-Indië van P.J. Veth (1889), met aanvullingen van H. Kern en F.P.H. Prick van Wely (1910), Amsterdam. Gebaseerd op: Uit Oost en West. Verklaring van eenige uitheemsche woorden van P.J. Veth uit 1889, recensie van het werk van Veth door H. Kern in De Indische Gids van 1889, en ‘Etymologisch aanhangsel’ (p. 297-350) uit het Viertalig aanvullend Hulpwoordenboek voor Groot-Nederland van Prick van Wely uit 1910

Islam [moslimgodsdienst]. Is een Arabische infinitief. Letterlijk betekent het: de overgave van zichzelf (aan Allah). [P]

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

islam (Arabisch islām)

T. Pluim (1922), Wetenswaardig allerlei: bijdragen tot algemeene kennis voor studeerenden bijeenverzameld door T. Pluim, Groningen

Islam (Arabisch = overgave, n.l. van den mensch aan God). Aldus noemde Mohammed de oprechte belijdenis van hetgeen hij als zijn leer verkondigde. Deze leer komt in hoofdzaak hierop neder: ’t Geloof aan den eenigen God (Allah), – aan Zijn voorbeschikking van de daden en lotgevallen der menschen, – aan de uitverkiezing van Mahomed en zijn zending aan de gansche menschheid als de laatste der profeten, – aan het leven hiernamaals en de vergelding van goede en booze daden in het paradijs of in de hel, en aan de opstanding der dooden op den jongsten dag. Verder eischt Mohammed van elk geloovige: 1°. de erkenning: er is geen God buiten Allah en Mohammed is zijn profeet; 2e. vijfmaal daags de verplichte godsdienstige ceremoniën te verrichten; 3°. belasting aan de openbare schatkist te betalen; 4°. het vasten in de maand Ramadhân en 5°. de bedevaart naar Mekka (zie Haddsch). Ook voor het verrichten der ceremoniën onder no. 2 werden verschillende voorschriften gegeven, o.a. dat men zich vooraf wasschen moet, dat men moet bidden met het gezicht naar Mekka, enz. Ook verbiedt hij het drinken van wijn.
Het aannemen en belijden van deze leer nu noemde Mohammed Islam; vandaar, dat men zijn godsdienst ook den Islam heet; het getal aanhangers beloopt ongeveer 175 millioen.
De Koran is het heilige boek der Mohammedanen, als ’t ware hun bijbel.

R. Dozy (1867), Oosterlingen, verklarende lijst der Nederlandschen woorden die uit het Arabisch, Hebreeuwsch, Chaldeeuwsch, Perzisch en Turksch afkomstig zijn, 's-Gravenhage

Islam, islamisme, muzelman
Islam, of eigenlijk islaam, is een nomen actionis (infinitivus) van den vierden vorm, en het werkwoord aslama beduidt: zich overgeven, onderwerpen, namelijk aan den wil Gods. Dit is een der voornaamste kenmerken van de leer, die Mohammed gepredikt heeft, en hij zelf noemde ze islaam. Aan zijne volgelingen gaf hij den naam van moslim (muslim), welk woord een participium activum is van denzelfden vorm. In het Perzisch is moslimân het meervoud van dit woord, maar hetzelfde, als musulmân uitgesproken, is in die taal, evenals in het Turksch, ook een enkelvoud, en van daar het Fr. musulman, ons muzelman.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

islam moslimgodsdienst 1820 [WNT] <Arabisch

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal