Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

iris - (plant met felgekleurde bloemen, lis (geslacht Iris))

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

iris 1 zn. ‘plant met felgekleurde bloemen, lis (geslacht Iris)’
Nnl. Iris ‘zekere plant’ [1608; WNT].
Ontleend aan Latijn īris ‘iris (de plant); regenboog; regenboogvlies’ < Grieks ĩris ‘soort lelie’ en ‘regenboog’. Iris was in de Griekse mythologie ook de naam van de vrouwelijke bode van de goden, die langs de regenboog met haar boodschappen naar de aarde kwam.
De naam iris voor andere dingen dan de regenboog berust steeds op de veelkleurigheid daarvan; zo werd het woord ook wel gebruikt voor bepaalde steen- en kristalsoorten, en zie → iris 2 ‘regenboogvlies’ en → iridium.

iris 2 zn. ‘regenboogvlies’
Vnnl. alleen als kunstwoord iris “'t kroontjen der ooghappel” [1669; Meijer]; nnl. iris of regenboogvlies [1805; WNT regenboogvlies].
Internationaal wetenschappelijk neologisme, eerst Neolatijn iris, op basis van Grieks ĩris en Latijn īris ‘regenboog’, zie verder → iris 1. Zo genoemd vanwege de verschillende kleuren die dat vlies, het deel van het oog direct rondom de pupil, kan hebben.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

iris [bergkristal, plantengeslacht, regenboog] {1287 in de betekenis ‘regenboogsteen’; als plantennaam 1608; als naam voor een godin en personificatie van de regenboog 1665} < frans iris < latijn iris < grieks iris [Iris, de bode der goden, regenboog, soort lelie].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

iris 1 znw. v. ‘regenboog; regenboogvlies van het oog’ < gr. iris ‘godin van de regenboog’.

iris 2 znw. v. ‘zwaardlelie, lis’ < lat. gr. iris ‘leliesoort’. Beide woorden gaan terug op *u̯īris, eig. ‘doorlopende band’, waarvoor zie: wier.

Thematische woordenboeken

T. Beijer en C.G.L. Apeldoorn (1996), Woordenboek van medische eponiemen, Houten

iris: regenboogvlies, een ronde contractiele schijf met een centrale opening (de pupil), frontaal vóór in het oog. In 1721 kreeg dit oogvlies voor het eerst de naam ‘iris’ (Rodin).
Het aantal van iris afgeleide woorden is legio; we volstaan met iritis: ontsteking van de iris; iridectomie: excisie van een gedeelte van de iris; iridocyclitis: ontsteking van de iris en het corpus ciliaris en iridiseren: de kleuren van de regenboog vertonen.
De naamgeefster is Iris, de bode van de Griekse goden, die langs de regenboog met haar boodschappen tot de stervelingen kwam. Ze was de dochter van Thaumas (zoon van Pontus, de Zee en Gaea, moeder Aarde) en Elektra, de dochter van de legendarische Agamemnon. De twee afschuwelijke Harpijen, half vrouw, half roofvogel, waren haar zusters. Iris wordt meestal voorgesteld als een lieftallige maagd met vleugels in diverse kleuren, rijdend op een regenboog. Een enkele keer wordt ze afgebeeld met om haar hoofd een stralenkrans die de kleuren van de regenboog terugkaatst.

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Iris (Lat. íris, gen. íridis = regenboog; later ook: regenboogvlies v.h. oog; Gr. ἶρις, gen. ἴριδος (íris, íridos) = regenboog). Regenboogvlies (v.h. oog). Iris-diaphragma is een → diaphragma met ronde opening die groter en kleiner gemaakt kan worden evenals de pupil van het oog.

C.A. Backer (1936), Verklarend woordenboek van wetenschappelijke plantennamen

Iris L. [C. Linnaeus], - oude Gr. plantennaam. Volgens sommigen zou de naam zinspelen op de gelijkenis van de kleuren der bloemen met die van den regenboog (iris); anderen trekken dit in twijfel.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

iris ‘regenboogvlies in het oog’ -> Indonesisch iris ‘regenboogvlies in het oog’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

iris plantengeslacht 1608 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal