Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

inwilligen - (gunstig beslissen over)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

inwilligen ww. ‘gunstig beslissen over’
Vnnl. inwilligen ‘goedkeuren, fiatteren, toestemmen (bijv. door een overheid)’ zoals in het inwilligen vanden Nieuwen Stijl ‘goedkeuring van (de invoering van) de nieuwe stijl (= de Gregoriaanse kalender)’ [1582; WNT nieuw], na de 17e eeuw alleen nog ‘gunstig beslissen over een verzoek, eis, bede’, zoals in hier willighde hy eerst myn bede ... in ‘hier stemde hij pas met mijn verzoek in’ [1646; WNT].
Inwilligen kwam in het Vroegnieuwnederlands in de plaats van het Middelnederlandse werkwoord bewilligen ‘id.’ [1444; MNW betuchtinge], vnnl. heeft hy haer begeerte willen bewilligen [1564; WNT bewilligen], een afleiding met → be- (sub a) in de betekenis ‘voorzien van’ van het zn. wille in de betekenis ‘goedkeuring, toestemming’, zie → wil. Er is dus sprake van vervanging van het voorvoegsel door → in. De aanleiding voor deze vervanging is echter niet duidelijk: in- heeft hier geen duidelijke betekenis of functie. Leenvertaling van Duits einwilligen ‘goedkeuren, toestemmen’ [17e eeuw; Pfeifer] lijkt nog het aannemelijkst, hoewel dat pas later geattesteerd is.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

inwilligen [toestaan] {1647} < hoogduits einwilligen; het middelnl. kende wel bewilligen [toestaan].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

inwilligen ww., eerst in de 17de eeuw < nhd. einwilligen. In het mnl. was er wel reeds bewillighen ‘overhalen; toestemmen in’, ook mnd. bewilligen en laat-mhd. bewilligen. — Het 2de lid is of rechtstreeks uit willig afgeleid of met de uitgang -igen van wil.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

inwilligen ww., nog niet bij Kil. Bewilligen echter bestond reeds mnl. (Mnl. Handwdb.) = “overhalen, toestaan”. Dezelfde bett. had ook mnd. bewilligen. Laat-mhd. (nhd.) bewilligen = “inwilligen”. Van in (be-) + willig of van in + wil + -igen.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

inwilligen o.w., van in en willig.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

inwilligen toestaan 1647 [WNT] <Duits

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal