Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

instrueren - (aanwijzingen geven, onderrichten)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

instrueren ww. ‘aanwijzingen geven, onderrichten’
Mnl. instrueren ‘onderrichten’ in die wise man die iacobijn [quam] instrueren die nonnen metten godes warde ‘de wijze jacobijn kwam de nonnen onderwijzen met het woord van God’ [1265-70; CG II, Lut.K].
Ontleend aan Latijn īnstruere ‘onderrichten, van informatie voorzien’, eerder al ‘opstellen, aanleggen, regelen’ en gevormd uit → in- 3 en struere ‘opstapelen, bouwen, oprichten’, zie → structuur.
instructie zn. ‘aanwijzing, onderricht’. Mnl. instructie ‘id.’ [1460-80; MNW-R]. Al dan niet via Frans instruction ‘id.’ [1320; Rey] ontleend aan Latijn īnstrūctiō ‘id.’, afleiding van īnstruere.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

instrueren [onderrichten] {1265-1270} < latijn instruere (vgl. instructie).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

instrueren onderrichten 1265-1270 [CG Lut.K] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal