Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

instinct - (aandrift, aangeboren intuïtie)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

instinct zn. ‘aandrift, aangeboren intuïtie’
Vnnl. instinct ‘aandrift’ [1650; Hofman].
Wrsch. via Frans instinct ‘id.’ [1560; Rey] ontleend aan Latijn īnstīnctus ‘ingeving, aansporing, bezieling’, afleiding van īnstinguere ‘ophitsen, aanvuren’, gevormd uit → in- 3 ‘in-, tegen-’ en *stinguere ‘prikken’, dat als simplex in het klassiek Latijn niet voorkomt, maar zie bijv.gedistingeerd, en dat verwant is met → steken.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

instinct [natuurdrift] {1650} < frans instinct [idem] < latijn instinctus [aansporing, ingeving, geestdrift, vervoering], eig. verl. deelw. van instinguere [aanzetten, aanvuren], verwant met instigare [aansporen], van in [in, naar toe] + stigare [aanvuren].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

instinct znw. o., eerst sedert de 18de eeuw overgenomen uit lat. instinctus van instiguere ‘aanzetten, prikkelen’. In de taal der Scholastiek is instinctus (naturae) een gangbare term voor ‘natuurlijke drift’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

instinct znw. o., nog niet bij Kil. Evenals nhd. instinkt m. uit lat. instinctus “aanprikkeling, aandrift”.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

instink s.nw.
1. Ingeskape drif by mense en diere om onwillekeurig doeltreffend op te tree. 2. Aangebore vermoë of gawe om afhangende van dit wat die oomblik vereis, reg op te tree.
Uit Ndl. instinct (1650 in bet. 1, 1861 in bet. 2).
Ndl. instinct uit Fr. instinct of direk uit Latyn instinctus, die verlede dw. van instigare 'aandryf, aanhits, prikkel'.
Eng. instinct.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

instinct (Latijn instinctum)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

instinct ‘natuurdrift’ -> Indonesisch insting, instink ‘natuurdrift’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

instinct natuurdrift 1650 [Claes] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal