Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

instant- - (direct klaar)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

instant- voorv. ‘direct klaar’
Nnl. instantpudding ‘pudding die direct klaar is’ [1963; Reinsma 1975], en verder in bijv. instantkoffie ‘oploskoffie’, instantsoep, instant oplossing etc.
Ontleend aan het Engelse bn. instant ‘onmiddellijk klaar voor gebruik’, bijv. in instant coffee [1915; OED], instant pudding [1958; OED], instant meal [1959; OED]. De oudere, algemene betekenis van het Engelse bn. is ‘onmiddellijk, ogenblikkelijk’; het is, misschien via Frans instant, ontleend aan Latijn īnstāns (genitief īnstantis) ‘dringend’, het teg.deelw. van īnstāre ‘op iets staan, aandringen, dreigen’, gevormd uit → in- 3 ‘in-’ en stāre ‘staan’, zie → staan.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

instant- [voorvoegsel met de betekenis ‘onmiddellijk klaar’] {in bv. instantpudding 1963} < engels instant (vgl. instantané).

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

instant- (Engels instant)

L. Koenen, R. Smits (1992), Peptalk, De Engelse woordenschat van het Nederlands

instant [instunt] {bij de hand, onmiddellijk beschikbaar} van voedingsmiddelen: kant en klaar, meestal in poedervorm.

Dateringen of neologismen

F. Bakker, E. van Ruijsendaal, P. Uljé, D. van Zijderveld, Vindpunt.nl – elektronisch doorzoekbare Woordenlijst Overbodig Engels met Nederlandse tegenhangers, uitgebreide en verbeterde voortzetting van de boekuitgaven Funshoppen in het Nederlands (2009) en Op-en-Top Nederlands (2015)

instant bn. Ontleend aan het Engels.
[alg.] = onmiddellijk, op slag. Mata Hari was onmiddellijk een beroemdheid.
Het liedje was op slag een succesnummer, wat zeg ik, onmiddellijk een klassieker!

[honden] = stropriem. Een hond met een stropriem zal niet lang trekken omdat hij zich dan de adem afsnijdt, was de gedachte van de uitvinder.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

instantpudding pudding die direct klaar is 1963 [R75] <Engels

J. Posthumus (1986), A Description of a Corpus of Anglicisms, Groningen

instant, n. [ʹɪnstɑnt] Koenen 1974 (in other sense); Van Dale 1976 (in appendix of classical and foreign phrases and sayings). “Géén instant. De Coffee Mat ‘Princess’ zet voor ’n muntje èchte brandverse koffie aan de lopende band.” (1910146). Editorial comment: Koenen 1974; Van Dale 1976 only give ‘instant’ plus following noun, not the independent substantival use. Loanword from English instant adj.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal