Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

insigne - (onderscheidingsteken)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

insigne zn. ‘onderscheidingsteken’
Vnnl. insigne ‘kenteken’ [1650; Hofman], ‘merkteken, kenteken’ [1658; Meijer]; nnl. insigniën ‘eretekens’ [1824; Weiland], een teeken waaraan de rang of de waardigheid van hem die het draagt is te onderkennen; de gemeenzame taal gebruikt niet zelden fr. insigne [1890; WNT onderscheidingsteken], de insigniën eener ridderorde [1892; WNT gouden], later meestal het meervoud insignes [1910; WNT].
Ontleend aan Frans insigne ‘onderscheidingsteken’, lange tijd alleen in het meervoud insignes [1484; Rey], ontleend aan Latijn īnsīgnia, mv. van īnsīgne ‘onderscheidingsteken’, gevormd uit → in- 3 ‘in-’ en sīgnum ‘teken’, zie → sein.
Zoals blijkt uit de redactionele opmerking uit het WNT, was insigne eind 19e eeuw het gewone woord aan het worden voor het officiële onderscheidingsteken.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

insigne [onderscheidingsteken] {1730} < frans insigne < latijn insigne [kenteken, insigne], het zelfstandig gebruikt o. van insignis [opvallend, buitengewoon], van in [in] + signum [teken] (vgl. sein1, zegen1).

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

insigne (Frans insigne)

T. Pluim (1922), Wetenswaardig allerlei: bijdragen tot algemeene kennis voor studeerenden bijeenverzameld door T. Pluim, Groningen

Insigne (Fr., van ’t Lat. signum = teeken) noemt men een uiterlijk kenteeken van macht, rang, waardigheid of lidmaatschap. De insignes (Lat. insignia) der koningen van Rome waren: de gouden kroon, de elpenbeenen stoel en de met bijlen vooruit loopende 12 liktoren, welke laatsten ook in de Romeinsche Republiek werden behouden en toen de consuls en andere hooge overheidspersonen begeleidden. De insignes der Duitsche keizers waren de Rijkskleinoodiën, nl. een volledig ornaat (of eeregewaad) van onder- en bovenkleederen, een kroon, scepter en rijksappel.
Tegenwoordig vormen kroon en scepter de insignes der (weinige) Europeesche vorsten. Tot die der ridderschap behooren helm en schild; evenzoo voert een maarschalk een staf en een Turksche pacha een paardestaart. De insignes der hooge R.-Kath. geestelijkheid bestaan in pallium (schouderband van witte wol met zes daarin geweven kruisen van zwarte zijde), infula (bisschopsmuts of mijter), staf en ring, en voor den Paus in ’t bijzonder de tiara (z. d. w.). Een hand, met open oog erin, is het insigne der gerechtigheid (justitie).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

insigne ‘onderscheidingsteken’ -> Indonesisch insinye ‘onderscheidingsteken’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

insigne onderscheidingsteken 1730 [WNT lang I] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal